Doel van de Vlaams-Nederlandse Wetenschaps- en Innovatiedag is om de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op vlak van wetenschap en innovatie te bevorderen, door meer dan 230 spelers uit overheden, het bedrijfsleven en de academische wereld samen te brengen. Het initiatief komt voort uit het topoverleg tussen ministers-presidenten Geert Bourgeois en Mark Rutte in november vorig jaar. Momenteel lopen er al verscheidene samenwerkingsprojecten tussen Vlaanderen en Nederland - onder meer over fotonica en regeneratieve geneeskunde - maar er kan nog meer gedaan worden. Volgens Johan Hanssens, secretaris-generaal van het Vlaams departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI), is doorgedreven samenwerking met Nederland niet alleen logisch wegens het "gebrek aan een taalbarrière". "Ook de uitdagingen waarvoor de twee regio's staan, zijn sterk gelijklopend." Het gaat onder meer om de digitalisering van de industrie, maar ook klimaat en energie. "Zo kunnen we bijvoorbeeld infrastructuur die wij in Vlaanderen hebben en infrastructuur die er in Nederland is, met elkaar delen." Ook Focco Vijselaar, directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken, wijst erop dat de maatschappelijke uitdagingen "niet stoppen aan de grens". Bovendien zijn Nederland en Vlaanderen wat (investeringen in) wetenschap en innovatie betreft, "aan elkaar gewaagd". "Dat is goed. Dat betekent dat we min of meer vanuit dezelfde positie kunnen gaan samenwerken. En dat is belangrijk." Om die samenwerking een duwtje in de rug te geven, overleggen verschillende spelers uit Nederland en Vlaanderen vandaag over vier onderwerpen: life sciences en gezondheid, artificiële intelligentie, de digitalisering van de industrie en duurzame energie. "Het gaat om vier brede thema's die inzoomen op de grote maatschappelijk uitdagingen waarvan wij overtuigd zijn dat bijkomende samenwerking in het wederzijdse voordeel speelt" aldus Hanssens. De secretaris-generaal van EWI verwacht dat de gesprekken van vandaag zullen leiden tot concrete projecten. "In het kader van vorige topontmoetingen van ministers-presidenten zijn er al afspraken gemaakt om in een aantal hightechsectoren om het halfjaar met elkaar in gesprek te gaan", klinkt het. "We merken dat uit die ontmoetingen na een aantal maanden altijd nieuwe projecten opduiken." "Hoe je het ook draait of keert, het is altijd mensenwerk en mensen moeten elkaar kennen. En eenmaal men elkaar kent en vertrouwt en in dialoog treedt, komen er nieuwe projecten naar voren", legt Hanssens uit. "Zeker omdat de kennis zich zo sterk specialiseert. Niet elke regio kan in alle domeinen expert zijn. Dus dan is het logisch dat je de expertises die je hebt, met elkaar in contact brengt." (Belga)