De quota worden jaarlijks in december vastgelegd door de Europese Commissie in een zogenaamde Visserijraad. De beslissingen van de Visserijraad worden onderbouwd door wetenschappelijke adviezen. Onderzoeksinstellingen, waaronder het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), verzamelen gegevens over de aangroei van de visbestanden, het aantal geslachtsrijpe jonge dieren en de hoeveelheid die opgevist kan worden binnen het toegekend vangstrecht of quotum. Daaruit blijkt dat er goed nieuws is voor de Belgische vissers die vissen in de Noordzee. De bestanden van tong, kabeljauw, rog en pladijs in de Noordzee zijn gezond, wat geleid heeft tot een verhoging van het quotum voor tong met 22 procent, voor kabeljauw met 15 procent, voor rog met 5 procent en een status quo voor pladijs. Het bestand voor pladijs bevindt zich de afgelopen vijf jaar op een historisch hoog niveau. Niet onbelangrijk voor de Belgische reders, want dit zijn voor hen de belangrijkste vissoorten. Echter, in het oostelijk deel van het Engels Kanaal worden de quota naar beneden gehaald, met 19,5 procent voor pladijs en 15 procent voor tong. De kabeljauw in de Keltische Zee blijft kwetsbaar en de vangstmogelijkheden dalen er met 38 procent. En in de Ierse Zee blijft het net zoals vorig jaar verboden om op tong te vissen, behalve voor wetenschappelijke doeleinden. "Het behouden van een duurzaam visbestand is voor mij belangrijk: bij een gezond bestand wordt van een vissoort niet meer opgevist dan er opnieuw aangroeit. Dankzij de inspanningen van onze vissers door selectief te vissen en door kwetsbare bestanden te beschermen, bereiken wij in de meeste gebieden dit niveau nu reeds. Bij kwetsbare bestanden blijven wij extra voorzichtig en vermijden we overbevissing", aldus minister voor Visserij Joke Schauvliege. (Belga)

De quota worden jaarlijks in december vastgelegd door de Europese Commissie in een zogenaamde Visserijraad. De beslissingen van de Visserijraad worden onderbouwd door wetenschappelijke adviezen. Onderzoeksinstellingen, waaronder het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), verzamelen gegevens over de aangroei van de visbestanden, het aantal geslachtsrijpe jonge dieren en de hoeveelheid die opgevist kan worden binnen het toegekend vangstrecht of quotum. Daaruit blijkt dat er goed nieuws is voor de Belgische vissers die vissen in de Noordzee. De bestanden van tong, kabeljauw, rog en pladijs in de Noordzee zijn gezond, wat geleid heeft tot een verhoging van het quotum voor tong met 22 procent, voor kabeljauw met 15 procent, voor rog met 5 procent en een status quo voor pladijs. Het bestand voor pladijs bevindt zich de afgelopen vijf jaar op een historisch hoog niveau. Niet onbelangrijk voor de Belgische reders, want dit zijn voor hen de belangrijkste vissoorten. Echter, in het oostelijk deel van het Engels Kanaal worden de quota naar beneden gehaald, met 19,5 procent voor pladijs en 15 procent voor tong. De kabeljauw in de Keltische Zee blijft kwetsbaar en de vangstmogelijkheden dalen er met 38 procent. En in de Ierse Zee blijft het net zoals vorig jaar verboden om op tong te vissen, behalve voor wetenschappelijke doeleinden. "Het behouden van een duurzaam visbestand is voor mij belangrijk: bij een gezond bestand wordt van een vissoort niet meer opgevist dan er opnieuw aangroeit. Dankzij de inspanningen van onze vissers door selectief te vissen en door kwetsbare bestanden te beschermen, bereiken wij in de meeste gebieden dit niveau nu reeds. Bij kwetsbare bestanden blijven wij extra voorzichtig en vermijden we overbevissing", aldus minister voor Visserij Joke Schauvliege. (Belga)