Het zijn de vakbonden en de werkgevers die de verdeling van de enveloppe - goed voor 700 miljoen euro - hebben vastgelegd. In het bijzonder de laagste uitkeringen gaan omhoog. Zo stijgt op 1 juli een groot deel van de minimumuitkeringen, blijkt uit een overzicht van de christelijke vakbond. Dat is onder meer het geval voor de laagste pensioenen. Die gaan met 2 procent omhoog, bovenop de verhoging met 11 procent in vier stappen die eerder al door de regering werd beslist. Ook voor de zieken en invaliden met gezinslast die regelmatig gewerkt hebben, stijgen de minima, met 2,5 procent. Voor de andere minima voor arbeidsongeschikten (ook voor arbeidsongevallen en beroepziekten) is een stijging van 2 procent voorzien. De grootste stijging is er voor de werklozen. Daar zijn de minimumuitkeringen dan ook het laagst. De minimumuitkering voor tijdelijke werklozen stijgt met 3,5 procent ongeacht de gezinstoestand. Bij de uitkeringen voor volledig werklozen - inclusief SWT en jongeren met een inschakelingsuitkering - hangt de stijging van de gezinssituatie af. De minimumuitkering van gezinshoofden en bevoorrechte samenwonenden gaat met 3,5 procent omhoog. Bij alleenstaanden komt er 2,4 procent bij. Bij de gewone samenwonenden is dat 2 procent. Niet alleen de laagste uitkeringen gaan omhoog. Ook voor de plafonds om de uitkeringen te berekenen is dat het geval. Vanaf 1 juli stijgen de plafonds voor alle nieuwe gevallen van arbeidsongeschiktheid met 1,1 procent. Ook bij de plafonds van de werkloosheidsuitkering komt er 1,1 procent bij, met uitzondering van SWT waar het plafond met 1 procent stijgt. (Belga)

Het zijn de vakbonden en de werkgevers die de verdeling van de enveloppe - goed voor 700 miljoen euro - hebben vastgelegd. In het bijzonder de laagste uitkeringen gaan omhoog. Zo stijgt op 1 juli een groot deel van de minimumuitkeringen, blijkt uit een overzicht van de christelijke vakbond. Dat is onder meer het geval voor de laagste pensioenen. Die gaan met 2 procent omhoog, bovenop de verhoging met 11 procent in vier stappen die eerder al door de regering werd beslist. Ook voor de zieken en invaliden met gezinslast die regelmatig gewerkt hebben, stijgen de minima, met 2,5 procent. Voor de andere minima voor arbeidsongeschikten (ook voor arbeidsongevallen en beroepziekten) is een stijging van 2 procent voorzien. De grootste stijging is er voor de werklozen. Daar zijn de minimumuitkeringen dan ook het laagst. De minimumuitkering voor tijdelijke werklozen stijgt met 3,5 procent ongeacht de gezinstoestand. Bij de uitkeringen voor volledig werklozen - inclusief SWT en jongeren met een inschakelingsuitkering - hangt de stijging van de gezinssituatie af. De minimumuitkering van gezinshoofden en bevoorrechte samenwonenden gaat met 3,5 procent omhoog. Bij alleenstaanden komt er 2,4 procent bij. Bij de gewone samenwonenden is dat 2 procent. Niet alleen de laagste uitkeringen gaan omhoog. Ook voor de plafonds om de uitkeringen te berekenen is dat het geval. Vanaf 1 juli stijgen de plafonds voor alle nieuwe gevallen van arbeidsongeschiktheid met 1,1 procent. Ook bij de plafonds van de werkloosheidsuitkering komt er 1,1 procent bij, met uitzondering van SWT waar het plafond met 1 procent stijgt. (Belga)