De grootste impact komt van de inflatie. In België worden de lonen automatisch geïndexeerd bij een stijgend prijspeil. De omvang en het tijdstip van de loonindexering hangen af van het paritair comité waarin men tewerkgesteld is. Maar voor heel wat werknemers valt die indexering in januari. Dat is onder meer het geval voor meer dan 400.000 bedienden uit het paritair comité 200, dat onder meer IT- en consultancybedrijven of callcentra omvat. Die werknemers zien hun loon in januari met 3,58 procent toenemen. Maar ook heel wat andere sectoren zien de lonen stijgen. Enkele grote sectoren die een indexering kennen in januari zijn bijvoorbeeld de horeca (+3,219 procent), de voeding (+3,22 procent), het wegvervoer voor rekening van derden (+3,21 procent), de internationale logistiek (+3,95 procent) of de elektriciens (+3,95 procent). Andere sectoren zien hun lonen elk kwartaal indexeren, dus ook in januari. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de 140.000 werknemers uit de bouw die een indexering in januari kennen van 1,41747 procent. Nog andere sectoren indexeren met een vast percentage (+1 of 2 procent) na het overschrijden van hun spilindex. In januari is dat onder meer geval voor de distributiesector, met meer dan 200.000 werknemers. Niet alleen de lonen gaan omhoog door de stijgende inflatie. In december is ook de spilindex overschreden, wat betekent dat de uitkeringen in januari met 2 procent omhoog gaan. In februari volgen dan de weddes van het overheidspersoneel. Technisch gezien betekent de loonindexering overigens geen opslag, maar gaat het om een aanpassing van de lonen aan de levensduurte. Voor de werkgevers gaat het wel om een stijging van de loonkost. Wel een echte opslag is de door de vakbonden en werkgevers onderhandelde stijging van de lonen met 0,4 procent, verspreid over de jaren 2021 en 2022, al dan niet in combinatie met een coronapremie. De lonen gaan niet alleen omhoog door een indexering of een opslag. Ook fiscaal verandert wat op 1 januari. De fiscus gaat minder bedrijfsvoorheffing inhouden op de lonen. Dat geeft de werknemers een iets hoger nettoloon, terwijl dat vroeger pas bij de jaarafrekening van de fiscus werd verrekend. Ook de belastingschalen worden geïndexeerd, wat er voor zorgt dat een groter deel van het loon in een lagere schaal valt en werknemers dus netto meer overhouden. Beide maatregelen samen zorgen voor alle werknemers - in zowel de private als de publieke sector - voor minstens 20 euro extra per maand. (Belga)

De grootste impact komt van de inflatie. In België worden de lonen automatisch geïndexeerd bij een stijgend prijspeil. De omvang en het tijdstip van de loonindexering hangen af van het paritair comité waarin men tewerkgesteld is. Maar voor heel wat werknemers valt die indexering in januari. Dat is onder meer het geval voor meer dan 400.000 bedienden uit het paritair comité 200, dat onder meer IT- en consultancybedrijven of callcentra omvat. Die werknemers zien hun loon in januari met 3,58 procent toenemen. Maar ook heel wat andere sectoren zien de lonen stijgen. Enkele grote sectoren die een indexering kennen in januari zijn bijvoorbeeld de horeca (+3,219 procent), de voeding (+3,22 procent), het wegvervoer voor rekening van derden (+3,21 procent), de internationale logistiek (+3,95 procent) of de elektriciens (+3,95 procent). Andere sectoren zien hun lonen elk kwartaal indexeren, dus ook in januari. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de 140.000 werknemers uit de bouw die een indexering in januari kennen van 1,41747 procent. Nog andere sectoren indexeren met een vast percentage (+1 of 2 procent) na het overschrijden van hun spilindex. In januari is dat onder meer geval voor de distributiesector, met meer dan 200.000 werknemers. Niet alleen de lonen gaan omhoog door de stijgende inflatie. In december is ook de spilindex overschreden, wat betekent dat de uitkeringen in januari met 2 procent omhoog gaan. In februari volgen dan de weddes van het overheidspersoneel. Technisch gezien betekent de loonindexering overigens geen opslag, maar gaat het om een aanpassing van de lonen aan de levensduurte. Voor de werkgevers gaat het wel om een stijging van de loonkost. Wel een echte opslag is de door de vakbonden en werkgevers onderhandelde stijging van de lonen met 0,4 procent, verspreid over de jaren 2021 en 2022, al dan niet in combinatie met een coronapremie. De lonen gaan niet alleen omhoog door een indexering of een opslag. Ook fiscaal verandert wat op 1 januari. De fiscus gaat minder bedrijfsvoorheffing inhouden op de lonen. Dat geeft de werknemers een iets hoger nettoloon, terwijl dat vroeger pas bij de jaarafrekening van de fiscus werd verrekend. Ook de belastingschalen worden geïndexeerd, wat er voor zorgt dat een groter deel van het loon in een lagere schaal valt en werknemers dus netto meer overhouden. Beide maatregelen samen zorgen voor alle werknemers - in zowel de private als de publieke sector - voor minstens 20 euro extra per maand. (Belga)