Het gaat om de zogenaamde margevoet van de niet-financiële vennootschappen. Daarmee wordt voornamelijk de industrie bedoeld, inclusief de energiebedrijven.

In het derde kwartaal bedroeg die margevoet 44,9 procent. Dat is iets lager dan de 45,2 procent die in het tweede kwartaal werd opgetekend, toen het hoogste cijfer sinds de Nationale Bank in 1995 begon met de metingen.

De margevoet is niet hetzelfde als de winstmarge. 'Maar het is wel een indicatie voor de winstgevendheid', aldus de Nationale Bank. De historisch hoge margevoet in het tweede kwartaal 'duidt erop dat de ondernemingen in de industrie er in slaagden de stijgende prijzen door te rekenen in hun prijzen', klonk het enkele maanden geleden. Nu is de margevoet iets gedaald, maar dus nog altijd hoog.

De investeringsquote van bedrijven steeg daarentegen licht, van 25,8 procent in het tweede kwartaal tot 26 procent in het derde kwartaal. De groei van investeringen lag daarmee hoger dan de groei van de toegevoegde waarde.

Het gaat om de zogenaamde margevoet van de niet-financiële vennootschappen. Daarmee wordt voornamelijk de industrie bedoeld, inclusief de energiebedrijven. In het derde kwartaal bedroeg die margevoet 44,9 procent. Dat is iets lager dan de 45,2 procent die in het tweede kwartaal werd opgetekend, toen het hoogste cijfer sinds de Nationale Bank in 1995 begon met de metingen. De margevoet is niet hetzelfde als de winstmarge. 'Maar het is wel een indicatie voor de winstgevendheid', aldus de Nationale Bank. De historisch hoge margevoet in het tweede kwartaal 'duidt erop dat de ondernemingen in de industrie er in slaagden de stijgende prijzen door te rekenen in hun prijzen', klonk het enkele maanden geleden. Nu is de margevoet iets gedaald, maar dus nog altijd hoog. De investeringsquote van bedrijven steeg daarentegen licht, van 25,8 procent in het tweede kwartaal tot 26 procent in het derde kwartaal. De groei van investeringen lag daarmee hoger dan de groei van de toegevoegde waarde.