In samenwerking met verschillende werkgeversorganisaties organiseerde de Nationale Bank van 26 tot 28 september een enquête bij de ondernemingen om te polsen hoe ze het economische klimaat inschatten en hoe ze reageren op de scherpe stijging van de energie- en de loonprijzen. Ruim 3.000 bedrijven vulden de vragenlijst volledig in. "De resultaten wijzen op een relatief korte en ondiepe recessie in de tweede helft van dit jaar en het eerste kwartaal van 2023", zegt Geert Langenus, econoom van de Nationale Bank.

Mes in investeringen en aanwervingen

De ondernemingen zijn nochtans best somber. Ongeveer een derde van de bedrijven is van plan de productie terug te schroeven. In het vierde kwartaal gaat het om een productiedaling van 7 procent. De bedrijven verwijzen naar de sterke stijging van de energie- en de loonkosten als verklaring. Vooral de hogere loonkosten vormen een spelbreker. Voor 60 procent van de ondernemingen is de stijging van de loonkosten een obstakel voor de productie, tegenover 35 procent in het voorjaar. De hoge energiekosten spelen 55 procent van de bedrijven parten. Opvallend is dat de problemen met de aanvoerketens stilaan oplossen. Nog 20 procent van de bedrijven heeft daar last van, tegenover 35 procent in het voorjaar. In de loop van 2023 zien de bedrijven wel een geleidelijk herstel van hun productie.

Lees verder onder de video (reportage kanaal Z)

De bedrijven zijn ook van plan hun investerings- en aanwervingsbeleid bij te spijkeren. De geplande investeringen dalen met liefst 24 procent. Er is ook weinig opbeurend nieuws voor de arbeidsmarkt. De volgende zes maanden verwachten de bedrijven de tewerkstelling met 35.000 banen terug te schroeven. De tijdelijke werkloosheid kan een buffer vormen, want ongeveer de helft van de bedrijven verwacht de volgende zes maanden gebruik te maken van die steunmaatregel. Het is echter afwachten of die sombere plannen realiteit worden. "De bedrijven kampen met veel onzekerheid en hebben daardoor de neiging in deze enquêtes de realiteit somberder in te schatten dan ze is. Het ondernemersvertrouwen is gedaald, maar ligt nog een stuk boven de dieptepunten van de Grote Recessie in 2009 of de coronacrisis van 2020", zegt Geert Langenus.

Aanhoudende kosteninflatie

De Nationale Bank polste ook in welke mate de bedrijven de stijging van de kosten doorrekenen aan hun klanten. Die kostenstijging is immens. Over de voorbije twaalf maanden ging het om een stijging met gemiddeld 63 procent. Ook voor de volgende zes maanden wordt nog rekening gehouden met een kostenstijging van 50 procent. "Dat nog heel wat inflatiedruk in de pijplijn zit, is voor ons het meest verrassende resultaat van de enquête. De kosteninflatie zal ook de volgende maanden hardnekkig hoog zijn", zegt Geert Langenus.

Een van de redenen is dat de bedrijven de energieschok nog niet volledig gevoeld hebben. Een pak bedrijven geniet nog bescherming van energiecontracten met een vaste prijs, maar die bescherming dooft gestaag uit. Daarnaast mogen er nog een pak loonindexeringen verwacht worden die de loonkosten verder omhoog jagen. Toch is er ook goed nieuws aan het inflatiefront. Heel wat grondstofprijzen zijn de voorbij maanden in prijs gedaald. Het aantal producten dat een hoger dan gemiddelde inflatie kent, neemt sinds de zomer af. Ook de inflatieverwachtingen van de ondernemingen dalen licht, volgens andere enquêtes van de Nationale Bank.

Uitdovende loonprijsspiraal

De Nationale Bank ziet ondanks de forse stijging van de kosten geen risico op een loonprijsspiraal. Dat komt omdat de bedrijven de kostenstijging slechts voor gemiddeld 50 procent doorrekenen aan de klant. "Dat zorgt ervoor dat de loonprijsspiraal zal uitdoven als de kostendruk afneemt", zegt Geert Langenus.

Dat gemiddelde van 50 procent verbergt wel grote verschillen tussen bedrijven en sectoren. Vooral de kleinere bedrijven hebben het moeilijker om de kostenstijging door te rekenen. "Kleinere bedrijven hebben minder prijsmacht, terwijl de grotere bedrijven vaker over prijsherzieningsclausules beschikken die hen toelaten kosten vlotter door te rekenen", zegt Peter Reusens, econoom van de Nationale Bank. Vooral de kleinere ondernemingen lijken dus het kind van de rekening van deze crisis. Ze worden geconfronteerd met een relatief hogere stijging van de kosten, terwijl ze die kosten moeilijker kunnen doorrekenen. Het resultaat is dat de winstmarges van de kleinere bedrijven zwaar onder druk staan, met de landbouw, de horeca en de detailhandel als de zwaarst getroffen sectoren.

In samenwerking met verschillende werkgeversorganisaties organiseerde de Nationale Bank van 26 tot 28 september een enquête bij de ondernemingen om te polsen hoe ze het economische klimaat inschatten en hoe ze reageren op de scherpe stijging van de energie- en de loonprijzen. Ruim 3.000 bedrijven vulden de vragenlijst volledig in. "De resultaten wijzen op een relatief korte en ondiepe recessie in de tweede helft van dit jaar en het eerste kwartaal van 2023", zegt Geert Langenus, econoom van de Nationale Bank.De ondernemingen zijn nochtans best somber. Ongeveer een derde van de bedrijven is van plan de productie terug te schroeven. In het vierde kwartaal gaat het om een productiedaling van 7 procent. De bedrijven verwijzen naar de sterke stijging van de energie- en de loonkosten als verklaring. Vooral de hogere loonkosten vormen een spelbreker. Voor 60 procent van de ondernemingen is de stijging van de loonkosten een obstakel voor de productie, tegenover 35 procent in het voorjaar. De hoge energiekosten spelen 55 procent van de bedrijven parten. Opvallend is dat de problemen met de aanvoerketens stilaan oplossen. Nog 20 procent van de bedrijven heeft daar last van, tegenover 35 procent in het voorjaar. In de loop van 2023 zien de bedrijven wel een geleidelijk herstel van hun productie.Lees verder onder de video (reportage kanaal Z)De bedrijven zijn ook van plan hun investerings- en aanwervingsbeleid bij te spijkeren. De geplande investeringen dalen met liefst 24 procent. Er is ook weinig opbeurend nieuws voor de arbeidsmarkt. De volgende zes maanden verwachten de bedrijven de tewerkstelling met 35.000 banen terug te schroeven. De tijdelijke werkloosheid kan een buffer vormen, want ongeveer de helft van de bedrijven verwacht de volgende zes maanden gebruik te maken van die steunmaatregel. Het is echter afwachten of die sombere plannen realiteit worden. "De bedrijven kampen met veel onzekerheid en hebben daardoor de neiging in deze enquêtes de realiteit somberder in te schatten dan ze is. Het ondernemersvertrouwen is gedaald, maar ligt nog een stuk boven de dieptepunten van de Grote Recessie in 2009 of de coronacrisis van 2020", zegt Geert Langenus.De Nationale Bank polste ook in welke mate de bedrijven de stijging van de kosten doorrekenen aan hun klanten. Die kostenstijging is immens. Over de voorbije twaalf maanden ging het om een stijging met gemiddeld 63 procent. Ook voor de volgende zes maanden wordt nog rekening gehouden met een kostenstijging van 50 procent. "Dat nog heel wat inflatiedruk in de pijplijn zit, is voor ons het meest verrassende resultaat van de enquête. De kosteninflatie zal ook de volgende maanden hardnekkig hoog zijn", zegt Geert Langenus.Een van de redenen is dat de bedrijven de energieschok nog niet volledig gevoeld hebben. Een pak bedrijven geniet nog bescherming van energiecontracten met een vaste prijs, maar die bescherming dooft gestaag uit. Daarnaast mogen er nog een pak loonindexeringen verwacht worden die de loonkosten verder omhoog jagen. Toch is er ook goed nieuws aan het inflatiefront. Heel wat grondstofprijzen zijn de voorbij maanden in prijs gedaald. Het aantal producten dat een hoger dan gemiddelde inflatie kent, neemt sinds de zomer af. Ook de inflatieverwachtingen van de ondernemingen dalen licht, volgens andere enquêtes van de Nationale Bank. De Nationale Bank ziet ondanks de forse stijging van de kosten geen risico op een loonprijsspiraal. Dat komt omdat de bedrijven de kostenstijging slechts voor gemiddeld 50 procent doorrekenen aan de klant. "Dat zorgt ervoor dat de loonprijsspiraal zal uitdoven als de kostendruk afneemt", zegt Geert Langenus.Dat gemiddelde van 50 procent verbergt wel grote verschillen tussen bedrijven en sectoren. Vooral de kleinere bedrijven hebben het moeilijker om de kostenstijging door te rekenen. "Kleinere bedrijven hebben minder prijsmacht, terwijl de grotere bedrijven vaker over prijsherzieningsclausules beschikken die hen toelaten kosten vlotter door te rekenen", zegt Peter Reusens, econoom van de Nationale Bank. Vooral de kleinere ondernemingen lijken dus het kind van de rekening van deze crisis. Ze worden geconfronteerd met een relatief hogere stijging van de kosten, terwijl ze die kosten moeilijker kunnen doorrekenen. Het resultaat is dat de winstmarges van de kleinere bedrijven zwaar onder druk staan, met de landbouw, de horeca en de detailhandel als de zwaarst getroffen sectoren.