Na een uitzonderlijke groei dit jaar van 55.000 banen, verwacht de Nationale Bank (NBB) ook in 2017, 2018 en 2019 een groei van de werkgelegenheid in ons land met in totaal 120.000 jobs. Dat blijkt uit de najaarsprognoses van de NBB. Bij de overheid daalt de werkgelegenheid voor het eerst in bijna twintig jaar.

Een 'grand cru'. Zo omschreef NBB-gouverneur Jan Smets de arbeidsmarkt dit jaar. Die uitzonderlijke banengroei heeft ons land te danken aan de maatregelen de voorbije jaren om de competitiviteit op te trekken, zoals de loonmatiging en de indexsprong.

Maar ook de drie volgende jaren groeit de werkgelegenheid, vooral door de aantrekkende economie. Weliswaar iets minder krachtig, maar nog steeds goed voor in totaal 120.000 jobs, voorspelt de Nationale Bank. Extra banen komen er vooral bij in de privésector, in het bijzonder in de industrie en de dienstensectoren.

Opvallend: bij de overheid daalt de werkgelegenheid, als gevolg van de bezuinigingen, in de periode 2017 tot 2019 met 6.000 banen. Dat is voor het eerst in bijna twintig jaar, blijkt uit het verslag van de Nationale Bank. Die groei van de werkgelegenheid is groter dan de groei van de beroepsbevolking, wat moet resulteren in een dalende werkloosheidsgraad: van 8,2 procent in 2016 tot naar verwachting 7,6 procent in 2019. Eind 2019 zouden er 56.000 werkzoekenden minder moeten zijn dan in 2015.

De uitzonderlijke banengroei dit jaar is vooral het gevolg van het beleid van loonkostenmatiging. In de periode 2013 tot 2016 daalde daardoor de loonkost, maar ook de productiviteit daalde. De komende drie jaar gaat de Nationale Bank uit van een stijgende productiviteit en een opverende loonkost: er is opnieuw een stijgend effect van de indexering en ook de lonen zelf zouden weer gaan toenemen. In 2018 en 2019 zouden de lonen met telkens een procent omhoog gaan.

De Nationale Bank houdt hier een wel een belangrijke slag om de arm. In die prognoses is immers nog geen rekening gehouden met de nieuwe loonwet, die weinig manoeuvreerruimte geeft aan vakbonden en werkgevers en weinig uitzicht op veel extra loon. (Belga/BO)

Na een uitzonderlijke groei dit jaar van 55.000 banen, verwacht de Nationale Bank (NBB) ook in 2017, 2018 en 2019 een groei van de werkgelegenheid in ons land met in totaal 120.000 jobs. Dat blijkt uit de najaarsprognoses van de NBB. Bij de overheid daalt de werkgelegenheid voor het eerst in bijna twintig jaar.Een 'grand cru'. Zo omschreef NBB-gouverneur Jan Smets de arbeidsmarkt dit jaar. Die uitzonderlijke banengroei heeft ons land te danken aan de maatregelen de voorbije jaren om de competitiviteit op te trekken, zoals de loonmatiging en de indexsprong. Maar ook de drie volgende jaren groeit de werkgelegenheid, vooral door de aantrekkende economie. Weliswaar iets minder krachtig, maar nog steeds goed voor in totaal 120.000 jobs, voorspelt de Nationale Bank. Extra banen komen er vooral bij in de privésector, in het bijzonder in de industrie en de dienstensectoren. Opvallend: bij de overheid daalt de werkgelegenheid, als gevolg van de bezuinigingen, in de periode 2017 tot 2019 met 6.000 banen. Dat is voor het eerst in bijna twintig jaar, blijkt uit het verslag van de Nationale Bank. Die groei van de werkgelegenheid is groter dan de groei van de beroepsbevolking, wat moet resulteren in een dalende werkloosheidsgraad: van 8,2 procent in 2016 tot naar verwachting 7,6 procent in 2019. Eind 2019 zouden er 56.000 werkzoekenden minder moeten zijn dan in 2015. De uitzonderlijke banengroei dit jaar is vooral het gevolg van het beleid van loonkostenmatiging. In de periode 2013 tot 2016 daalde daardoor de loonkost, maar ook de productiviteit daalde. De komende drie jaar gaat de Nationale Bank uit van een stijgende productiviteit en een opverende loonkost: er is opnieuw een stijgend effect van de indexering en ook de lonen zelf zouden weer gaan toenemen. In 2018 en 2019 zouden de lonen met telkens een procent omhoog gaan. De Nationale Bank houdt hier een wel een belangrijke slag om de arm. In die prognoses is immers nog geen rekening gehouden met de nieuwe loonwet, die weinig manoeuvreerruimte geeft aan vakbonden en werkgevers en weinig uitzicht op veel extra loon. (Belga/BO)