De Nationale Bank van België heeft het contracyclische bufferpercentage vastgelegd op 0,5 procent voor het derde kwartaal van 2019. Dat betekent dat voor de hele Belgische banksector een extra buffer van ongeveer 1 miljard euro wordt aangelegd. De uitvoering ervan wordt bindend op 1 juli 2020, aangezien de uitvoeringstermijn één jaar bedraagt.

Het gaat om een tijdelijke buffer die wordt aangelegd in de opgaande fase van de kredietcyclus, zodat de banken de nodige ruimte hebben om kredietverliezen op te vangen in de neergaande fase van de kredietcyclus.

De preventieve maatregel brengt mee dat de financiële instellingen een groter minimumdeel van de eigen fondsen moeten bewaren om eventuele kredietverliezen te kunnen opvangen.

Volgens de NBB zou deze maatregel geen verstorende effecten mogen hebben op de prijszetting van de kredieten of op de beschikbaarheid ervan voor de Belgische economie, gezien de huidige solvabiliteitspositie van de Belgische banken en het relatief beperkte opgelegde bufferpercentage.

De buffers worden onmiddellijk vrijgegeven in geval van een financiële schok. Als de systeemrisico's afnemen en de cyclus omslaat, worden de buffervereisten opnieuw versoepeld tot 0 procent.

De contracyclische kapitaalbuffer van 0,5 procent werd overigens al begin juni aangekondigd in het kader van het Financial Stability Report 2019.

Lees meer toelichting in Toezichthouder krijgt de banken niet in het gareel

Lees ook: 'Banken zijn de lessen van 2008 vergeten'