De Belgische banken hebben de coronacrisis tot nu relatief goed doorstaan. Het royale steunbeleid dat de overheid voerde om bedrijven en gezinnen door de crisis te loodsen, zette ook de banken gedeeltelijk uit de wind. De kredietverliezen bleven relatief beperkt, de winsten hielden behoorlijk stand en de kapitaalbuffers dikten zelfs aan. Daarom zijn nu de banken aan de beurt om de economie een handje te helpen, zeker als straks de steunmaatregelen uitdoven. "Banken moeten gebruikmaken van de financiële ruimte om het economisch herstel op beslissende wijze te ondersteunen", zegt Jean Hilgers, directeur van de Nationale Bank verantwoordelijk voor het macroprudentieel toezicht.
...

De Belgische banken hebben de coronacrisis tot nu relatief goed doorstaan. Het royale steunbeleid dat de overheid voerde om bedrijven en gezinnen door de crisis te loodsen, zette ook de banken gedeeltelijk uit de wind. De kredietverliezen bleven relatief beperkt, de winsten hielden behoorlijk stand en de kapitaalbuffers dikten zelfs aan. Daarom zijn nu de banken aan de beurt om de economie een handje te helpen, zeker als straks de steunmaatregelen uitdoven. "Banken moeten gebruikmaken van de financiële ruimte om het economisch herstel op beslissende wijze te ondersteunen", zegt Jean Hilgers, directeur van de Nationale Bank verantwoordelijk voor het macroprudentieel toezicht.De banken hebben al een grote rol gespeeld in het crisisbeheer, vooral door bedrijven en gezinnen uitstel te geven om hun schulden af te lossen. In het begin van de crisis hebben ook heel wat ondernemingen extra bankkrediet opgenomen, om omzetverlies op te vangen en reserves aan te leggen. Daarmee is de kous niet af voor de banken. Nu moeten ze ook het herstel alle kansen geven, vraagt de Nationale Bank. "De banken kunnen dat doen door de kredietverlening aan gezonde bedrijven op peil te houden of zelfs uit te breiden. Het is ook belangrijk dat de banken kredietverliezen snel erkennen. De crisis wordt korter, als verliezen snel uit het systeem verdwijnen", zegt Jean Hilgers.De banken kunnen een sleutelrol in het herstel spelen, omdat hun winstgevendheid vorig jaar relatief op peil bleef. De Belgische banken boekten vorig jaar 4,3 miljard euro winst, tegenover 6,1 miljard in 2019. Dat leverde een rendement van 6 procent op het eigen vermogen op, wat gegeven de omstandigheden een opsteker is. De daling van de winstgevendheid bleef beperkt, omdat de banken slechts voor 3,1 miljard euro provisies opzijzetten voor slechte leningen. Het steunbeleid van de regering voorkwam grotere kredietverliezen. De rente-inkomsten, de belangrijkste bron van inkomsten, staan door de aanhoudende lage rentevoeten onder druk en kalfden af van 14,6 naar 14,2 miljard euro. "Zicht- en spaardeposito's blijven een belangrijke bron van stabiele financiering. We raden de banken daarom aan om voorzichtig te zijn met het aanrekenen van negatieve rentevoeten op deposito's. Dat kan een bron van instabiliteit zijn", zegt Jean Hilgers.Lees verder onder de videoDe Belgische banken hebben ook speelruimte omdat ze heel goed gekapitaliseerd zijn. Ze beschikken over een kapitaalbuffer van 82 miljard euro, 27 miljard euro meer dan de kapitaalbuffer van 55 miljard euro die de toezichthouders als minimum eisen. In 2019 beschikten de banken over 20 miljard euro 'vrij' kapitaal. Dat is te danken aan de geboekte winsten, de ingehouden dividenden en soepeler kapitaaleisen door de toezichthouder. De crisis zette dat kapitaalbeleid op zijn kop. "Voor de coronacrisis probeerden we vooral een te uitbundige kredietverlening af te remmen. Sinds de coronacrisis is onze grootste bekommernis om de kredietverlening op peil te houden. Voor de crisis bouwden we buffers op, nu moet daar gebruik van gemaakt worden", zegt Jean Hilgers.De banken hebben dus armslag, zowel om de kredietstroom aan de economie op peil te houden, als om kredietverliezen te erkennen en te absorberen. "De dynamiek van het herstel hangt onder meer af in welke mate de banken levensvatbare bedrijven met een hoge schuldenlast door de crisis loodsen, via een herstructurering van de schulden of via een gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden. Banken hebben de ruimte om dat te doen. Ze mogen niet aarzelen om een deal te maken met hun klanten. Dat is ook in hun eigen belang. Als banken hun klanten proactief door de crisis helpen, daalt het aantal faillissementen en wanbetalingen", zegt Jean Hilgers. Wellicht zullen straks nog heel wat levensvatbare ondernemingen aankloppen voor een schuldherschikking, zeker als de steunmaatregelen uitdoven. Ongeveer 10 procent van de ondernemingen die solvabel was voor de crisis, was dat eind 2020 niet meer. In de zwaarst getroffen sectoren geldt dat zelfs voor ruim 20 procent van de ondernemingen. De Nationale Bank vraagt banken daarom om voorzichtig te blijven met dividenduitkeringen.De coronacrisis leert ook een aantal lessen voor niet-bancaire instellingen, zoals investeringsfondsen. Omdat deze sector, in tegenstelling tot die van de banken, veel minder gereguleerd is, verloopt een groter deel van de kredietverlening via deze fondsen. De risico's vluchten dus weg uit het licht van de toezichthouders naar de schaduw van de weinig gereglementeerde fondsen. "Dat is zorgwekkend omdat de banksector kredieten geeft aan de niet-bancaire sector en dus nauw verweven blijft met de risico's die daar genomen werden. Dat hebben we onder meer gezien toen het investeringsfonds Archegos over de kop ging", zegt Jean Hilgers.