Vorig jaar groeide de Belgische economie met 1,2 procent. Dat is minder dan het eurogemiddelde van 1,7 procent, en dat is vooral te wijten een relatief krachteloos jaarbegin. De aanslagen van 22 maart 2016 hadden een negatieve impact van ongeveer 0,2 procent op de groei. "Niettemin bleek de economische expansie, die de twee voorgaande jaren rond de 1,5 procent had geschommeld, vrij robuust te zijn", stelt de Nationale Bank in haar jaarverslag 2016.
...

Vorig jaar groeide de Belgische economie met 1,2 procent. Dat is minder dan het eurogemiddelde van 1,7 procent, en dat is vooral te wijten een relatief krachteloos jaarbegin. De aanslagen van 22 maart 2016 hadden een negatieve impact van ongeveer 0,2 procent op de groei. "Niettemin bleek de economische expansie, die de twee voorgaande jaren rond de 1,5 procent had geschommeld, vrij robuust te zijn", stelt de Nationale Bank in haar jaarverslag 2016.Volgens gouverneur Jan Smets is de Belgische economie op weg naar meer groei. "De opleving is deels het gevolg van het onderliggende herstel maar heeft ook te maken met een aantal maatregelen die de concurrentiepositie van onze ondernemingen moet versterken", zegt Smets. "De effecten van de indexsprong, de taxshift en de lastenverlaging laten zich voelen."De vertaalt zich vooral in de banencreatie. Het aantal loontrekkenden nam in 2016 met 45.000 eenheden toe. Als we er het stijgende aantal zelfstandigen bijnemen, nam de totale werkgelegenheid netto met 59.000 jobs toe. Dat waren er 17.000 meer dan in 2015. Opvallend is dat het vooral om banen in de privésector en in conjunctuurgevoelige sectoren gaat. Bij de overheid en in het onderwijs is de banengroei (+1000 in 2016) zo goed als stilgevallen.De banencreatie overtrof de groei van de beroepsbevolking zodat de werkloosheid met 26.000 eenheden terugliep. Voor het eerst sinds 2000 daalde ook de werkloosheid bij de 50-plussers. De werkzaamheidsgraad van de 55-plussers ligt nu al boven 45 procent. Tien jaar geleden was dan nog goed 30 procent. Toch wijst de Nationale Bank erop dat de werkloosheid "onaanvaardbaar hoog" blijft, aangezien in 2016 nog gemiddeld 553.000 werkzoekenden werden geteld. De werkloosheidsgraad bedroeg toen 8 procent.Maar volgens Jan Smets mag er nog niet op de lauweren worden gerust. De herwonnen concurrentiekracht moet worden geconsolideerd. De nieuwe, strengere wet op de loonnorm die de Belgische loonkostevolutie onder controle moet houden kan daarbij helpen."Maar een adequate loonvorming is niet voldoende om de concurrentiekracht te vrijwaren. Ook de inflatie speelt een rol." Die ligt in België met 1,8 procent een stuk hoger dan in de buurlanden. Door de automatische loonindexering wordt die hoge inflatie in ons land snel doorgerekend in de lonen en kan de loonkostenhandicap op die manier opnieuw oplopen. De hoge inflatie is volgens de Nationale Bank een gevolg van de verhoging van de indirecte belastingen die onder de taxshift vallen én van de hoge inflatie in de dienstensector. Een van de redenen van die hoge diensteninflatie zou het gebrek aan concurrentie en correcte prijszetting in de dienstensector zijn.De Nationale Bank wijst er verder op dat de concurrentiebevorderende maatregelen niet voldoende zijn om het groeipotentieel te verhogen. Daarnaast moet worden ingezet op een verhoging van de productiviteit en moeten meer 55-plussers aan de slag. Een ander pijnpunt is dat er in België - in vergelijking met andere landen - weinig nieuwe bedrijven worden opgericht, "al is er onlangs een kentering ten goede vastgesteld. De creatie van nieuwe bedrijven is in opmars en de stap naar zelfstandige arbeid wordt vaker gemaakt."Jan Smets wijst verder op de noodzaak de vennootschapsbelasting te hervormen. Ook in de sanering van de overheidsfinanciën moet de federale regering een versnelling hoger schakelen. Want 2016 was voor de overheidsfinanciën eigenlijk een verloren jaar. Het begrotingstekort liep op van 2,5 procent van het bbp in 2015 tot 2,8 procent. De overheidsontvangsten daalden (onder andere een gevolg van de taxshift die niet volledig is gefinancierd) en de uitgaven namen licht toe, onder andere door uitzonderlijke uitgaven voor de terreurbestrijding en de opvang van asielzoekers. Het primaire saldo (de ontvangsten min de uitgaven zonde de rentelasten) ging voor het eerst sinds jaren opnieuw in het rood (-0,1% van het bbp). De staatsschuld steeg van 105,8 procent van het bbp naar 106,6 procent.Om de overheidsfinanciën te saneren roept Jan Smets op vooral de uitgaven te beperken: "Die zijn nog altijd te hoog, niet alleen in vergelijking met de toestand voor de crisis maar ook in vergelijking met de meest geavanceerde economieën, zonder dat daar een betere dienstverlening tegenover staat."