Net zoals vorig jaar staat het grootste deel van de Vlamingen neutraal ten opzichte van de digitale meter om het elektriciteits- en aardgasverbruik te meten (van 35 naar 33 procent). Opvallend is dat het aandeel dat (zeer) negatief staat ten opzichte van de technologie aanzienlijk gestegen is, van 22 procent vorig jaar naar 30 procent dit jaar. "Vooral zonnepaneeleigenaars hebben het hier moeilijk mee", licht VREG-topman Pieterjan Renier toe. "De komst van de digitale meter betekent immers dat er een einde komt aan de terugdraaiende teller, wat voor sommige zonnepaneeleigenaars een financiële domper kan betekenen." De toename van het aantal huishoudens dat gekant is tegen de digitale meter, is waarschijnlijk dan ook het gevolg van de vernietiging van het principe van de terugdraaiende teller voor eigenaars van zonnepanelen begin dit jaar. Intussen werkte de Vlaamse regering een overgangsregeling uit: zonnepaneeleigenaars met een analoge teller kunnen de digitale meter weigeren tot 2025. Voorts maakt de VREG in zijn rapport onder meer de balans op van de energieprijzen. Aangezien de enquêtes in juni en juli werden afgenomen, is het effect van de momenteel historisch hoge energieprijzen nog niet in de resultaten te zien. In juli was de elektriciteitsprijs voor een gemiddeld gezin op jaarbasis met 15,4 procent gestegen (tot 1.001,38 euro) en de prijs van aardgas met liefst 53,9 procent (tot 1.380,25 euro). Omdat de prijzen in coronajaar 2020 uitzonderlijk laag waren, is het volgens de VREG correcter om de vergelijking met juli 2019 te maken. In dat geval bedragen de prijstoenames respectievelijk 7,2 en 26,7 procent. Tot slot blijkt onder meer nog dat gezinnen in juli op jaarbasis gemiddeld 180 euro konden besparen door te wisselen van elektriciteitsleverancier en gemiddeld zelfs 273 euro door een contract af te sluiten met een andere aardgasleverancier. (Belga)

Net zoals vorig jaar staat het grootste deel van de Vlamingen neutraal ten opzichte van de digitale meter om het elektriciteits- en aardgasverbruik te meten (van 35 naar 33 procent). Opvallend is dat het aandeel dat (zeer) negatief staat ten opzichte van de technologie aanzienlijk gestegen is, van 22 procent vorig jaar naar 30 procent dit jaar. "Vooral zonnepaneeleigenaars hebben het hier moeilijk mee", licht VREG-topman Pieterjan Renier toe. "De komst van de digitale meter betekent immers dat er een einde komt aan de terugdraaiende teller, wat voor sommige zonnepaneeleigenaars een financiële domper kan betekenen." De toename van het aantal huishoudens dat gekant is tegen de digitale meter, is waarschijnlijk dan ook het gevolg van de vernietiging van het principe van de terugdraaiende teller voor eigenaars van zonnepanelen begin dit jaar. Intussen werkte de Vlaamse regering een overgangsregeling uit: zonnepaneeleigenaars met een analoge teller kunnen de digitale meter weigeren tot 2025. Voorts maakt de VREG in zijn rapport onder meer de balans op van de energieprijzen. Aangezien de enquêtes in juni en juli werden afgenomen, is het effect van de momenteel historisch hoge energieprijzen nog niet in de resultaten te zien. In juli was de elektriciteitsprijs voor een gemiddeld gezin op jaarbasis met 15,4 procent gestegen (tot 1.001,38 euro) en de prijs van aardgas met liefst 53,9 procent (tot 1.380,25 euro). Omdat de prijzen in coronajaar 2020 uitzonderlijk laag waren, is het volgens de VREG correcter om de vergelijking met juli 2019 te maken. In dat geval bedragen de prijstoenames respectievelijk 7,2 en 26,7 procent. Tot slot blijkt onder meer nog dat gezinnen in juli op jaarbasis gemiddeld 180 euro konden besparen door te wisselen van elektriciteitsleverancier en gemiddeld zelfs 273 euro door een contract af te sluiten met een andere aardgasleverancier. (Belga)