Sinds 15 juli 2018 kunnen werknemers die minstens vier vijfde werken, zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerden tot 500 euro per maand bijverdienen in het verenigingsleven of met occasionele klusjes bij particulieren. De maatregel blijkt populair te zijn. Na één maand maakten 553 mensen al gebruik van het nieuwe systeem. Tot op vandaag zijn er in totaal 8.086 burgers die onbelast bijverdienen. Volgens minister De Block kent het "plussen" alleen maar voordelen. "Kleine klusjes voor een buurman of in een vereniging hebben een groot maatschappelijk belang. Zo komen mensen met elkaar in contact en het versterkt het sociaal weefsel." Daarnaast is het ook een oplossing tegen te zware belastingen op occasionele inkomsten en te veel administratie. In het verenigingsleven profiteert vooral de sportsector van het nieuwe statuut. Veel mensen gaan bijvoorbeeld helpen of werken bij activiteiten van sportclubs (70 procent) of geven sportinitiaties (6,8 procent). Ook tussen particulieren staan sportlessen op plaats 1 met 21 procent. Andere populaire activiteiten van burger tot burger zijn kleine onderhoudswerkzaamheden (19 procent) en hulp voor zorgbehoevende personen (17 procent). "De sportsector was al jarenlang vragende partij voor een nieuw en eenvoudig vergoedingssysteem", verklaart De Block het succes van "plussen" bij sportclubs. (Belga)

Sinds 15 juli 2018 kunnen werknemers die minstens vier vijfde werken, zelfstandigen in hoofdberoep en gepensioneerden tot 500 euro per maand bijverdienen in het verenigingsleven of met occasionele klusjes bij particulieren. De maatregel blijkt populair te zijn. Na één maand maakten 553 mensen al gebruik van het nieuwe systeem. Tot op vandaag zijn er in totaal 8.086 burgers die onbelast bijverdienen. Volgens minister De Block kent het "plussen" alleen maar voordelen. "Kleine klusjes voor een buurman of in een vereniging hebben een groot maatschappelijk belang. Zo komen mensen met elkaar in contact en het versterkt het sociaal weefsel." Daarnaast is het ook een oplossing tegen te zware belastingen op occasionele inkomsten en te veel administratie. In het verenigingsleven profiteert vooral de sportsector van het nieuwe statuut. Veel mensen gaan bijvoorbeeld helpen of werken bij activiteiten van sportclubs (70 procent) of geven sportinitiaties (6,8 procent). Ook tussen particulieren staan sportlessen op plaats 1 met 21 procent. Andere populaire activiteiten van burger tot burger zijn kleine onderhoudswerkzaamheden (19 procent) en hulp voor zorgbehoevende personen (17 procent). "De sportsector was al jarenlang vragende partij voor een nieuw en eenvoudig vergoedingssysteem", verklaart De Block het succes van "plussen" bij sportclubs. (Belga)