Slechts 8,5 procent van de actieve Belgen gaat met tegenzin naar het werk. De overgrote meerderheid is dus best tevreden, en één op de drie doet zijn werk met hart en ziel. Dat blijkt uit de Trends-enquête die peilt naar welzijn op het werk en waarover u in dit nummer alles leest. Het is één groot pleidooi voor een modern hr-beleid, waarin autonomie en persoonlijke groei centraal staan. Voldoende reden om er eens uitgebreid bij stil te staan.

Trends organiseerde de enquête bij een duizendtal actieve Belgen, in aanloop naar de Trends Impact Awards van 30 november. Dan bekronen we voor het eerst bedrijven en projecten die een grote impact hebben op onze maatschappij en/of onze leefomgeving. Welzijn - op het werk en daarnaast - speelt daarin een cruciale rol. Daarom hebben we de werkende Belg daarover ondervraagd. De enquête over welzijn is het tweede deel van een drieluik, naast mobiliteit (Trends van vorige week) en duurzaamheid in de bedrijfswereld (volgende week).

Het is geweldig om te lezen dat meer dan 90 procent best tevreden is met zijn of haar werk. Toch word je soms ook van je sokken geblazen. Eén op de vijf zegt een burn-out te hebben gehad. Nog eens één op de tien liet het niet zo ver komen, maar zocht tijdig hulp. Dat zijn zeer veel mensen, hoewel we hier niet altijd praten over een officiële diagnose, maar ook over een gevoel. Burn-out is de term die we het vaakst gebruiken voor allerlei mentale klachten verbonden aan het werk. Dat gaat van het vage idee uitgeblust te zijn tot een regelrechte depressie en alles daartussen. In ons hoofd dekt de vlag 'burn-out' vaak een hele lading.

Meer autonomie in het werk is meer passie voor het werk.

Als je dieper in de cijfers graaft, wordt het nog interessanter. Goesting, passie, werken met hart en ziel vind je opvallend vaak terug bij de ondervraagde CEO's (bijna driekwart) en zelfstandigen (meer dan de helft). Loontrekkenden werken veel minder vaak met hart en ziel. De cijfers lezen als één groot pleidooi voor meer autonomie. Echte zelfstandigen zijn hun eigen baas, stippelen zelf de lijnen uit en hebben een hoge graad van autonomie. Daar worden ze gelukkig van. Tegelijk hoeft autonomie geen monopolie voor zelfstandigen of leidinggevenden te zijn. Als ik terugkijk op dertig jaar journalistiek - in loondienst of niet - ben ik alleen ongelukkig geweest op momenten dat mijn autonomie in het gedrang kwam. En als leidinggevende werk ik het liefst samen met mensen die niet alleen meer autonomie nastreven, maar er ook mee kunnen omgaan.

Autonomie creëren, gaat immers niet vanzelf. Er zijn genoeg mensen voor wie het eerder een last dan een lust is. Anderen zeggen wel meer vrijheid te willen, maar weten niet zo goed hoe ermee om te gaan. Het is maatwerk. "Autonomie moet je in kleine stapjes leren", zegt Murielle Machiels, academisch directeur aan Solvay Business School in Trends van deze week. Waar ligt de mogelijke valkuil? "Met meer autonomie wil je bewijzen dat je het vertrouwen waard bent en je job aan kan. Dus begin je meer te werken omdat je het gevoel hebt dat dit de enige manier is om je job goed te doen." Pas als het hele plaatje klopt, neemt de passie toe en vermindert de kans op burn-outs.

Er is dus ruimte voor verbetering. Gezonde arbeidsrelaties, met meer autonomie en zingeving, belangen iedereen aan. Op bedrijfsniveau zou het zowaar een interesseveld kunnen zijn waar werkgevers en vakbonden elkaar op een volwassen manier vinden. De bonden zou het kunnen afleiden van de klassenstrijd die ze vaak nog voeren, terwijl die al lang gestreden is. De bedrijven hebben nood aan meer mensen die met passie, energie en goesting werken. Meer autonomie voor wie er klaar voor is, zou een zegen zijn. Voor het mentale welzijn van ons allemaal en als antwoord op de war for talent die onverminderd woedt.

Slechts 8,5 procent van de actieve Belgen gaat met tegenzin naar het werk. De overgrote meerderheid is dus best tevreden, en één op de drie doet zijn werk met hart en ziel. Dat blijkt uit de Trends-enquête die peilt naar welzijn op het werk en waarover u in dit nummer alles leest. Het is één groot pleidooi voor een modern hr-beleid, waarin autonomie en persoonlijke groei centraal staan. Voldoende reden om er eens uitgebreid bij stil te staan. Trends organiseerde de enquête bij een duizendtal actieve Belgen, in aanloop naar de Trends Impact Awards van 30 november. Dan bekronen we voor het eerst bedrijven en projecten die een grote impact hebben op onze maatschappij en/of onze leefomgeving. Welzijn - op het werk en daarnaast - speelt daarin een cruciale rol. Daarom hebben we de werkende Belg daarover ondervraagd. De enquête over welzijn is het tweede deel van een drieluik, naast mobiliteit (Trends van vorige week) en duurzaamheid in de bedrijfswereld (volgende week). Het is geweldig om te lezen dat meer dan 90 procent best tevreden is met zijn of haar werk. Toch word je soms ook van je sokken geblazen. Eén op de vijf zegt een burn-out te hebben gehad. Nog eens één op de tien liet het niet zo ver komen, maar zocht tijdig hulp. Dat zijn zeer veel mensen, hoewel we hier niet altijd praten over een officiële diagnose, maar ook over een gevoel. Burn-out is de term die we het vaakst gebruiken voor allerlei mentale klachten verbonden aan het werk. Dat gaat van het vage idee uitgeblust te zijn tot een regelrechte depressie en alles daartussen. In ons hoofd dekt de vlag 'burn-out' vaak een hele lading. Als je dieper in de cijfers graaft, wordt het nog interessanter. Goesting, passie, werken met hart en ziel vind je opvallend vaak terug bij de ondervraagde CEO's (bijna driekwart) en zelfstandigen (meer dan de helft). Loontrekkenden werken veel minder vaak met hart en ziel. De cijfers lezen als één groot pleidooi voor meer autonomie. Echte zelfstandigen zijn hun eigen baas, stippelen zelf de lijnen uit en hebben een hoge graad van autonomie. Daar worden ze gelukkig van. Tegelijk hoeft autonomie geen monopolie voor zelfstandigen of leidinggevenden te zijn. Als ik terugkijk op dertig jaar journalistiek - in loondienst of niet - ben ik alleen ongelukkig geweest op momenten dat mijn autonomie in het gedrang kwam. En als leidinggevende werk ik het liefst samen met mensen die niet alleen meer autonomie nastreven, maar er ook mee kunnen omgaan. Autonomie creëren, gaat immers niet vanzelf. Er zijn genoeg mensen voor wie het eerder een last dan een lust is. Anderen zeggen wel meer vrijheid te willen, maar weten niet zo goed hoe ermee om te gaan. Het is maatwerk. "Autonomie moet je in kleine stapjes leren", zegt Murielle Machiels, academisch directeur aan Solvay Business School in Trends van deze week. Waar ligt de mogelijke valkuil? "Met meer autonomie wil je bewijzen dat je het vertrouwen waard bent en je job aan kan. Dus begin je meer te werken omdat je het gevoel hebt dat dit de enige manier is om je job goed te doen." Pas als het hele plaatje klopt, neemt de passie toe en vermindert de kans op burn-outs. Er is dus ruimte voor verbetering. Gezonde arbeidsrelaties, met meer autonomie en zingeving, belangen iedereen aan. Op bedrijfsniveau zou het zowaar een interesseveld kunnen zijn waar werkgevers en vakbonden elkaar op een volwassen manier vinden. De bonden zou het kunnen afleiden van de klassenstrijd die ze vaak nog voeren, terwijl die al lang gestreden is. De bedrijven hebben nood aan meer mensen die met passie, energie en goesting werken. Meer autonomie voor wie er klaar voor is, zou een zegen zijn. Voor het mentale welzijn van ons allemaal en als antwoord op de war for talent die onverminderd woedt.