Iedere maand stellen we een wetenschapper voor wiens werk belangrijk kan worden voor de economie.
...

Waarom moet u deze onderzoeker kennen? In haar geprezen boek Wat bomen ons vertellen leest Valerie Trouet de geschiedenis van de mensheid aan de hand van jaarringen. Boomwetenschap heet in academische kringen dendrochronologie. En Trouet heeft als boomwetenschapper faam gemaakt. Zo zat ze bij het team dat ergens in Griekenland de oudste boom van Europa ontdekte. Nochtans was de keuze voor haar vakgebied eerder toeval. Ze zou bio-ingenieur studeren en kwam bij het zoeken naar een thesisonderwerp terecht bij een project voor jaarringenonderzoek van bossen in Tanzania. "Ik had toen nauwelijks gehoord van dendrochronologie, maar veldwerk in Tanzania vond ik wel aanlokkelijk", blikt ze terug. "Bij mijn terugkeer heeft de smaak van het onderzoek mij echt te pakken gekregen. Hout bestuderen onder een microscoop bleek ik fantastisch te vinden. Dus schreef ik een doctoraatsvoorstel, kreeg een beurs en voor je het weet ben je dan doctor in de dendrochronologie." Waarover gaat haar onderzoek? De jongste jaren zoekt Trouet de grenzen van haar vakgebied op, en positioneert ze zich duidelijker als een klimaatwetenschapper. Haar onderzoek naar de samenhang tussen de jaarlijkse sneeuwval in de Sierra Nevada en de frequentie van de Californische bosbranden, is daarvan een voorbeeld. En dat geldt ook voor het onderzoek waarmee ze aantoonde dat in de kleine IJstijd het middeleeuwse Europa warmer was dan de rest van de wereld. "Hoe enthousiast ik ook over hout kan praten, voor mij is dendrochronologie een methode om wetenschappelijke vragen te beantwoorden", vertelt ze. "Mijn onderzoek focust op het gebruik van dendrochronologie bij de reconstructie van het klimaat van de jongste 2000 jaar en op de impact van de klimaatsverandering op bossen." Is ze internationaal gerenommeerd? Trouet is een vaak geciteerde wetenschapper. Na een paar jaar als onderzoeker in Zwitserland, werkt ze nu aan de universiteit van Arizona. Dat is zowat het mekka van de dendrochronologie. "In Tucson is ons vakgebied ook ontstaan", vertelt ze. "Ons departement alleen telt hier twaalf professoren. Maar dendrochronologie is een relatief klein vakgebied. Er zijn wereldwijd een paar duizend onderzoekers mee bezig. In die wereld, en in het grotere vakgebied van de paleoklimatologie, ben ik niet onbekend, omdat ik al wel een stuk of vijftien papers in Nature en Science heb kunnen publiceren. Mijn renommee is minder groot als je mijn naamsbekendheid in het vakgebied van de klimaatwetenschappers aftoetst. Dat is nu eenmaal veel groter." Zijn er economische toepassingen? Ze is niet bezig met het opbouwen van een octrooiportefeuille of het uitbouwen van een spin-off. "Maar dat wil niet zeggen dat er uit de economische sfeer geen interesse is in mijn onderzoek", vertelt Trouet. "Onze studie van de evolutie van de sneeuwval in de Sierra Nevada trok de aandacht van watermaatschappijen, investeerders en beleidsmakers. Dat is ook logisch, want de economische impact van de klimaatsverandering komt in alle vormen. Wat wij doen, heeft dus zeker economische relevantie." Ook voor het aanplanten van bossen, wat nu zelfs tot in Saudi-Arabië gehypet wordt, is het onderzoek van Trouet relevant. De vraag waar welke bomen het best groeien en hoe ze langdurig koolstof opslaan, is belangrijk bij de keuze van de boomsoorten. "Ons klimaat zal er over honderd jaar helemaal anders uitzien", zegt ze. "Moeten we dan bomen planten die nu snel groeien, of juist bomen die in het klimaat van de toekomst kunnen overleven?" Waar komt de inspiratie vandaan? Voor de bomenvrouw is vreemd genoeg de woestijn een belangrijke inspiratiebron. Maar ook de bergen. Eigenlijk is het stadsmeisje een natuurmens geworden, lacht ze. Maar waarom is ze dan klimaatonderzoeker? "Ik word graag uitgedaagd om problemen op te lossen. Hoe groter en belangrijker die problemen zijn, hoe fijner ik het vind. En de klimaatverandering is nu eenmaal een van belangrijkste problemen waar de mensheid mee kampt."