De sociale partners - verenigd in de groep van tien - konden maandagnacht na uren onderhandelen een ontwerpakkoord daarover afkloppen. Daar moeten ze later nog mee naar de regering en hun achterban. Belangrijk voor de vakbonden is de verhoging van de minimumlonen, weliswaar in stappen. Die worden in een eerste fase (april 2022) opgetrokken naar ruim 1.700 euro, wat voor sommige werknemers neerkomt op een bruto loonsverhoging van 76 euro per maand. Netto hopen de vakbonden dat van die opslag zo'n 90 procent zal overblijven. In twee latere fases (2024 en 2026) komt daar telkens 35 euro bruto bij. Maar netto moeten de mensen dan meer overhouden: de sociale partners mikken op telkens 50 euro. De regering moet dat laatste wel ondersteunen met extra fiscale maatregelen. Ook over de eindeloopbanen raakten bonden en werkgevers het eens. SWT, het vroegere brugpensioen, blijft ook voor bedrijven in moeilijkheden mogelijk en dit vanaf 60 jaar. Een eis van het ABVV om die leeftijd te laten zakken, haalde het dus niet. Wie op SWT gaat, moet tot 62 jaar beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt, of een loopbaan van 42 jaar kunnen voorleggen. Oudere werknemers kunnen ook in landingsbanen stappen: een vorm van tijdskrediet - halftijds of vier vijfde - om langer aan de slag te kunnen blijven . Dat zal kunnen vanaf 55 jaar. Belangrijk voor de werkgevers is dat er meer flexibiliteit komt, in de vorm van overuren. De corona-overuren, in het leven geroepen tijdens de coronacrisis voor sectoren die het erg druk hadden, worden herdoopt tot relance-uren. Ze zullen worden uitgebreid naar alle bedrijven en alle sectoren, zodat tot eind 2022 120 extra uren vrijwillig overwerk mogelijk worden aan een fiscaal erg gunstig regime voor zowel werknemers als werkgevers. Er komt tenslotte meer tijd voor de gelijktrekking van de aanvullende pensioenen voor arbeiders en bedienden. In plaats van 2025 wordt dat 2030. Opvallend: een stuk van de toekomstige loonmarges (0,1 procent) zal worden besteed aan die harmonisering. (Belga)

De sociale partners - verenigd in de groep van tien - konden maandagnacht na uren onderhandelen een ontwerpakkoord daarover afkloppen. Daar moeten ze later nog mee naar de regering en hun achterban. Belangrijk voor de vakbonden is de verhoging van de minimumlonen, weliswaar in stappen. Die worden in een eerste fase (april 2022) opgetrokken naar ruim 1.700 euro, wat voor sommige werknemers neerkomt op een bruto loonsverhoging van 76 euro per maand. Netto hopen de vakbonden dat van die opslag zo'n 90 procent zal overblijven. In twee latere fases (2024 en 2026) komt daar telkens 35 euro bruto bij. Maar netto moeten de mensen dan meer overhouden: de sociale partners mikken op telkens 50 euro. De regering moet dat laatste wel ondersteunen met extra fiscale maatregelen. Ook over de eindeloopbanen raakten bonden en werkgevers het eens. SWT, het vroegere brugpensioen, blijft ook voor bedrijven in moeilijkheden mogelijk en dit vanaf 60 jaar. Een eis van het ABVV om die leeftijd te laten zakken, haalde het dus niet. Wie op SWT gaat, moet tot 62 jaar beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt, of een loopbaan van 42 jaar kunnen voorleggen. Oudere werknemers kunnen ook in landingsbanen stappen: een vorm van tijdskrediet - halftijds of vier vijfde - om langer aan de slag te kunnen blijven . Dat zal kunnen vanaf 55 jaar. Belangrijk voor de werkgevers is dat er meer flexibiliteit komt, in de vorm van overuren. De corona-overuren, in het leven geroepen tijdens de coronacrisis voor sectoren die het erg druk hadden, worden herdoopt tot relance-uren. Ze zullen worden uitgebreid naar alle bedrijven en alle sectoren, zodat tot eind 2022 120 extra uren vrijwillig overwerk mogelijk worden aan een fiscaal erg gunstig regime voor zowel werknemers als werkgevers. Er komt tenslotte meer tijd voor de gelijktrekking van de aanvullende pensioenen voor arbeiders en bedienden. In plaats van 2025 wordt dat 2030. Opvallend: een stuk van de toekomstige loonmarges (0,1 procent) zal worden besteed aan die harmonisering. (Belga)