Als de Egyptenaren een rijke oogst hadden, waren ze hun grote leiders dankbaar. Dankzij het goddelijke leiderschap van de farao's was er weer volop eten voor iedereen. Je kon feestvieren, dividenden uitbetalen in de vorm van een nog grotere piramide. Die dankbaarheid was wel wat asymmetrisch. Viel de oogst tegen, dan mocht je de grote leiders - in de hemel of op aarde - niet te luid vervloeken, want hun wraak zou weleens vreselijk kunnen zijn. Fijne leiders, zou ik zeggen. Zoek de schuld bij jezelf: je hebt de goden onvoldoende aanbeden, onvoldoende geofferd. Het is nooit hun schuld, altijd de jouwe.

Nu weten we dat de oogsten in het oude Egypte door veel factoren werden bepaald, maar niet door de inspiratie van de grote leiders. De ambitie van hun zelfverheerlijking maakte wel een verschil voor de vorm en de grootte van de piramides. Farao's wisten dat ze tijdig aan hun grote bouwwerk moesten beginnen, want niets is zo zielig als er het bijltje bij neerleggen terwijl je piramide nog maar halverwege is. Dat klinkt vreemd. Maar denk even terug aan de vorige president van de Verenigde Staten. Al wat economisch goed ging, daar kon je Donald Trump het best dankbaar voor zijn. Zo dankbaar dat wie hem niet eeuwig als president wilde, een misdadiger (lees: communist) moest zijn, een dommerik, in de ban van de valse liberale media. Tientallen miljoenen Amerikanen, vele zenders en soms zelfs een zakenkrant - The Wall Street Journal - geloofden dat soort onzin.

Leiderschap blijft een misverstand.

Soms maken radicale inspirators wel een groot verschil. Zonder Nelson Mandela meer conflicten in Zuid-Afrika. Zonder Steve Jobs geen tweede en derde doorbraak voor Apple. Zonder Fernand Huts geen Katoen Natie, en zonder Marc Coucke geen Omega Pharma. Maar dat zijn uitzonderingen. Je kunt prachtige resultaten boeken zonder uitgesproken leiderschap. Of is het blijvende succes van Apple echt toe te schrijven aan Tim Cook? Is het succes van het Belgische voetbal echt vooral toe te schrijven aan een Spaanse trainer? Is het succes van de Antwerpse haven echt toe te schrijven aan Bart De Wever? Nee toch.

Dat geldt ook omgekeerd. Wijzen puinhopen bijna automatisch op een gebrek aan leiderschap? Ik betwijfel het. Neem het management van de coronacrisis. Bepaald succesvol is die niet, in bijna geen enkel land. Eilanden doen het beter. Bevorderen eilanden misschien knap leiderschap? De crisis is nu eenmaal te complex. Hoe vaak heb ik niet gehoord: 'Dat zou bij Jean-Luc Dehaene niet mogelijk zijn geweest!' Maar die man struikelde over een veel kleinere, grotendeels imaginaire crisis: de dioxinecrisis. Een machtige corrupte leider kan een bedrijf of een land wel te gronde richten. Maar gaat het dan om de leider of om het gebrek aan sterke structuren en culturen om die tijdig af te blokken?

Het leiderschap van een toevallig aanwezige leider maakt weleens een verschil, maar het is vooral omgekeerd: we zien resultaten, of het gebrek eraan, en roepen: 'Goed (of slecht) leiderschap!' Net zoals de Egyptenaren. Ik heb het belangrijkste managementboek van deze eeuw gelezen: Good to Great van Jim Collins. Hij bewijst wetenschappelijk dat nederig leiderschap dé verklarende factor is voor blijvend succes. Helaas is ondertussen al duidelijk geworden dat het boek vol inspirerende verhalen en pittige anekdotes staat, en is geschreven in een zelfverzekerde taal, maar het zijn methodologische nonsens. Het verband tussen succes en leiderschap is af en toe weleens voorzichtig aangetoond, vooral voor extreme gevallen, maar het boek van Collins blinkt vooral uit door zijn wetenschappelijke leugenachtigheid en trapt met open ogen in de val van de Egyptenaren. De oogst is groot, dus hebben de goden ons geleid. De oogst is mager, dus hebben wij onvoldoende ons best gedaan.

Als de Egyptenaren een rijke oogst hadden, waren ze hun grote leiders dankbaar. Dankzij het goddelijke leiderschap van de farao's was er weer volop eten voor iedereen. Je kon feestvieren, dividenden uitbetalen in de vorm van een nog grotere piramide. Die dankbaarheid was wel wat asymmetrisch. Viel de oogst tegen, dan mocht je de grote leiders - in de hemel of op aarde - niet te luid vervloeken, want hun wraak zou weleens vreselijk kunnen zijn. Fijne leiders, zou ik zeggen. Zoek de schuld bij jezelf: je hebt de goden onvoldoende aanbeden, onvoldoende geofferd. Het is nooit hun schuld, altijd de jouwe. Nu weten we dat de oogsten in het oude Egypte door veel factoren werden bepaald, maar niet door de inspiratie van de grote leiders. De ambitie van hun zelfverheerlijking maakte wel een verschil voor de vorm en de grootte van de piramides. Farao's wisten dat ze tijdig aan hun grote bouwwerk moesten beginnen, want niets is zo zielig als er het bijltje bij neerleggen terwijl je piramide nog maar halverwege is. Dat klinkt vreemd. Maar denk even terug aan de vorige president van de Verenigde Staten. Al wat economisch goed ging, daar kon je Donald Trump het best dankbaar voor zijn. Zo dankbaar dat wie hem niet eeuwig als president wilde, een misdadiger (lees: communist) moest zijn, een dommerik, in de ban van de valse liberale media. Tientallen miljoenen Amerikanen, vele zenders en soms zelfs een zakenkrant - The Wall Street Journal - geloofden dat soort onzin. Soms maken radicale inspirators wel een groot verschil. Zonder Nelson Mandela meer conflicten in Zuid-Afrika. Zonder Steve Jobs geen tweede en derde doorbraak voor Apple. Zonder Fernand Huts geen Katoen Natie, en zonder Marc Coucke geen Omega Pharma. Maar dat zijn uitzonderingen. Je kunt prachtige resultaten boeken zonder uitgesproken leiderschap. Of is het blijvende succes van Apple echt toe te schrijven aan Tim Cook? Is het succes van het Belgische voetbal echt vooral toe te schrijven aan een Spaanse trainer? Is het succes van de Antwerpse haven echt toe te schrijven aan Bart De Wever? Nee toch. Dat geldt ook omgekeerd. Wijzen puinhopen bijna automatisch op een gebrek aan leiderschap? Ik betwijfel het. Neem het management van de coronacrisis. Bepaald succesvol is die niet, in bijna geen enkel land. Eilanden doen het beter. Bevorderen eilanden misschien knap leiderschap? De crisis is nu eenmaal te complex. Hoe vaak heb ik niet gehoord: 'Dat zou bij Jean-Luc Dehaene niet mogelijk zijn geweest!' Maar die man struikelde over een veel kleinere, grotendeels imaginaire crisis: de dioxinecrisis. Een machtige corrupte leider kan een bedrijf of een land wel te gronde richten. Maar gaat het dan om de leider of om het gebrek aan sterke structuren en culturen om die tijdig af te blokken? Het leiderschap van een toevallig aanwezige leider maakt weleens een verschil, maar het is vooral omgekeerd: we zien resultaten, of het gebrek eraan, en roepen: 'Goed (of slecht) leiderschap!' Net zoals de Egyptenaren. Ik heb het belangrijkste managementboek van deze eeuw gelezen: Good to Great van Jim Collins. Hij bewijst wetenschappelijk dat nederig leiderschap dé verklarende factor is voor blijvend succes. Helaas is ondertussen al duidelijk geworden dat het boek vol inspirerende verhalen en pittige anekdotes staat, en is geschreven in een zelfverzekerde taal, maar het zijn methodologische nonsens. Het verband tussen succes en leiderschap is af en toe weleens voorzichtig aangetoond, vooral voor extreme gevallen, maar het boek van Collins blinkt vooral uit door zijn wetenschappelijke leugenachtigheid en trapt met open ogen in de val van de Egyptenaren. De oogst is groot, dus hebben de goden ons geleid. De oogst is mager, dus hebben wij onvoldoende ons best gedaan.