Je zult maar CEO zijn van een bedrijf waarvan de grootste aandeelhouder je op het matje roept omdat je wél waakt over de toekomst van de onderneming. Dat is wat Dominique Leroy vorige week overkwam. Als CEO van Proximus moet ze het telecombedrijf klaarstomen voor een digitale toekomst, maar omdat het noodzakelijke transformatieplan botste met de regeringsleuze 'jobs jobs, jobs', en dus met de belangen van haar meerderheidsaandeelhouder, kreeg ze het verzoek haar huiswerk opnieuw te maken. Leroy is kordaat en slim genoeg om dat advies verticaal te klasseren. Want als er kritiek is op haar plan, dan luidt die dat de transformatie te traag en nog niet ver genoeg gaat.
...

Je zult maar CEO zijn van een bedrijf waarvan de grootste aandeelhouder je op het matje roept omdat je wél waakt over de toekomst van de onderneming. Dat is wat Dominique Leroy vorige week overkwam. Als CEO van Proximus moet ze het telecombedrijf klaarstomen voor een digitale toekomst, maar omdat het noodzakelijke transformatieplan botste met de regeringsleuze 'jobs jobs, jobs', en dus met de belangen van haar meerderheidsaandeelhouder, kreeg ze het verzoek haar huiswerk opnieuw te maken. Leroy is kordaat en slim genoeg om dat advies verticaal te klasseren. Want als er kritiek is op haar plan, dan luidt die dat de transformatie te traag en nog niet ver genoeg gaat. Hoelang houdt Dominique Leroy dat nog vol? Meer nog: wie wil deze baan nog? Je kunt als CEO van Proximus niet winnen als je én veel moet investeren én een royaal dividend moet uitbetalen én de herstructurering tot een minimum moet beperken én rekening moet houden met extra concurrentie die je eigen aandeelhouder wil organiseren. Je kunt ook als overheid niet winnen als je verzuipt in de belangenconflicten en een bedrijf als Proximus gijzelt met een politieke agenda. De overheid verkoopt daarom het beste tot de laatste euro alle participaties in overheidsbedrijven in sectoren die ze aan de markt kan overlaten. Verkoop dus die belangen in Proximus, Belfius en bpost. Over de timing kun je discussiëren, maar verkoop ze zodra de belastingbetaler een fatsoenlijke prijs krijgt. Marc Raisière als CEO van Belfius en Koen Van Gerven als CEO van bpost weten hoe Leroy zich voelt. Ook zij moeten op eieren lopen. Belfius heeft nog veel huiswerk om zijn rendement op te trekken tot een niveau dat een interessante waardering mogelijk maakt, terwijl de overheid verlekkerd kijkt naar het dividend en geen zin heeft in een sociaal bloedbad. Ook Koen Van Gerven moet zich om identieke redenen langzaam haasten om het postbedrijf digital proof te maken. Zelfs Chris Peeters, de CEO van de hoogspanningsnetbeheerder Elia, moet trappen en omzien. De gemeenten, die behoren tot de grootste aandeelhouders, hebben de neiging een dividendstroom te verkiezen boven investeringen in de toekomst, wat al breuklijnen trok door de raad van bestuur van Elia. Het heeft natuurlijk ook voordelen om terug te kunnen vallen op een aandeelhouder die de macht heeft het leed te verzachten door de spelregels te buigen. Zo zou Dominique Leroy zoete broodjes kunnen bakken met de overheid. Proximus zou bijvoorbeeld het transformatieplan wat kunnen afzwakken. In ruil maakt de overheid geen haast met een vierde operator, of krijgt Proximus straks van de regulator aantrekkelijke tarieven als het glasvezelnetwerk opengesteld wordt voor de concurrentie. Deze regering speelde het spel tot vorige week correct. Ze respecteerde ook de autonomie van Proximus en andere overheidsbedrijven. Maar dat is geen garantie dat de volgende federale regering dat ook doet. Autonome overheidsbedrijven zijn zoals centrale banken. Ze zijn onafhankelijk tot ze dat niet meer zijn. De economie wordt er niet beter van als de overheid rechter en partij is op de markt. De overheid kan zich het beste beperken tot een correct toezicht op de markten en tot de creatie van een kader dat ondernemingen, de economie en de maatschappij de kans geeft zich snel aan te passen. De creatie van een groeivriendelijk kader is al moeilijk genoeg voor de overheid. Als de arbeidsmarkt voldoende soepel is, als de kloof tussen werken en niet werken voldoende groot is, als er voldoende kansen én prikkels bestaan om zich bij te scholen, zowel voor mensen met een baan als zonder een baan, dan hoeft de overheid niet bang te zijn voor het transformatieplan van Leroy. Als de regering wel bang is voor grote ontslagrondes, dan geeft ze impliciet toe dat er nog heel veel werk op de plank ligt. Er is haast bij. Samen met de versnelde digitalisering wordt in de samenleving ook de breuklijn tussen winnaars en verliezers groter. Het grote drama zijn niet de veranderingen, maar de moeilijkheden die de bedrijven hebben om te kunnen veranderen. Beste overheid, laat Leroy haar werk doen, en doe zelf het uwe.