Als de coronacrisis al voordelen heeft, dan is dit er één van: de digitale transformatie gaat opeens bliksemsnel in sectoren waar die in het verleden vaak traag verliep. Dat is het geval in de kunstwereld, waar veel musea en galeries tot voor kort alleen maar een website hadden. De lockdown, die leidt tot fors inkomstenverlies, heeft heel wat musea en galeries hardhandig wakkergeschud.
...

Als de coronacrisis al voordelen heeft, dan is dit er één van: de digitale transformatie gaat opeens bliksemsnel in sectoren waar die in het verleden vaak traag verliep. Dat is het geval in de kunstwereld, waar veel musea en galeries tot voor kort alleen maar een website hadden. De lockdown, die leidt tot fors inkomstenverlies, heeft heel wat musea en galeries hardhandig wakkergeschud. Galeries ontwikkelen in ijltempo onlinekijkzalen, waarin de bezoeker digitaal kan rondwandelen om kunst te kopen. Grote spelers zoals David Zwirner en Gagosian hebben sinds 2017 en 2018 al digitale viewingrooms, met professioneel gemaakte video's en achtergrondinformatie over de werken die ze in de aanbieding hebben. Maar veel galeries in het middensegment schieten nu pas in actie. Zo filmde de Antwerpse galerie Tim Van Laere de gesloten tentoonstelling van Tal R, zodat geïnteresseerden toch kunnen kijken en kopen. Grote Belgische galeries zoals Xavier Hufkens en Zeno X hebben nog geen online 360 gradenbeleving. Nieuwe spelers, zoals MLF in Brussel, sluiten zich aan bij Artland, een onlineplatform waarop galeries hun tentoonstellingen kunnen archiveren, zowel met foto's als met 360 gradentours. De digitale transitie gebeurt nog veel sneller bij de beurzen, waarvan er door de coronacrisis veel geannuleerd of verplaatst zijn, zoals Frieze New York, Art Brussels en Art Cologne. De kunstbeurs Art Dubai werd wel afgeblazen, maar liep wel online. Entreegeld hoefde de kunstliefhebber niet te betalen, het volstond in te loggen voor een digitale beurservaring. Die bestond niet alleen uit galeries en hun koopwaar, Art Dubai streamde ook een lezingenreeks over actuele thema's in de kunstwereld, zoals de impact van het coronavirus. Ook de eerste online-editie van Art Basel Hong Kong liep onlangs af. De belangrijkste beurs voor moderne en hedendaagse kunst van Azië heeft haar exposanten na de annulatie maar deels terugbetaald. Het ontwikkelde een digitaal platform, waarop kopers best wel actief waren. Hoewel er geen onlinevernissage was, golden wel de vipprivileges op de e-beurs: belangrijke verzamelaars kregen de eerste twee dagen exclusieve toegang, daarna kon het grote publiek rondstruinen langs de 233 galeries, die elk een tiental werken voorschotelden in hun gestandaardiseerde viewingroom. De meesten afficheerden hun prijzen open en bloot, enkele toonden een prijsvork. De onlinekunsthandel is veel transparanter over prijzen dan de fysieke kunstbeurzen, waar de koopdrempel door het prijs-op-aanvraagbeleid hoger ligt. Onlinekunstbeurzen zijn niet nieuw. De eerste vond in 2011 plaats: de VIP Art Fair, een samenwerking tussen New Yorkse galeriehouders en Silicon Valley-ondernemers. De programmeurs deden die onlinekunstbeurs lijken op een computerspelletje: de beursbezoekers liepen als een avatar rond in virtuele beursstands, waarin werken waren opgehangen. Via het platform waren netwerking en virtuele ontmoetingen mogelijk, maar die zagen er nogal houterig en geforceerd uit. Alsof voetbalmakelaars over contracten zouden onderhandelen in het Playstation-spel FIFA. Intussen zijn digitale kunstbeurzen volwassen geworden en hebben ze absoluut bestaansrecht. En belangrijker nog: verzamelaars zijn het intussen gewoon zelfs dure kunstwerken van achter hun computer te kopen, via een onlinekunstbeurs of Instagram, of via pdf's die de galeries en de veilinghuizen rondsturen als preview van hun aankomende kunstevenementen. Bij de musea is het een andere zaak. Door de coronacrisis moesten ze de deuren sluiten, met enorme inkomstenverliezen tot gevolg. Het Metropolitan Museum of Art in New York verwacht een deficit van 100 miljoen dollar. Het Centre Pompidou in Parijs berekende dat het 1,2 miljoen euro per maand misloopt aan ticketinkomsten en meer dan 600.000 euro aan inkomsten van de museumshop en het restaurant. "En dan is het nog de vraag hoe de mecenassen zullen reageren op deze crisis", aldus het museum. Belangrijke tentoonstellingen werden geannuleerd of afgebroken, zoals die over Jan Van Eyck in het Museum voor Schone Kunsten in Gent. De blockbuster naar aanleiding van Rafaëls 500ste sterfdag in Rome ging drie dagen na de opening op slot, die van Warhol in Tate in Londen na zes dagen. Het retrospectief over Christo in het Centre Pompidou is nooit opengegaan: het museum sloot de dag vóór de langverwachte première. Een budgettaire ramp, los van al het voorbereidende werk dat zomaar verdampt. Tentoonstellingen openhouden tot na de crisis is meestal onhaalbaar door de complexe regelingen en verzekeringen voor de bruiklenen. Dus zetten musea hun digitale tools in om hun expo's toch toegankelijk te maken. Meteen vallen de verschillen tussen de instellingen op. Van de Rafael-expo is online niets te beleven, maar de Van Eyck-expo is sinds kort wel een onlinerondleiding beschikbaar. En terwijl Madrid zwaar is getroffen door het coronavirus, kan de bezoeker zowel de expo over portretkunst ten tijde van Rembrandt als de vaste collectie van het Museo Thyssen-Bornemisza digitaal bezoeken. De onlinetour navigeert gemakkelijk en veel werken kun je supergedetailleerd bekijken. In België hebben lang niet alle tijdelijke tentoonstellingen een digitale poot. Het Museum M in Leuven lanceerde wel een virtuele tour door de expo van Nel Aerts. De tentoonstellingen die de afgelopen tijd in het museum liepen, zoals die over Pieter Vermeersch en de beeldsnijdersfamilie Borman, zijn nog virtueel te herbezoeken. Dat is best een aangename ervaring, al kan je niet naar de audiogids luisteren én tegelijk de werken in de expo bekijken. Het STAM in Gent heeft een achttal digitale expo's op zijn website staan. Het indrukwekkendst is het virtuele rondje dat de bezoeker kan lopen op de Wereldtentoonstelling in Gent in 1913: die tool overstijgt de zaalervaring ruimschoots. De Vlaamse radiozender Klara startte met een interessant initiatief: op de website kunnen kunstliefhebbers sinds kort digitaal rondkuieren op grote internationale expo's van Belgische kunstenaars, zoals die van Luc Tuymans in het Palazzo Grassi in Venetië en die van Léon Spilliaert in de Royal Academy in Londen. Een mooi idee, maar helaas overstijgt de bezoekervaring het Google Maps-gevoel niet: de 360 gradencamera vervormt de werken op een storende manier. En van echt dichtbij kan je de kunstwerken niet bekijken, zodat je nooit een echte museumervaring hebt. Dan is het beter de catalogus te kopen. Zijn die digitale expo's dan wel een alternatief voor een fysieke tentoonstelling? Hoe beklijvend kunnen ze zijn, als ze zich beperken tot zaalgezichten in virtual reality? Het is onwaarschijnlijk dat kunstliefhebbers evenveel tijd uittrekken om die expo's online te bekijken als in het echt. Daar zijn de interfaces van de meeste virtuele tours nog te houterig voor. Rondlopen voelt niet natuurlijk aan. Zaalteksten lezen kan ook niet, maar dat is niet de bedoeling: je krijgt vaak duiding via aparte tekstjes en video- of geluidsfragmenten. Echt interessant wordt het pas als musea loskomen van de 360 gradengezichten. Een mooi voorbeeld is het digitale deel van het retrospectief over Gerhard Richter in The Met Breuer in New York: hier zie je geen gefilmde zaalshots, wel filmpjes, vergelijkingsmateriaal en interactieve tools die de carrière van de kunstenaar helder toelichten. Een cultuurliefhebber heeft daar meer aan dan langs vervormde schilderijen te navigeren. Wie online niet per se een tijdelijke expo wil inhalen, kan in de coronaquarantaine ook gewoon de vaste collectie van een groot museum bekijken. Google Arts and Culture lanceerde in 2016 een platform dat gratis onlinetoegang geeft tot de belangrijkste internationale musea. Wie de app downloadt, kan onder meer virtueel rondwandelen in het Rijksmuseum in Amsterdam, de Hermitage in Sint-Petersburg, de Uffizi in Firenze, het British Museum in Londen, het JP Getty Museum in Los Angeles, het Kunsthistorisches Museum in Wenen, en het Metropolitan Museum en het Guggenheim in New York. In het British Museum in Londen voelt de onlinenavigatie in de zalen nogal harkerig aan, waardoor de kijker nooit echt een museumgevoel krijgt. Interessanter is de Museum of the World-applicatie van die instelling, die geen wandeling door de fysieke zalen faket, maar een interactieve tijdslijn tot leven brengt met collectiestukken. Je scrolt dwars door continenten en tijdsvakken, aan de hand van kunstobjecten die in thematische clusters geordend zijn. Bij elk object is er een woordje uitleg én een link naar andere collectie-items. Dat is boeiender en leerrijker dan doelloos door de zalen scrollen. De website van het British Museum vaart alleszins wel bij de coronacrisis: het instituut meldde dat in de laatste tweeënhalve week het aantal bezoekers is verdubbeld tot bijna 1 miljoen. En opvallend: de meeste bezoekers komen uit Italië. Pure verveling of een primitieve behoefte aan cultuur?