"Een bocht van 180 graden." "Een keerpunt weg van het pacifisme." De Duitse pers schuwde de grote woorden niet nadat bondskanselier Olaf Scholz vorige zondag had bekendgemaakt dat Duitsland dit jaar nog 100 miljard euro extra vrijmaakt voor militaire investeringen. De beslissing is een reactie op de Russische inval in Oekraïne. Tegen 2024 wil de coalitie van sociaaldemocraten, liberalen en groenen minstens 2 procent van het Duitse bruto binnenlands product (bbp) besteden aan defensie, waarmee het land eindelijk de NAVO-doelstelling zou halen. In euro's van vandaag is dat 80 miljard euro. Vorig jaar bedroegen de defensie-uitgaven van de oosterburen 1,5 procent van het bbp, in 2014 amper meer dan 1 procent.
...

"Een bocht van 180 graden." "Een keerpunt weg van het pacifisme." De Duitse pers schuwde de grote woorden niet nadat bondskanselier Olaf Scholz vorige zondag had bekendgemaakt dat Duitsland dit jaar nog 100 miljard euro extra vrijmaakt voor militaire investeringen. De beslissing is een reactie op de Russische inval in Oekraïne. Tegen 2024 wil de coalitie van sociaaldemocraten, liberalen en groenen minstens 2 procent van het Duitse bruto binnenlands product (bbp) besteden aan defensie, waarmee het land eindelijk de NAVO-doelstelling zou halen. In euro's van vandaag is dat 80 miljard euro. Vorig jaar bedroegen de defensie-uitgaven van de oosterburen 1,5 procent van het bbp, in 2014 amper meer dan 1 procent. "Dat jaar was al een keerpunt, zonder veel animo weliswaar", legt defensie-expert Alexander Mattelaer (VUB, Egmont Institute) uit. "Toenmalig bondskanselier Angela Merkel ging ermee akkoord meer te investeren in defensie. Sinds vorige zondag is het een topprioriteit voor Duitsland. Bondskanselier Scholz kwam heel scherp uit de hoek. Hooggeplaatste militairen hadden de dagen voordien gewaarschuwd dat de Bundeswehr een probleem heeft en dat de staat van paraatheid te wensen overliet. Tel daarbij dat de politieke klasse niet langer koos voor een economisch partnerschap met Rusland, en in één week vond een drastische koerswijziging plaats." Niet alleen Washington, maar ook de Europese buren onthaalden de Duitse beslissing op applaus, buurland Frankrijk op kop. Parijs ergert zich aan het Duitse getreuzel in een paar gezamenlijke militaire projecten. Het SCAF-programma van Frankrijk, Duitsland en Spanje voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie gevechtsvliegtuigen komt maar niet op kruissnelheid. Hetzelfde geldt voor het MGCS-project (Main Ground Combat System), dat een nieuwe Franse-Duitse gevechtstank ontwikkelt. Twee tanks worden vervangen: de Duitse Leopard 2 en de Franse Leclerc. Het programma is al in 2012 opgestart, maar zou pas in 2035 leiden tot de eerste ingebruikname. De vertraging heeft te maken met onenigheid over de bedrijven die betrokken worden bij de ontwikkeling. Frankrijk wil een samenwerking tussen het eigen Nexter en het Duitse Krauss-Maffei Wegmann. De Duitsers wilden er met Rheinmetall een extra eigen bedrijf bij betrekken. "Ik verwacht nu in eerste instantie dat Duitsland snel enkele aankopen zal doen", zegt Alexander Mattelaer. "De Tornado-gevechtsvliegtuigen worden wellicht vervangen door de Amerikaanse F-35, die ook België heeft aangekocht. Het SCAF-programma is niet afgevoerd, maar zal misschien pas tegen 2040 operationeel zijn. Een versnelling in de ontwikkeling van het MGCS-panterprogramma verwacht ik wel." Behalve in Duitsland staat ook in andere Europese NAVO-lidstaten een verhoging van de militaire uitgaven op de agenda. België blijft niet achter. Minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) kondigde in januari een hoop nieuwe militaire investeringen aan. In haar Star-plan (kort voor security, technology, ambition, resilience) wordt voortgeborduurd op de geplande extra investeringen van 9 miljard euro die de regering-Michel heeft afgeklopt. Daar komt 10 miljard euro bovenop, gespreid over bijna tien jaar. In 2016 bedroegen de defensie-uitgaven 0,91 procent van het bbp. Tegen 2030 zal dat 1,54 procent zijn, of bijna 7 miljard euro. Daarmee zit België nog niet aan de NAVO-doelstelling van 2 procent van het bbp. Moet ons land na de Duitse beslissing om het budget op te trekken nu ook niet versnellen? "De druk zal toenemen, en niet enkel in België", zegt Alexander Mattelaer. "Ons land stond op het punt aansluiting te vinden bij de middenmoot van de Europese NAVO-landen die geen kernmacht zijn, maar dat peloton zal nu opnieuw versnellen. Het optrekken van het budget door de regering-De Croo is een compromis. Uit academische hoek hadden we gepleit voor 1,7 procent van het bbp aan defensie-uitgaven. Uiteindelijk is het wat minder geworden." "We staan nog maar aan het begin van een proces", voorspelt Herman Matthijs, defensie-expert en hoogleraar overheidsfinanciën aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). "Nog voor de Russische inval besloot een toenemend aantal NAVO-lidstaten hun defensie-uitgaven te verhogen, net door die dreiging uit het oosten. Het gaat om een inhaalbeweging, nadat jarenlang is bespaard op defensie. De defensie-uitgaven van 11 van de 29 NAVO-landen zitten boven 2 procent van het bbp. Dat percentage zal nog stijgen, al blijven de Europese landen de zwakke schakel in de NAVO." Op het bestellijstje van de federale regering staan nieuwe helikopters, modernere artillerie en antiraketsystemen. Ook wil Defensie 10.000 extra militairen aanwerven. Door het grote aantal beroepsmilitairen dat de komende jaren met pensioen gaat, dreigt een personeelstekort. De bedoeling is dat tegen 2030 29.000 Belgen voor defensie werken, tegenover 25.000 vandaag. Hogere lonen en betere carrièrekansen moeten jongeren over de streep trekken. Bovendien zouden voor defensie 15 procent burgers werken, tegenover 5 procent vandaag. Matthijs: "Dat is in lijn met wat andere NAVO-lidstaten doen. De marine en de luchtmacht staan sterk, op de grond is dat een stuk minder. Daar zal een serieuze inspanning gebeuren, niet enkel in materieel, maar ook in manschappen. Voor België betekent dat een uitbreiding van de twee landmachtbrigades in Leopoldsburg en Marche-en-Famenne. Er zijn ook meer middelen nodig voor een volwaardige brigade paracommando's. De Amerikanen, de Britten en in mindere mate de Fransen zijn momenteel de enige NAVO-landen die uitgebreid landtroepen kunnen inzetten." De geplande militaire uitgaven zijn voor de man en de vrouw in de straat geen ver-van-mijn-bed-show. Ze hebben grote gevolgen voor de begroting. Duitsland, waarvoor een begroting in evenwicht jarenlang een obsessie was, legde vorig jaar door de coronapandemie een deficit van 3,7 procent van het bbp voor. Met de militaire uitgaven erbij zit een daling er niet direct in. Voor België is de situatie nog ingewikkelder. Het structurele begrotingstekort bedraagt de komende jaren 4 procent van het bbp en de overheidsuitgaven blijven boven 50 procent hangen. Extra militaire uitgaven zullen de begroting voor jaren bezwaren. Ter vergelijking: toen België aan het einde van de Koude Oorlog in 1990 nog meer dan 2 procent van het bbp uitgaf aan defensie, bedroegen de overheidsuitgaven 40 procent van het bbp. Maar er is ook een positief aspect aan de extra militaire investeringen. Ze kunnen aanzienlijke overloopeffecten hebben voor de burgerlijke economie en de groei. Dat was ook de boodschap van minister Dedonder bij de bekendmaking van het Star-plan. Ze wees op de intensievere samenwerking tussen de militaire industrie en onderzoeksinstellingen, en op de economische terugverdieneffecten voor het onderhoud en de productie van militair materieel. De middelen voor onderzoek en ontwikkeling in defensie worden gestaag opgetrokken: van 9 miljoen euro in 2021 naar 13 miljoen in 2022. Daarna stijgen ze nog, om in 2024 boven 30 miljoen euro en in 2030 zelfs naar 140 miljoen euro te stijgen. "Door het geplande type van militaire investeringen en aankopen zullen de effecten op de gewone economie merkbaar zijn", zegt Matthijs. "Door de focus op militaire drones zullen op termijn ook meer van die toestellen worden ontwikkeld voor het gebruik in het dagelijks leven, bijvoorbeeld voor het controleren of beheren van bedrijventerreinen. Moderne onderzeedrones zullen voor de Belgische en de Nederlandse marine altijd belangrijk zijn. We zitten aan een van drukste vaarzones ter wereld. Die onderzeedrones zullen bijvoorbeeld Russische onderzeeërs moeten observeren, die almaar vaker door het Kanaal varen. Over onderzeeërs gesproken: zo'n dieselduikboot kost gemakkelijk 3 tot 4 miljard euro. Voor landen met een in verhouding kleiner defensiebudget is het natuurlijk interessanter voor die dronetechnologie te gaan." België is die weg al ingeslagen. In januari poseerde de burgemeester van Oostende, Bart Tommelein (Open Vld), trots op de foto met de verantwoordelijken van het technologiebedrijf ECA Robotics Group. Dat bedrijf zal in Oostende een nieuwe generatie maritieme drones produceren. Het maakt deel uit van een groot militair Belgisch-Nederlands contract voor de aankoop en de bouw van nieuwe mijnenjagers door het consortium Belgium Naval & Robotics. De mijnbestrijding gebeurt steeds meer robotgestuurd, en daar worden dus onbemande onderwaterdrones voor gebruikt. De droneproductie in Oostende vertegenwoordigt een investering van 10 miljoen euro en zorgt voor zeventig banen. Dat contract is geen unicum. De federale regering bestelt volgens het Star-plan vier MQ-9B SkyGuardian-drones voor verkenningsopdrachten, met een optie ze te bewapenen. Die optie zal, gezien de huidige veiligheidssituatie in Europa, wellicht genomen worden. De focus ligt op de bescherming van de NAVO-grenzen tegen mogelijke Russische agressie. Het oprichten van een aparte cybersecurity-eenheid bij Defensie past daar ook in. Minister Dedonder maakt daar 1 miljard voor vrij. Ook hier zal Defensie samenwerken met privébedrijven. "Het is logisch dat we daarin investeren", zegt Matthijs. "Je mag er niet aan denken wat er gebeurt als Poetin westerse energie- of telecomnetwerken aanvalt. Alleen rijst ook hier de vraag waar je voor defensie de geschikte mensen zult vinden. Je zult ICT'ers echt moeten overtuigen de stap te zetten, want de lonen zijn elders hoger." Wordt de economische return van een hoger defensiebudget niet overschat? Het gros van het militaire materieel koopt België bij buitenlandse bedrijven. Hoe kunnen Belgische bedrijven daar dan bij worden betrokken? De eerste F-35 gevechtsvliegtuigen die de vorige federale regering bestelde ter vervanging van de F-16, worden volgend jaar geleverd, het laatste exemplaar komt tegen het einde van het decennium aan. De vliegtuigen zijn van Amerikaanse makelij. Toch is het de bedoeling dat Belgische bedrijven meer dan een graantje meepikken van de aankoop. Zo hebben Sabca (Brussel), Asco Industries (Zaventem) en Sonaca (Gosselies) een joint venture opgericht, die onderdelen van de staartvleugels voor de F-35 mag bouwen. Ze kunnen bij herstellingen worden aangebracht. De productie van de staartvlakken is goed voor een economische return van 400 miljoen euro en 200 extra voltijdse banen. De joint venture krijgt ook 135 miljoen euro subsidies van de overheid. 400 miljoen euro return, terwijl aan de F-35 gevechtsvliegtuigen een prijskaartje van 3,5 miljard euro hangt, het is een groot verschil. Kan dan nog gesproken worden van economische compensaties? Volgens Sonaca en Sabca wel, als je de vergelijking maakt met de impact van het vorige grote vliegtuigcontract: de bestelling van F-16's in de jaren zeventig. Sonaca kreeg toen de mogelijkheid onderdelen van de staaljagers te bouwen, en Sabca haalde het onderhoudscontract binnen. Maar daar stopte het niet. Het bleek voor de twee bedrijven achteraf de opstap naar een contract in de burgerluchtvaart, als producent van onderdelen voor Airbus. Een ander voorbeeld is de aankoop van 442 pantserwagens van het type Griffon en Jaguar bij het Franse Nexter, leverbaar tussen 2025 en 2030. De wapensystemen worden geleverd door FN Herstal, en CMI verzorgt gespreid over Wallonië en Vlaanderen het onderhoud. De spanningen aan de oostgrens van de NAVO zouden kunnen betekenen dat niet alleen de Belgische defensie-uitgaven worden opgevoerd, maar ook dat andere accenten worden gelegd. Daarvan zouden Belgische bedrijven opnieuw kunnen profiteren, voor onderhoud of voor de productie van wisselstukken. "In het Star-plan van de minister van Defensie gaat veel aandacht naar de landstrijdkrachten en het versterken van de lichtere capaciteit", weet Alexander Mattelaer. "Het is mogelijk dat men dat in de toekomst bijstuurt. In het segment van het zware materieel zijn er toch nog enkele gaten. De geplande F-35-vloot is met gevechtsvliegtuigen nog relatief klein. Het voornemen om twee fregatten aan te kopen met Nederland geeft ons niet de capaciteit om altijd een fregat paraat te hebben. Daarvoor moet je er minstens drie of vier hebben. Als daarin de komende jaren meer wordt geïnvesteerd, zal dat bedrijven met zowel een militaire als burgerlijke poot in België de wind in de zeilen geven."