Volgens spoornetbeheerder Infrabel is het de zevende keer dit jaar dat de stiptheid van de reizigerstreinen op maandbasis boven de 90 procent ligt.

De stiptheid op het spoor belandde in 2018 op het laagste peil in vijf jaar: 87,2 procent over het hele jaar. September was toen een van de zwakste maanden, met een stiptheid die strandde op 83,9 procent.

Sinds begin dit jaar is er duidelijk verbetering merkbaar, meldt de spoornetbeheerder. De stiptheid lag alleen in mei en juni niét boven 90 procent. En in augustus piekte de stiptheid op 94,0 procent, het hoogste peil in vier jaar.

Het komt dan ook niet als een verrassing dat de globale stiptheid die Infrabel dit jaar gemeten heeft aanzienlijk hoger ligt dan vorig jaar: van januari tot en met augustus bedroeg die 91 procent, tegenover 88 procent in dezelfde periode vorig jaar.

Volgens de parameters van Infrabel wordt de stiptheid van het binnenlandse treinverkeer gemeten in het eindstation en - als de trein door de Brusselse Noord-Zuidverbinding rijdt - in het eerste station van die Noord-Zuidverbinding op het traject. Voor alle duidelijkheid: als de trein maximaal 6 minuten - of strikt genomen eigenlijk 5 minuten en 59 seconden - vertraging heeft, wordt die als stipt beschouwd.

Het stiptheidscijfer van 90,8 procent dat Infrabel in de verf zet, is het cijfer 'voor neutralisatie'. Maar er is ook nog een cijfer 'na neutralisatie', waarbij geen rekening gehouden wordt met de vertragingen die te wijten zijn aan grote investeringswerken en aan externe factoren. Dat percentage aan stipte treinen ligt vanzelfsprekend hoger: 93,88 procent in september.