De inflatie in de eurozone is in februari licht toegenomen tot 1,5 procent, tegenover 1,4 procent in januari. Dat blijkt vrijdag uit een raming van Eurostat, het Europese bureau voor statistiek. De inflatie werd vooral gestuwd door gestegen energieprijzen (3,5 procent) en voeding, alcohol en tabak (2,4 procent).

De Europese Centrale Bank (ECB) streeft met haar monetair beleid een inflatie na van net geen 2 procent. In december zette de ECB een punt achter het opkoopprogramma (QE) waarmee de centrale bank miljarden in de economie pompte.

Eurostat meldt vrijdag nog dat de werkloosheidsgraad in de Europese Unie in januari afgeklokt is op 6,5 procent, een daling op zowel maand- als jaarbasis (6,6 procent in december en 7,2 procent in januari 2018). Volgens het Europese statistiekbureau gaat het om de laagste werkloosheidsgraad sinds het begin van de maandelijkse statistieken in januari 2000.

In de eurozone bedroeg de werkloosheidsgraad in januari van dit jaar 7,8 procent, stabiel in vergelijking met december 2018 en een daling ten opzichte van de 8,6 procent in januari vorig jaar. Dat is nog steeds het laagste peil sinds oktober 2008.

Concreet waren er volgens de berekeningen van Eurostat 16,2 miljoen mensen werkloos in de Europese Unie in januari. In de eurozone waren dat er 12,8 miljoen. Tsjechië (2,1 procent) en Duitsland (3,2 procent) tekenden de laagste werkloosheidsgraad op tijdens de eerste maand van 2019. In Griekenland (18,5 procent in november 2018), Spanje (14,1 procent) en Italië (10,5 procent) was de werkloosheid het hoogst.