Met zes overnames in iets meer dan drie jaar gaat de uitbreiding van Incendin als een lopend vuurtje. Vanuit Tisselt, een deelgemeente van Willebroek, bouwt het aan een wereldwijde groep in brandwerend en brand bestrijdend materiaal. "Dat is een gigantische markt die jaarlijks met ruim 6 procent groeit en een wereldwijde omzet van 6,5 miljard euro vertegenwoordigt. Wij zijn daarin actief in zeer kleine nichemarkten. We hebben onze activiteiten zeer nauwkeurig gekozen. In die niches staan we technologisch sterker dan onze concurrenten."
...

Met zes overnames in iets meer dan drie jaar gaat de uitbreiding van Incendin als een lopend vuurtje. Vanuit Tisselt, een deelgemeente van Willebroek, bouwt het aan een wereldwijde groep in brandwerend en brand bestrijdend materiaal. "Dat is een gigantische markt die jaarlijks met ruim 6 procent groeit en een wereldwijde omzet van 6,5 miljard euro vertegenwoordigt. Wij zijn daarin actief in zeer kleine nichemarkten. We hebben onze activiteiten zeer nauwkeurig gekozen. In die niches staan we technologisch sterker dan onze concurrenten." CEO Joris Coppye (52) ontvouwt in Trends voor het eerst de strategie van de groep Incendin. Die heeft ambitie, en vooral ook kapitaal. Daarvoor zorgt onder meer Gimv, dat met een belang van 60,7 procent de belangrijkste aandeelhouder is. Daarnaast zijn er dertien private aandeelhouders, onder wie de CEO Joris Coppye en de eigenaars/managers van de overgenomen bedrijven. "Overnames doen is eigenlijk niet zo moeilijk. De integratie is veel moeilijker", vindt Coppye. "Daarom vinden we het belangrijk dat de verkopers mee aan boord komen. Niet zozeer omdat we daardoor minder schulden moeten aangaan voor de overnames, maar omdat we willen dat aandeelhouders zich voor de lange termijn engageren. En zeker de kernmensen van de overgenomen bedrijven." Ondanks de elkaar snel opvolgende overnames, blijft de solvabiliteit groot ( zie tabel). Het nettoresultaat kleurde wel licht rood door zware investeringen en overnamekosten. Een van die investeringen is een gloednieuwe fabriek in Tisselt, langs het kanaal Brussel-Willebroek. Een investeringsprogramma van 10 miljoen euro in nieuwe installaties is pas afgerond. In reusachtige silo's en centrifuges worden grondstoffen gemengd, als in een grote maalderij. Het fijne poeder vertrekt uiteindelijk in grote zakken, die een ton wegen, via tankwagens of containerschepen naar de klanten. De productie is grotendeels geautomatiseerd. Personeel maakt nauwelijks 6 procent van de kosten uit bij Incendin. "Onze machines draaien op technologie die we zelf ontwikkeld hebben. We moeten zowel grote volumes kunnen produceren als uiterst flexibel kunnen werken", stelt Joris Coppye. Grondstoffen staan voor bijna twee derde van de kosten. Die grondstoffen, vooral fosfaten, worden aangevoerd met schepen. De ligging van de fabriek aan het kanaal maakt dat mogelijk. "Daardoor kunnen we bovendien veel verschepen via de haven van Antwerpen. 90 procent is bestemd voor de export. Vóór we de productie in Tisselt centraliseerden, gingen veel grondstoffenstromen naar onze fabrieken in Duitsland, Frankrijk, Israël." Die versnippering is verdwenen: Tisselt staat in voor 70 procent van de productie. Daarnaast heeft Incendin een fabriek in het Henegouwse Seneffe en laat het producten maken door onderaannemers. De belangrijkste klanten van Incendin zijn hout- en papierverwerkers. "Dat is ons segment voor de passieve brandwering: producten vuurbestendig maken. Iedereen denkt daarbij aan draden, bekabeling, computers, gsm's. Maar dat doen we niet. Wij voegen brandwerend materiaal toe aan bijvoorbeeld affiches. De wetgeving in Frankrijk verplicht vuurbestendige affiches en posters. Maar onze grootste klanten zijn producenten van houtvezel- en spaanplaten, zoals Unilin. Wij werken nauw met hen samen, vanaf de bouw van een productielijn. We ontwikkelen niet alleen een specifiek brandwerend middel voor het type bouwmateriaal dat de productielijn moet maken, we geven ook advies over wanneer, waar en hoe onze producten tijdens het productieproces moeten worden toegevoegd." Dat proces kan tot twee jaar duren, ook omdat een keuringsorgaan het brandwerende materiaal moet accrediteren. "Wij verkopen geen producten maar oplossingen", vindt Joris Coppye. Jaarlijks besteedt Incendin 4 procent van zijn omzet aan onderzoek en ontwikkeling. "Wij vinden vrij gemakkelijk ingenieurs, doctors in de scheikunde, onderzoekers. Want we zijn een groeibedrijf, we innoveren. En we breiden ons ook geografisch uit." Eén doorbraak ontbreekt nog: een vervangproduct voor fluor in brandblusapparaten. "Fluor wordt in brandblussers gemengd met water. Maar fluor is potentieel kankerverwekkend. In onze sector is dus een wereldwijde race aan de gang. Iedereen wil als eerste komen met een technologie die het gebruik van fluor weert. Er zijn al alternatieven, maar die zijn minder efficiënt. Wij zoeken naar milieuvriendelijke alternatieven. We zijn daar heel sterk mee bezig." Met 90 procent export is de wereld de markt voor Incendin. In maart kocht het Firespray, een Brits bedrijf dat beschermlagen maakt op brandvertragend materiaal voor luchtschachten in grote gebouwen. Afhankelijk van de wet zorgt Firespray ervoor dat de schachten twee tot vier uur lang vuur kunnen weerstaan. "De technologie van Firespray sluit nauw aan bij de onze", motiveert Joris Coppye de overname. "Het bedrijf is ook de marktleider in Zuidoost-Azië, het Midden-Oosten en het Verenigd Koninkrijk. Via Incendin krijgt Firespray nu ook toegang tot het Europese vasteland." Firespray is de enige overname die zonder aandelenruil tot stand kwam. De vorige eigenaar, de Britse bouwgroep Hotchkiss Group, wou liever cash dan een belang in Incendin. "Wellicht stopt het niet met deze overnames", laat Joris Coppye verstaan. "Maar, nogmaals, integreren is veel belangrijker. Wij weten vanaf dag één van de overname welke order voor welke klanten we tegen welke marge doen. We kunnen ook gewoon organisch groeien. In 2018 hadden we een organische omzetgroei met een tiende. Dat is beter dan de markt, die met ruim 6 procent groeit per jaar."