Na de financiële crisis van 2008-2009 begonnen de Amerikaanse bedrijven af te stappen van de politieke neutraliteit. Banken zegden hun akten van berouw. Een nieuwe generatie wakkere consumenten en werknemers groeide op. Sommigen waren bezorgd om cultureel onrecht, anderen vielen het kapitalisme aan. Klimaatverandering werd een dringend probleem en economisch nationalisme betekende dat bedrijven hun vaderlandsliefde moesten laten zien.

De bedrijfsleiders hebben daarop gereageerd. Directeuren uit Silicon Valley doen toegevingen aan hun werknemers, anderen claimen voorop te gaan in de strijd tegen de CO2-uitstoot. En meer dan 180 CEO's hebben plechtig verklaard dat ze niet alleen hun aandeelhouders willen dienen, maar ook hun klanten en werknemers. Allen zijn ze gedreven door idealisme, ijdelheid en berekend eigenbelang. Maar het helpt dat hun activisme kosteloos was. Net zoals sommige politici schrijven CEO's graag successen op hun conto waar ze niks voor moeten doen. En net als sommige politici doen sommige CEO's beloftes die ze niet nakomen.

Ieder zijn taak

Stilaan worden de keerzijdes van het CEO-activisme duidelijker. Er komen beschuldigingen van hypocrisie. Nike, dat zwaar inzet op deugdzaamheid, is verwikkeld in een dopingschandaal. BlackRock, een fondsbeheerder die andere bedrijven stimuleert om meer te beleggen, heeft meer dan 100 procent van zijn cashflow uitgegeven aan de inkoop van eigen aandelen. Als er een recessie komt, kunnen de activistische CEO's het ook moeilijk krijgen om de belangen van hun werknemers en hun verplichtingen tegenover hun aandeelhouders met elkaar te verzoenen.

De tijdgeest kan ook snel veranderen. CEO's hopen dat ze door maatschappelijke en politieke doelen te stellen, radicalere gevoelens kunnen afwenden. Vergeet het. Tijdens de presidentscampagne zal veel kritiek komen op de grote bedrijven. Een greep uit de voorstellen van de Democraten: werknemers in bestuursraden opnemen, bedrijven in de gezondheidszorg door elkaar schudden en monopolies aanpakken.

De bedrijfsleiders zullen beseffen dat een politieke stellingname gevolgen heeft. Voorzichtige bedrijven zullen een simpelere visie uitdragen: het is de taak van de regering de regels vast te leggen en de plicht van bedrijven binnen die regels waarde te maximaliseren. Dat betekent klanten blij maken (ook de maatschappelijk bewuste), investeren in vernieuwing (ook in groene technologie) en werknemers aantrekken (soms door ze meer te betalen). Dat betekent niet dat ze op een zeepkist moeten gaan staan. Daar worden politici al voor betaald, zij het veel minder.

Na de financiële crisis van 2008-2009 begonnen de Amerikaanse bedrijven af te stappen van de politieke neutraliteit. Banken zegden hun akten van berouw. Een nieuwe generatie wakkere consumenten en werknemers groeide op. Sommigen waren bezorgd om cultureel onrecht, anderen vielen het kapitalisme aan. Klimaatverandering werd een dringend probleem en economisch nationalisme betekende dat bedrijven hun vaderlandsliefde moesten laten zien. De bedrijfsleiders hebben daarop gereageerd. Directeuren uit Silicon Valley doen toegevingen aan hun werknemers, anderen claimen voorop te gaan in de strijd tegen de CO2-uitstoot. En meer dan 180 CEO's hebben plechtig verklaard dat ze niet alleen hun aandeelhouders willen dienen, maar ook hun klanten en werknemers. Allen zijn ze gedreven door idealisme, ijdelheid en berekend eigenbelang. Maar het helpt dat hun activisme kosteloos was. Net zoals sommige politici schrijven CEO's graag successen op hun conto waar ze niks voor moeten doen. En net als sommige politici doen sommige CEO's beloftes die ze niet nakomen. Stilaan worden de keerzijdes van het CEO-activisme duidelijker. Er komen beschuldigingen van hypocrisie. Nike, dat zwaar inzet op deugdzaamheid, is verwikkeld in een dopingschandaal. BlackRock, een fondsbeheerder die andere bedrijven stimuleert om meer te beleggen, heeft meer dan 100 procent van zijn cashflow uitgegeven aan de inkoop van eigen aandelen. Als er een recessie komt, kunnen de activistische CEO's het ook moeilijk krijgen om de belangen van hun werknemers en hun verplichtingen tegenover hun aandeelhouders met elkaar te verzoenen. De tijdgeest kan ook snel veranderen. CEO's hopen dat ze door maatschappelijke en politieke doelen te stellen, radicalere gevoelens kunnen afwenden. Vergeet het. Tijdens de presidentscampagne zal veel kritiek komen op de grote bedrijven. Een greep uit de voorstellen van de Democraten: werknemers in bestuursraden opnemen, bedrijven in de gezondheidszorg door elkaar schudden en monopolies aanpakken.De bedrijfsleiders zullen beseffen dat een politieke stellingname gevolgen heeft. Voorzichtige bedrijven zullen een simpelere visie uitdragen: het is de taak van de regering de regels vast te leggen en de plicht van bedrijven binnen die regels waarde te maximaliseren. Dat betekent klanten blij maken (ook de maatschappelijk bewuste), investeren in vernieuwing (ook in groene technologie) en werknemers aantrekken (soms door ze meer te betalen). Dat betekent niet dat ze op een zeepkist moeten gaan staan. Daar worden politici al voor betaald, zij het veel minder.