1 Het is stil, maar niet helemaal stil in de auto

Wie nog nooit met een elektrische auto heeft gereden, denkt wellicht dat het serieus wennen is aan de stilte. Wel, dat valt geweldig mee. Een EV is veel stiller dan een auto met verbrandingsmotor, want er is geen motorgeronk, maar 'compleet stil' is het ook niet. Er is het windgeruis, en bij heel wat modellen hoor je de ophanging werken als je door een put of over een bult rijdt. Ook en vooral is er het rolgeluid van de banden. Zelfs de elektrische motor kan je soms fijntjes horen zoemen. Kortom: de akoestische beleving is anders, maar het is geen compleet andere wereld.
...

Wie nog nooit met een elektrische auto heeft gereden, denkt wellicht dat het serieus wennen is aan de stilte. Wel, dat valt geweldig mee. Een EV is veel stiller dan een auto met verbrandingsmotor, want er is geen motorgeronk, maar 'compleet stil' is het ook niet. Er is het windgeruis, en bij heel wat modellen hoor je de ophanging werken als je door een put of over een bult rijdt. Ook en vooral is er het rolgeluid van de banden. Zelfs de elektrische motor kan je soms fijntjes horen zoemen. Kortom: de akoestische beleving is anders, maar het is geen compleet andere wereld. Het is een mindere kant van de elektrische auto: het gewicht van de batterij. Goed voor een slordige 700 kilo in de Audi e-tron. De Peugeot 208 met benzinemotor weegt 1065 kilo, de elektrische versie liefst 1560 kilo.Dat meergewicht maakt dat de ophanging anders moet afgesteld zijn om putten en bulten in het wegdek doeltreffend te absorberen, en toch niet al te wollig aan te voelen. Dat compromis vinden, lukt niet in ieder model even goed. Dat kan je op twee manieren voelen: dat de vering op een slecht wegdek of op vluchtheuvels harder is dan wat je al jaren gewoon bent, of dat de auto in een snellere bocht veel gretiger overhelt. Je voelt meestal ook aan de stuurbeweging dat je met een zwaardere auto rijdt.Voor mij is dat het eerste criterium in mijn oordeel over een elektrische auto: voelt hij niet te zwaar aan? Een model als de Volkswagen ID.3 verstopt dat hoge gewicht zeer goed. Op de autoweg zie je twee soorten elektrische auto's. De eerste rijdt mee met het verkeer. De tweede zit op het rechtervak tussen twee vrachtwagens, tegen 80 per uur. Om zeker te zijn dat hij thuisraakt. Autonomie is en blijft het heikele punt van de elektrische auto, niet het minst omdat de laadinfrastructuur in ons land nog verre van optimaal is. Weet dus zeker dat het je af en toe overkomt, rekenen om thuis te raken. Tachtig of negentig per uur op de autoweg verlengt de autonomie spectaculair. Maar ook de airco uitschakelen kan meteen 30 à 40 kilometer schelen. En het verschil maken tussen mét of zonder afstandsangst je rit volmaken. Een elektrische auto laad je op aan een paal of thuis in de wallbox. Maar omdat alle beetjes helpen, recupereert de auto onderweg zoveel mogelijk energie uit iedere vertraging. En dat vertragen kan op twee manieren: je lost 'gas' of je remt. Om die energierecuperatie te optimaliseren, remt een elektrische auto spontaan een beetje tot een beetje veel af zodra je de voet van het pedaal neemt. De mate waarin dat gebeurt, kan je instellen: van nauwelijks of lichtjes tot fors. In die laatste stand remmen sommige elektrische auto's zelf zo hard af, dat je in normaal verkeer en met wat anticiperend rijgedrag (zie punt 6) veel minder moet remmen. Of zelfs niet, in de EV's die een stand ' one pedal' hebben. Dan kun je een eind rijden met maar één pedaal, dus zonder de rem te beroeren. De auto remt dan bij gas lossen al fors genoeg af, zelfs tot hij helemaal stil staat. Met de Volvo XC40 legde ik zo 32 kilometer af, met een combinatie van autoweg en stadsverkeer, ook stapvoets, zonder ook maar één keer zelf te remmen. Die spontane vertraging om energie te recupereren vind ik de grootste aanpassing. Je hebt een heel ander rijgevoel en anticipeert meer - zie verderop. In het begin voelt het raar, soms schrikt het zelfs af, maar het went ook snel. Van bestuurders die overgestapt zijn naar elektrisch hoor ik altijd dat het zo "aangenamer en rustiger rijden" is. Het is ook even wennen aan de acceleratie van een EV: je klopt iedereen aan het op groen springende verkeerslicht. De reden is het 'maximale koppel', het moment waarop een motor zijn optimale trekkracht levert. Bij een diesel- of benzinemotor ligt dat rond 1500 à 1800 toeren per minuut. In de klim van nul tot 1500 toeren levert de motor almaar meer trekkracht, op een haast exponentiële wijze. Niet zo in een EV. Een elektromotor levert zijn maximale koppel van bij de start. En schiet dus als een raket uit de startblokken. Een voorbeeld: de krachtigste Ford Mustang Mach-e accelereert in 3,7 seconden van 0 naar 100 km per uur. Het moet al een straffe Porsche met benzinemotor zijn om dat te evenaren. En toch zal je de acceleratie van de Porsche indrukwekkender vinden. De verklaring zit tussen de oren. Om te beginnen is er het joelende motorgeluid van de Porsche dat een explosieve kracht suggereert. Maar het is vooral een andere soort acceleratie. In de Porsche wordt de acceleratie almaar krachtiger. In een EV serveert de motor altíjd zijn maximale trekkracht en verloopt die acceleratie heel lineair, zodat je het veel minder als 'versnellen' ervaart. De beruchte 'afstandsangst' heeft een positieve kant. Ik begreep dat toen ik er mezelf op betrapte dat ik in een EV met een andere mentaliteit achter het stuur zat. Dat vind ik een van de meest positieve aspecten aan elektrisch rijden: vanaf de eerste meters ben je - bewust of onbewust - bezig met de autonomie. Je probeert zo ver mogelijk te rijden, en je past dus je rijstijl aan. Elektrisch rijden betekent zo zuinig mogelijk omspringen met de energie aan boord. Zozeer dat je het als een overwinning beschouwt als je meer kilometers uit je batterij haalt dan de auto bij de start van je rit opgaf. Zo ga je ook veel meer anticiperend rijden, zo ver mogelijk vooruit kijken. Zie je dat een naderend verkeerslicht op oranje of rood, dan laat je de auto uitrollen zodat je nauwelijks of niet moet remmen. Idem voor een bocht die nadert of een bord met snelheidsbeperking dat je in de verte ziet.