Wanneer de circulaire economie zal doorbreken, durven ze niet te voorspellen. Maar dat ze er aankomt, daar twijfelen ze niet aan. "Het leeft bij de bevolking, bij de bedrijven en bij de overheid. En, niet onbelangrijk, het biedt een antwoord op twee van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen: de milieu- en klimaatschade en de schaarste aan grondstoffen", zeggen Stijn Ronsse, de operationeel directeur van de onderzoeksorganisatie Capture, en Simon De Corte, adviseur onderzoeksvalorisatie aan de UGent. "Het maatschappelijke draagvlak voor de lineaire economie, die de grondstoffen uitput, krimpt."
...

Wanneer de circulaire economie zal doorbreken, durven ze niet te voorspellen. Maar dat ze er aankomt, daar twijfelen ze niet aan. "Het leeft bij de bevolking, bij de bedrijven en bij de overheid. En, niet onbelangrijk, het biedt een antwoord op twee van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen: de milieu- en klimaatschade en de schaarste aan grondstoffen", zeggen Stijn Ronsse, de operationeel directeur van de onderzoeksorganisatie Capture, en Simon De Corte, adviseur onderzoeksvalorisatie aan de UGent. "Het maatschappelijke draagvlak voor de lineaire economie, die de grondstoffen uitput, krimpt." Samen met vier andere collega's wogen ze voor de denktank Itinera de mogelijkheden en de kansen van de circulaire industrie in België. "Die is een onderdeel van een groter circulair economisch systeem", verklaart Ronsse. "De circulaire industrie kan een hefboom voor de circulaire economie zijn. Nieuwe businessmodellen in de industrie kunnen bijvoorbeeld gedragsveranderingen in de maatschappij bevorderen." "De doorbraak van de circulaire industrie is een innovatievraagstuk", vindt Ronsse. "De rol van de overheid is daarin erg belangrijk, om de kloof te overbruggen tussen de investeringen nu en de baten op lange termijn. De overheid moet de trekker zijn. Zij moet het tennisveld klaarmaken, zodat de bedrijven hun match kunnen spelen. Er moet een breed gedragen visie zijn, met duidelijkheid over de rol van bedrijven." Dat klinkt mooi, maar niemand heeft onze overheden recentelijk nog van een breedgedragen visie kunnen beschuldigen. SIMON DE CORTE. "Ik deel die vrees. Het Belgische relanceplan voor na de pandemie lijkt de zaken ook te saucissonneren. Iedereen krijgt een deel van de koek, terwijl er net keuzes moeten worden gemaakt."De industrie is heel verzuild: een bedrijf hoort bijvoorbeeld bij de chemie of de bouw. Die sectoren spreken elkaars taal niet. Hun processen, hun bevoorrading, hun marges lopen anders. Een circulaire industrie draait om waardeketens van grondstoffen, over de sectoren heen. Daarom worden netwerken en connecties belangrijk. Het is geen probleem dat er veel actoren zijn, maar elk moet zijn rol kennen. "Ook universiteiten zijn vrij hiërarchisch gestructureerd, met sterke schotten tussen de faculteiten. Die muren moeten niet weg, maar we moeten wel weten wat er zich afspeelt aan de andere kant. Expertises die elkaar kunnen aanvullen, hebben nu vaak geen incentive om samen te werken. Daarom investeren universiteiten volop in brugfiguren, zoals businessdevelopers, om de link te leggen tussen de onderzoekers, maar vooral ook met het bedrijfsleven en de maatschappelijke actoren." Moet België wel een voortrekker zijn? Kunnen we niet beter wachten tot anderen de kinderziektes overwinnen? STIJN RONSSE. "Natuurlijk is er een risico. Maar het gaat om het behoud van ons industriële weefsel op lange termijn. Dan moet je durven nadenken over welke economische verschuivingen op ons af komen. "België is relatief arm aan primaire grondstoffen, maar kan uitgroeien tot een producent van secundaire grondstoffen. We hebben troeven om een sterke circulaire industrie te huisvesten. We hebben een economisch weefsel met veel chemie-, staal-, non-ferro-, vee- en veevoedingsbedrijven, en maakindustrie. We hebben goede kennis- en onderzoeksinstellingen, en een sterke logistieke sector in het hart van Europa. Als we die troeven goed uitspelen, kan België industriële wereldspelers in de circulaire economie naar hier lokken. "Dat is het nieuwe van deze studie: we koppelen de circulaire industrie aan economische locatiemodellen. Bedrijven vestigen zich niet zomaar ergens, daar zitten wetmatigheden achter. In de economische ontwikkeling van een regio dicteert eerst de nabijheid tot grondstoffen de plaats van de economische activiteit. Zodra de transportkosten lager worden, wordt de nabijheid van sterke afzetmarkten de belangrijkste factor." Transport wordt de komende jaren wellicht vooral duurder, door CO2-taksen of andere milieuheffingen. RONSSE. "Dat klopt. Dus moeten we volop inzetten op het herwinnen van secundaire grondstoffen uit nevenstromen. Dan ben je minder afhankelijk en trek je economische activiteiten aan. Die circulaire processen zullen dan minder globaal zijn. "Wanneer de transportkosten op termijn opnieuw dalen door technologische vooruitgang of alternatieve brandstoffen, zal de circulaire industrie zich nog meer vestigen bij de bestaande industriële clusters. Die leveren meer nevenstromen die als grondstof worden gebruikt - wat ook in het eerste scenario belangrijk was - maar ook toegang tot sterke afzet- en consumentenmarkten." België heeft een goede transportinfrastructuur en fungeert als poort tot de Europese markt. Wint ons land dus altijd? RONSSE. "We hebben alle troeven, maar we moeten er wel klaar voor zijn. We moeten die hoogtechnologische circulaire industrie al hebben voor de transportkosten dalen. Een regio die niet klaar is, verliest economische activiteit aan clusters die dat wel zijn. Denk aan de e-commerce. Die heeft zich in onze buurlanden gevestigd, omdat België niet klaar was met de omkadering. Als we de circulaire golf negeren, is de kans groot dat over vijf tot tien jaar blijkt dat we de boot hebben gemist. "Er is nog een derde scenario: dat de transportkosten op korte termijn nog dalen. Dan nog is het goed om in te zetten op circulaire activiteiten, om het exportpotentieel te benutten. En mochten de bevoorradingsstromen stilvallen, zoals bij de uitbraak van de coronapandemie, dan biedt een circulaire industrie een vorm van geopolitieke zekerheid." DE CORTE. "Veel bedrijven beseffen dat er geen andere keuze is. In de nasleep van de coronacrisis schieten de grondstoffenprijzen hoger. Een bedrijf als de staalproducent ArcelorMittal weet dat we evolueren naar een koolstofneutrale realiteit en bereidt zich daarop voor. Het onderzoekt de productie van eiwitten uit CO2. Het was tien jaar geleden ondenkbaar dat een staalproducent zou denken aan de productie van voedingsproducten. Zeker in de zwaardere industrieën beseft iedereen dat de huidige werkwijze op zijn limieten botst. De maatschappelijke uitdaging wordt een economische uitdaging."