We komen van ver. Twintig jaar geleden wilde Nederland zelfs geen trainingswedstrijden spelen tegen de Belgische hockeyploeg, wegens te min. Nu staan de Red Lions op het nummer één in de wereldranglijst en hebben ze alles gewonnen wat er te winnen valt.
...

We komen van ver. Twintig jaar geleden wilde Nederland zelfs geen trainingswedstrijden spelen tegen de Belgische hockeyploeg, wegens te min. Nu staan de Red Lions op het nummer één in de wereldranglijst en hebben ze alles gewonnen wat er te winnen valt.Het Belgische hockey is niet alleen een succes op het veld, maar ook ernaast. In vijftien jaar is het aantal leden van Belgische hockeyclubs meer dan verdrievoudigd, van 16.000 naar 53.000. Hetzelfde geldt voor het aantal clubs. Vroeger waren er twee hockeyclusters rond Brussel en Antwerpen. Nu zijn er clubs over het hele land, die allemaal beschikken over de nodige, dure hockeyinfrastructuur. Een kunstgrasveld kost al gauw 500.000 euro. Sinds juni staat er in Wilrijk een gloednieuw Hockey Center of Excellence, dat onder meer als uitvalsbasis dient voor de Belgische mannen- en vrouwenploeg. De financiële middelen gingen eveneens de hoogte in. In 2005 bedroegen de sponsorinkomsten van de Koninklijke Belgische Hockeybond (KBHB) 65.000 euro per jaar. Tegenwoordig is dat 2 miljoen euro. Het aantal personeelsleden van de KBHB is gegroeid van 4 naar 25. Samen met de financiering van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) en de regionale overheden maakte dat sponsorgeld de professionalisering van de sport mogelijk. Twintig jaar geleden moesten de Belgische hockeyspelers zelf betalen om op stage te kunnen gaan en stopten de meesten na hun studie, omdat spelen voor de nationale ploeg niet te combineren viel met een loopbaan. Nu worden ze als halftijdse prof betaald door de KBHB en hun clubs, en worden ze omringd door de beste coaches en infrastructuur. Het zaadje voor al die successen werd geplant door Marc Coudron in 2015. Een jaar eerder had hij als speler afscheid genomen van de nationale hockeyploeg, na meer dan twintig jaar en 350 wedstrijden. België was toen nog een kneusje onder de hockeylanden. Coudron wilde bij het Belgische hockey betrokken blijven en kreeg compleet onverwacht de vraag om voorzitter van de KBHB te worden ¬ een functie die hij vorige maand na zestien jaar heeft doorgegeven.Marc Coudron vertrok van de waarden waar hockey voor staat: respect, fair play, verdraagzaamheid en teamspirit. Hij zag alleen maar verbeterpunten. "Alles moest nog worden ontwikkeld, zoals een clubwerking, sponsoring, infrastructuur en internationalisering", zegt hij. Coudron had een geknipte man in gedachten om dat mee op te zetten: de Nederlander Bert Wentink. Hij werkte als professor lichamelijke opvoeding aan de universiteit van Tilburg en had als hockeycoach successen geboekt met de Nederlandse vrouwenploeg en de Brasschaatse club Dragons. Na enkele gesprekken met Coudron zegde hij zijn baan op en werd technisch directeur bij de KBHB. De tandem Coudron-Wentink wordt alom geprezen als de architect van het Belgische hockeysucces. Dat succes noemt Coudron steevast een evolutie, geen revolutie. "Wij wilden niet zomaar een ploeg klaarstomen voor het volgende toernooi. Onze ambitie was op lange termijn met het Belgische hockey in al zijn gelederen vooruitgang te boeken", legt hij uit. Want ons land had veel hockeytalent, wist Coudron. Tussen 2004 en 2011 werd België meermaals Europees kampioen in verschillende jeugdcategorieën. "Het was onze taak die spelers de juiste omkadering te bieden, zodat ze hun potentieel ten volle konden ontwikkelen", vertelt Coudron. Een belangrijke stap daarin was om topcoaches uit het buitenland aan te trekken. In 2007 werd de Australiër Adam Commens coach van de nationale mannenploeg. Hij boekte meteen een eerste succes op het Europees kampioenschap in Manchester, waar ons land brons won en zich voor het eerst in dertig jaar kwalificeerde voor de Olympische Spelen, het jaar daarop in Peking. Die kwalificatie was een kantelmoment. "Vanaf toen begonnen spelers echt in hun kansen en hun kunnen te geloven. Dat geloof was voordien totaal afwezig", vertelt Commens. Serge Pilet, de CEO van de KBHB, vult aan: "De kwalificatie bezorgde onze sport ook media-aandacht. Dat was een welkome boost, waardoor commerciële partners meer interesse kregen" (zie kader Belfius, meer partner dan sponsor). Ondanks de deelname aan de Spelen in 2008, waar de nationale ploeg negende werd, bleef de continuïteit in de ploeg een probleem. Verschillende spelers haakten af na Peking. "Dat heeft geleid tot een omslag om spelers een degelijk salaris te betalen", vertelt sportjournalist en hockeycommentator bij Eleven Sports Floris Geerts. "We zijn beginnen na te denken over een verloningssysteem om jonge talenten langer in de ploeg te houden", legt Commens uit. Nu worden de Belgische hockeyspelers en -speelsters deels betaald door de KBHB en deels door de clubs waarvoor ze spelen. In de beginjaren ging de hockeybond op zoek naar een eigen Belgische hockeystijl. "Aziatische landen spelen heel technisch en individueel. Australië speelt heel fysiek, met veel machtsvertoon. Europese ploegen moeten het hebben van een robuuste verdediging, afgewisseld met sterke aanvalsflitsen", vertelt Adam Commens. Hij en zijn opvolgers gaan er prat op dat ze van al die stijlen de beste elementen hebben overgenomen en gecombineerd. "Wij trokken van over de hele wereld de beste coaches en begeleiders aan in de verschillende onderdelen van het spel", legt Commens uit. Ondertussen staat het Belgische hockey bekend als de perfecte smeltkroes van al die stijlen. Die openheid van geest en de durf om eigenzinnige keuzes te maken was cruciaal voor het Belgische hockeysucces. "Alle mensen en organisaties zeggen dat ze openstaan voor verandering, maar als het erop aankomt om een duik in het onbekende te nemen, passen de meeste. Wij hebben het status quo altijd ter discussie gesteld en continu geïnnoveerd", stelt Commens, die bij de KBHB ondertussen technisch directeur is. "Het is altijd onze ambitie geweest zelfs aan de top te blijven evolueren en verbeteren", voegt Marc Coudron eraan toe. Zo waren de Belgen en de Argentijnen de enigen die op de Olympische Spelen in Rio in verdedigingszones speelden in plaats van op de man te verdedigen. Uiteindelijk speelden die ploegen de finale. "Weinigen geloofden daarin, maar ondertussen speelt elke ploeg zo", stelt Commens. Naast diverse speelstijlen is diversiteit in leeftijd ook belangrijk gebleken. De nationale ploeg telt drie generaties en mikt daarmee op de ideale mix van ervaring en fysieke panache. "Wij hebben spelers die in Tokio aan hun vierde Spelen toe zijn. Bij de andere landen hebben de spelers gemiddeld 150 wedstrijden achter de kiezen. Bij ons zijn dat er 230", legt Floris Geerts uit. Ook genderdiversiteit is een speerpunt van het Belgische hockey, dat trots is op het aantal meisjes dat hockey speelt. De nationale vrouwenploeg, de Red Panthers, heeft het succes van de mannen nog niet geëvenaard, maar dat is volgens Adam Commens slechts een kwestie van tijd. De ambitie is even hoog. Marc Coudron en Bert Wentink kregen ook de juiste persoon op het juiste moment op de juiste plaats, met de aanwerving van de Nieuw-Zeelander Shane McLeod als coach van de Red Lions in 2015. Onder hem boekten ze de grootste successen, waaronder zilver op de Spelen in Rio, en goud op het wereldkampioenschap in 2018 en het Europees kampioenschap in 2019. "In acht maanden heeft McLeod van de ploeg die in 2015 op het Europees kampioenschap de halve finale miste een zilverenmedaillewinnaar op de Spelen in Rio gemaakt. Hij heeft heel kordaat gekozen voor de spelers met wie hij verder wilde en is dan snoeihard beginnen te trainen. Op die manier werd België een finalekandidaat op alle toernooien", aldus Floris Geerts. De vele successen van de Red Lions leidden gaandeweg tot de verbreding van het Belgische hockey. De KBHB wilde het imago van hockey als elitesport afschudden. Gezien de verdrievoudiging van het ledenaantal en het toenemende aantal clubs over het hele land, is de hockeybond daarin geslaagd.