Vrouwen in het bedrijfsleven hebben de jongste tijd drie records gebroken. Het aantal vrouwen aan het roer van Fortune 500-bedrijven in de Verenigde Staten staat op het hoogste punt ooit: 41. In 2021 werd CVS Health, het Amerikaanse bedrijf met de op drie na hoogste omzet, de grootste onderneming die geleid wordt door een vrouw, Karen Lynch. En voor het eerst worden twee grote bedrijven - de chemiegroep Walgreens Boots Alliance en de financiëledienstenverlener TIAA - geleid door zwarte vrouwen.
...

Vrouwen in het bedrijfsleven hebben de jongste tijd drie records gebroken. Het aantal vrouwen aan het roer van Fortune 500-bedrijven in de Verenigde Staten staat op het hoogste punt ooit: 41. In 2021 werd CVS Health, het Amerikaanse bedrijf met de op drie na hoogste omzet, de grootste onderneming die geleid wordt door een vrouw, Karen Lynch. En voor het eerst worden twee grote bedrijven - de chemiegroep Walgreens Boots Alliance en de financiëledienstenverlener TIAA - geleid door zwarte vrouwen. In Amerika en andere ontwikkelde landen gaan vrouwen erop vooruit, volgens de jaarlijkse glazenplafondindex van The Economist. Hun aandeel in de raden van bestuur neemt op de meeste plaatsen toe. De vertegenwoordiging van vrouwen in de raden van bestuur is in Nederland en Duitsland sterk gestegen, nadat die landen quota hebben ingevoerd. Maar wetten zijn niet alles. De vrijwillige doelstellingen van de Britse regering hebben het aandeel vrouwen in de raden van bestuur van de FTSE 100-bedrijven eveneens doen stijgen, van 12,5 procent tien jaar geleden tot bijna 40 procent. Beleggers die belang hechten aan factoren als milieu, maatschappij en bestuur, dringen er steeds meer op aan dat bedrijven mannelijke en vrouwelijke werknemers gelijk behandelen. De glazenplafondindex meet de rol en de invloed van vrouwen in de beroepsbevolking in de OESO-club van overwegend rijke landen. Vier Scandinavische landen - Zweden, IJsland, Finland en Noorwegen - staan bovenaan in de index als de beste landen voor werkende vrouwen. Japan en Zuid-Korea, waar vrouwen nog altijd moeten kiezen tussen een gezin of een carrière, staan op de onderste twee plaatsen. België is sinds 2016 gestegen van de achtste naar de zesde plaats. Toch hebben zakenvrouwen nog een lange weg te gaan, vooral in de hoogste regionen van de bedrijfshiërarchie. Mannen bezetten in de Verenigde Staten nog altijd meer dan twee op de drie bestuurszetels. In Zuid-Korea bezetten ze er meer dan negen op de tien. Vrouwen verdienen nog altijd minder dan hun mannelijke collega's. Nochtans doen meisjes het op school beter dan jongens in de OESO. In Amerika zijn de resultaten nog slechter voor vrouwen van kleur, die minder verdienen dan blanke vrouwen en nog sterker ondervertegenwoordigd zijn in hogere functies. Nog zorgwekkender is dat te veel vrouwen de carrièreladder helemaal verlaten. Hoewel werk op afstand het voor sommige vrouwen makkelijker heeft gemaakt hun werk te combineren met gezinstaken, die nog altijd vooral door moeders en echtgenotes worden verricht, heeft de pandemie een onevenredig groot aantal van hen uit de beroepsbevolking geduwd. De arbeidsparticipatie van vrouwen in de OESO-landen is gedaald van 65 procent vóór de uitbraak van de pandemie tot 63,8 procent een jaar later. De belemmering van de vooruitgang van vrouwen kan ook een gevolg van het virus zijn.