De overstromingen in Wallonië van 14 en 15 juli waren de grootste sinds mensenheugenis in dit land. "De grote vraag is wanneer we nog eens een ramp zoals deze meemaken: volgend jaar of pas over vijftig jaar? Dat is koffiedik kijken", zegt Hein Lannoy, de CEO van Assuralia, de federatie van de verzekeringssector.
...

De overstromingen in Wallonië van 14 en 15 juli waren de grootste sinds mensenheugenis in dit land. "De grote vraag is wanneer we nog eens een ramp zoals deze meemaken: volgend jaar of pas over vijftig jaar? Dat is koffiedik kijken", zegt Hein Lannoy, de CEO van Assuralia, de federatie van de verzekeringssector. De Waalse zondvloed heeft Belgische verzekeraars zwaar getroffen. Ze kregen meer dan 60.000 schadedossiers voor vernielde en beschadigde woningen binnen in het kader van de brandverzekering eenvoudige risico's. In het vorige recordjaar 2016 waren overstromingen (dus zonder stormschade) goed voor 25.000 dossiers. In 2020, een 'normaal' jaar, waren dat er 4000. De verzekerde schade door de overstromingen kan oplopen tot 1,6 miljard euro. Daarvan zullen de verzekeraars meer dan 600 miljoen euro uitkeren. Volgens minister-president Di Rupo gaat het om 638 miljoen euro. Het resterende miljard komt van het Waals Gewest, maar wordt voorgefinancierd door de verzekeraars. Daarmee keert de sector bijna twee keer zoveel uit als wettelijk verplicht (zie kader Wat staat in het protocolakkoord?), en kent de sector Wallonië een renteloze lening van 1 miljard euro toe. "Alle verzekeraars wilden er zijn voor de slachtoffers, en een volledige dekking voor iedereen garanderen", aldus Lannoy. HEIN LANNOY. "We hebben verschillende weken met onze leden onderhandeld. Het heeft toch wel eventjes geduurd voor alle neuzen in dezelfde richting stonden. Bepaalde kleinere verzekeraars waren minder betrokken, omdat ze nauwelijks activiteiten in de regio hebben. 75 procent van de schade zit bij zes verzekeringsmaatschappijen. Ook de prudentiële toezichthouder keek mee, opdat de sector niet te ver zou gaan en zichzelf niet in de problemen zou brengen." LANNOY. "We hebben gelukkig nog een verzekeringssector met een sterk Belgisch engagement. Daar wil ik de overheid toch voor waarschuwen: er zijn steeds meer verzekeringsgroepen die vanuit het buitenland opereren, en de overheid werkt dat met bepaalde maatregelen in de hand. Stel dat een grote Belgische verzekeraar overgenomen wordt door een Chinese speler. Dan wordt het veel moeilijker om zulke onderhandelingen tot een goed einde te brengen." LANNOY. "Neen, het is een pleidooi voor een level playing field. Wij zijn naar de Raad van State getrokken tegen de effectentaks, net omdat die een ongelijk speelveld creëert: Luxemburgse of andere buitenlandse verzekeraars die in België actief zijn, hoeven die taks niet te betalen. Op die manier spoor je verzekeraars ertoe aan hun diensten vanuit het buitenland aan te bieden." LANNOY. "We maken eind oktober een nieuw cijfer bekend. Het akkoord met het Waals Gewest voorziet in een verzekerd plafond van 1,7 miljard euro. We gaan ervan uit dat we binnen dat kader blijven. Als de verzekerde schade hoger zou liggen, moeten we opnieuw om de tafel gaan zitten." LANNOY. "Dat de expertises zo snel en zo deskundig mogelijk worden uitgevoerd. Bij waterschade moeten de huizen voldoende uitgedroogd zijn voor je een correcte inschatting van de schade kunt maken. Er zijn meer dan 60.000 schadedossiers geopend. De experts kunnen die natuurlijk niet allemaal op hetzelfde moment behandelen. Er wordt van alles ondernomen om dat proces te bespoedigen, maar de expertises blijven een belangrijke bottleneck. Dat veroorzaakt frustratie bij de slachtoffers, en daar heb ik alle begrip voor. "Ik hoop dat de expertises tegen het einde van het jaar achter de rug zijn. De verzekeraars hebben er geen belang bij de zaak te laten aanslepen. Ze willen zo snel mogelijk een correcte schadevergoeding uitkeren, zodat ze deze bladzijde kunnen omslaan." LANNOY. "Ook voor ons was het een verrassing dat veel huizen niet verzekerd waren. Ruw geschat, heeft 90 procent van de huizen in België een brandverzekering, voor huurders zit dat iets boven 80 procent. In de getroffen regio lagen die cijfers beduidend lager. De streek is niet de rijkste van het land. De Vesdervallei is een oud industrieel bekken, er staan veel oude huizen waaraan geen hypothecaire lening meer vastzit. Als er een hypothecaire lening is toegekend, is er in principe ook een brandverzekering. De bank heeft er belang bij om haar onderpand te beschermen." LANNOY. "Het is logisch dat de overheid na een grote ramp tussenbeide komt. Er is nu afgesproken om de niet-verzekerde schade voor de helft te vergoeden, met een plafond van 80.000 euro per dossier. Dat lijkt me aanvaardbaar. Veel mensen in de Vesdervallei hebben een laag inkomen en onvoldoende vermogen om er op eigen kracht weer bovenop te komen. Het mag natuurlijk geen incentive zijn om in de toekomst geen brandverzekering af te sluiten." LANNOY. "Wij staan daar terughoudend tegenover. Verplichte verzekeringen hebben in ons land altijd betrekking op schade berokkend aan derden, zoals de aansprakelijkheidsverzekeringen van bepaalde beroepen (architecten, aannemers, nvdr) of de autoverzekering. Het verzekeren van de eigen geleden schade blijft een individuele beslissing. Dat zijn belangrijke principes, waaraan je niet zomaar kunt tornen. Er zijn ook praktische bezwaren. Hoe kun je dat bijvoorbeeld controleren? Dan moet je al bijna een database van alle eigendommen aanleggen, en ik hoef niet uit te leggen hoe gevoelig dat in dit land ligt." LANNOY. "Zolang we onder het wettelijke plafond blijven, is er geen probleem. Maar onder de huidige voorwaarden zou een gelijkaardige ramp zoals in juli voor de verzekeraars belangrijke gevolgen hebben. Daarom pleiten we voor een aanpassing van de wet. We moeten met de overheid samenzitten om een nieuw systeem te ontwikkelen. Het valt te verwachten dat de tussenkomst van de verzekeraars hoger zal liggen dan het huidige wettelijke plafond." LANNOY. "We moeten dat zo snel mogelijk regelen. Het aantal natuurrampen zal toenemen en ze zullen zwaarder zijn. Er is een duurzame oplossing voor de lange termijn nodig, zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Maar daarvoor zijn wettelijke aanpassingen nodig. De federale wetgeving legt ons een plafond op, maar de manier van tussenkomst verschilt tussen de drie regio's. Dat is niet werkbaar. Er moet een draaiboek komen, zodat we bij een natuurramp niet opnieuw met drie regio's om de tafel moeten zitten." LANNOY. "Dat is nog onduidelijk. De markt is zeer concurrentieel. Zoals gezegd zijn niet alle verzekeraars even hard geraakt door de ramp. Ik ben er niet zeker van dat er op korte termijn een impact op de prijzen zal zijn. De stijging van de prijzen in de bouwsector zal wel een effect hebben op de premies. Dat zal volgend jaar leiden tot een aanpassing van de Abex-index (die de evolutie van de kosten voor de bouw van een woning volgt, nvdr). "Het is ook uitkijken naar de nieuwe herverzekeringscontracten, die momenteel afgesloten worden. Het is afwachten hoe de herverzekeraars zich opstellen. Voor hen is de overstroming in Wallonië maar één evenement. Zij baseren zich op globale trends en op wat ze verwachten voor de komende jaren. Ik verwacht pittige onderhandelingen." LANNOY. "Ten eerste moeten we aanvaarden dat bepaalde natuurrampen nooit 100 procent gedekt kunnen zijn. Er zal dus altijd een plafond bestaan. Ten tweede moeten we vooral inzetten op preventie. Betekent dat dat je niet meer kunt bouwen naast de Vesder? Wellicht niet, maar misschien is een kelder dan niet aangewezen en moet je hoger bouwen. De overheid moet daar een rol spelen door de bouwvoorschriften aan te passen. Maar even goed: als het peil van de Noordzee stijgt, zijn meer en betere dijken nodig. Het Sigmaplan is een goed initiatief, maar er zal meer nodig zijn. Dat preventief investeren kan bakken geld kosten."