De rechtszaak is een erfenis uit het Fortis-verleden van Ageas. De hefboomfondsen zijn houders van in 2007 uitgegeven 'mandatory convertible securities' (MCS): een soort van financiële instrumenten die op het einde van de looptijd worden omgezet in aandelen. De MCS-houders hadden evenwel - middenin de financiële crisis - beslist de eindtijd van de instrumenten te verlengen naar 2030.

Dat was tegen de zin Ageas, die in eerste aanleg ook gelijk had gekregen. De hefboomfondsen trokken naar het hof van beroep. Ze vroegen de omzetting van de MCS in aandelen van Ageas ongedaan te maken, of als alternatief, een voorlopige schadevergoeding van 1,3 miljard euro toe te kennen en de aanstelling van een expert om de precieze schade vast te stellen. Het hof van beroep heeft die vorderingen evenwel afgewezen. De omzetting in aandelen van Ageas blijft dus behouden, en er is geen schadevergoeding verschuldigd.

Ageas zegt de uitspraak te beschouwen 'als een nieuwe positieve stap naar de oplossing van de geschillen uit het verleden'. Hierdoor kan het bedrijf zich concentreren op zijn verzekeringsactiviteiten, klinkt het nog.