In Mariakerke, waar de hoofdzetel van Ardena sinds 2018 is gevestigd, leidt oprichter en CEO Harry Christiaens ons rond langs stabiliteitskamers, formulatielabs, cleanrooms en chromatografen. "In onze stabiliteitskamers testen we toekomstige geneesmiddelen op hun robuustheid, door de temperatuur en de vochtigheid van verschillende klimaten te simuleren. De chromatografen zijn onze werkpaarden", vertelt hij. "Ze scheiden de actieve stof van mogelijke onzuivere stoffen of afbraakproducten."

Noem Ardena gerust een verborgen parel. "Het klopt dat we geen tafelspringers zijn: we werken altijd op de achtergrond", zegt Harry Christiaens. "We zullen nooit claimen dat we een nieuw geneesmiddel hebben uitgevonden. De intellectuele eigendom zit bij onze klanten, niet bij ons. De echte uitvinding is de actieve stof. Die hebben wij niet ontworpen. Een biotechbedrijf komt naar ons met een molecule of actieve stof die het potentieel heeft een medicijn te worden. Wij maken die molecule aan op kleine schaal en verwerken ze vervolgens tot een pil, een capsule of een injecteerbare vloeistof in een geschikte dosering. We zorgen ervoor dat de actieve stof op de juiste plaats, op het juiste tijdstip en in de gewenste concentratie wordt afgeleverd in het menselijk lichaam."

We zullen nooit claimen dat we een nieuw geneesmiddel hebben uitgevonden. De intellectuele eigendom zit bij onze klanten, niet bij ons

Besteed eens een risico uit

Het zaadje van Ardena is geplant in 2004, toen Harry Christiaens zich aansloot bij Pharmavize, een consultancybedrijfje voor de farmasector. Pharmavize had acht medewerkers en schreef wetenschappelijke rapporten en registratiedossiers die werden gebruikt bij de aanvraag van klinische studies en bij de marktintroductie van geneesmiddelen.

"We smeedden wilde plannen", lacht Christiaens, een bio-ingenieur met een PhD in biotechnologie. "Ik kreeg carte blanche van de toenmalige stille aandeelhouders, maar mijn medewerkers waren wetenschappers in hart en nieren, geen ondernemers."

Toch stelde Harry Christiaens een gewaagd businessplan op, om de schat aan theoretische kennis meer om te zetten in praktische kennis. "We wilden onze dienstverlening niet beperken tot het rapporteren van ontwikkelingswerk, maar hadden ook de ambitie zelf farmaceutische ontwikkelingen in opdracht uit te voeren. We voelden toen al aan dat in de toekomst meer ontwikkelingswerk zou worden uitbesteed aan zogenoemde contractors. "

Dat idee bleek visionair. Terwijl de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen vroeger vooral bij de grote farmabedrijven gebeurde, komen de grootste innovaties de jongste vijftien jaar uit de biotechsector. Harry Christiaens: "De farmareuzen laten het prille onderzoekswerk almaar meer over aan biotechbedrijven, kleine tot middelgrote bedrijven die werken met risicokapitaal (ofwel durfkapitaal, ofwel via een beursnotering, nvdr). Ze nemen de meest risicovolle onderzoeksfases voor hun rekening, zeg maar de eerste vijf à zes jaar van de geneesmiddelontwikkeling. Via vroegklinische studies proberen ze aan te tonen dat de actieve stof die ze gepatenteerd hebben, veilig en doeltreffend is, en dus geneest. Wanneer er een proof of concept is, verkopen ze meestal hun kandidaat-geneesmiddel aan een van de grote farmabedrijven, die het dan verder ontwikkelen en commercialiseren. Zo betaalde de Franse farmareus Sanofi vorig jaar bijna 4 miljard euro voor het Gentse Ablynx. Wie bereid is een groot risico te nemen, kan dus veel geld verdienen."

"Omdat biotechbedrijven de meest risicovolle fases voor hun rekening nemen en omdat ze vaak maar een beperkt aantal kandidaat-geneesmiddelen in de pijplijn hebben, proberen ze hun ontwikkelingsteams klein te houden, vaste kosten variabel te maken en zo veel mogelijk randactiviteiten uit te besteden aan CDMO's ( contract development & manufacturing organisations, nvdr) zoals wij. Wij zijn dus ontstaan en gegroeid in de slipstream van de biotechindustrie. Zie ons als een aannemer voor de biotech. We doen vooral research voor die kleine tot middelgrote onderzoeksbedrijven. Wij ontwikkelen en produceren de eerste experimentele prototypes, die onze klanten vervolgens in klinische studies testen op veiligheid en genezingspotentieel."

HARRY CHRISTIAENS "De farmareuzen laten het prille onderzoekswerk almaar meer over aan biotechbedrijven.", EMY ELLEBOOG
HARRY CHRISTIAENS "De farmareuzen laten het prille onderzoekswerk almaar meer over aan biotechbedrijven." © EMY ELLEBOOG

Het duurt gemiddeld vijftien jaar voor een geneesmiddel op de markt komt, en op die weg zijn veel horden en valkuilen. Harry Christiaens: "Geneesmiddelen ontwikkelen is risicomanagement, dag in dag uit. De kunst is de projectrisico's zo veel mogelijk op voorhand in te schatten en daarop te anticiperen. We hebben zo'n 300 onderzoeksprojecten lopen en kunnen intussen projectfalingen incasseren. Wij nemen evenwel geen therapeutisch risico en we garanderen niet dat de patiënt geneest. Dat risico ligt volledig bij onze biotechklanten. Faalt een geneesmiddel in een klinische studie, dan neemt de klant dat risico volledig op zich. Wij worden altijd betaald voor het uitgevoerde ontwikkelingswerk."

Bloed, zweet en tranen

Pharmavize huurde aanvankelijk een klein lab in de universitaire bio-incubator in Zwijnaarde, maar in 2006 besliste het met zijn vijftien medewerkers te verhuizen naar Mariakerke en daar te investeren in een ontwikkelings- en productieplant van 1700 vierkante meter met formulatielabs, analytische labs en productie. "We hadden toen elk meer dan 100 vierkante meter ter beschikking en zagen elkaar niet lopen", lacht Harry Christiaens. "We startten nieuwe activiteiten van nul op. Pionierswerk, met bloed, zweet en tranen. Met consultancy genereerden we cash, dat we in onze nieuwe activiteiten investeerden."

Rond 2013 besloten de aandeelhouders van het eerste uur het bedrijf te verkopen. Harry Christiaens kocht het samen met zijn collega Lieven Van Vooren, via een managementbuy-out en met de hulp van een achtergestelde lening bij de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV). "Na de verkoop is het bedrijf exponentieel gegroeid, zodat de kantoren, labs en productiesite in 2015 overvol zaten. We stonden op een kantelpunt: eten of gegeten worden. We beslisten een financiële partij aan te trekken, Mentha Capital, en organiseerden een leveraged buy-out, waarbij wij zelf terugkeerden naar een minderheidsaandeelhouderschap en een sterke financiële structuur creëerden om overnames te doen in plaats van zelf een nieuwe plant te bouwen."

We schatten ons marktsegment op 3 miljard euro en verwachten dat die markt de komende jaren met gemiddeld 8 procent zal groeien

En zo geschiedde. Harry Christiaens en zijn team gingen op zoek naar diensten die complementair zijn aan die van Pharmavize. De voorbije drie jaar hebben de bedrijven Pharmavize, Crystallics, ABL, Chemconnection en Syntagon hun krachten gebundeld in de vernieuwde CDMO Ardena, die biotechbedrijven ondersteunt bij de ontwikkeling en productie van nieuwe geneesmiddelen.

Verse aandeelhouder

In amper drie jaar groeide dat bedrijf van 6 miljoen euro omzet en 40 medewerkers tot een groep met 280 medewerkers in België (85 in Gent), Nederland, Zweden en Letland, die bijna 40 miljoen euro omzet draait en ongeveer 11 miljoen euro brutobedrijfswinst (ebitda) boekt. Ook dit jaar verwacht het bedrijf een organische omzetgroei van 15 procent. Tegen eind 2021 wil het de grens van 50 miljoen euro doorbreken. Met de nieuwe meerderheidsaandeelhouder, Global Healthcare Opportunities (GHO), is de Gentse biotechleverancier klaar voor de volgende stap: verder de wereld veroveren. De precieze overnameprijs wordt niet bekendgemaakt, maar bedraagt meer dan 100 miljoen euro. "15 procent van onze omzet komt van Belgische klanten. De Vlaamse biotechsector heeft ons op de kaart gezet, maar is voor ons te klein geworden. We werken voor Europese, Amerikaanse en Aziatische bedrijven. Onze grootste uitdaging is door te groeien, zowel organisch als via overnames. Onze droom is een vooraanstaande wereldspeler worden."

Biotechbedrijven besteden ruim de helft van hun onderzoeksbudget aan outsourcing. Vooral in de vroege ontwikkelingsfase besteden ze steeds meer ontwikkelingen uit aan bedrijven zoals Ardena. "We schatten de omvang van ons marktsegment op 3 miljard euro en verwachten dat die markt de komende jaren met gemiddeld 8 procent zal groeien. We willen marktaandeel winnen door jaar op jaar 15 procent organische groei neer te zetten. Met GHO hebben we bovendien een kapitaalkrachtige partner, wat ons in staat stelt opnieuw gerichte overnames te doen. Onze overnamestrategie is zowel onze geografische voetafdruk te vergroten als ons serviceplatform te verbreden met complementaire diensten en technologie", aldus Christiaens.

Knelpuntberoep

Ardena rekruteert ook in België steeds vaker internationaal, omdat het hier onvoldoende talent vindt. "We zoeken onder meer in Italië, Spanje en Frankrijk, waar jonge hoogopgeleiden weg willen. Gent is een troef, want het is een prachtige stad. In het eindproces van de rekrutering gebeurt het dat we buitenlandse sollicitanten de stad tonen. Onze arbeidsmarkt wordt almaar kleiner door de vergrijzing, maar ook doordat België een grote farmaceutische industrie heeft: iedereen vist in dezelfde talentenvijver. We schatten dat we tussen nu en 2022 een honderdtal extra medewerkers nodig hebben." Wie lifesciences studeert (bio-ingenieurs, scheikundigen, apothekers, biotechnologen), zit gebeiteld voor de toekomst, meent Christiaens. "We proberen ons zo attractief mogelijk te presenteren als werkgever door onze medewerkers te koesteren en te zorgen voor een gezellige werksfeer, waarbij iedereen eigenaarschap kan opnemen. We zetten ook in op interne training via onze Ardena Academy en zoeken meer aansluiting bij universiteiten. Universiteitsopleidingen zijn heel wetenschappelijk, maar het ondernemerschap wordt volgens mij onvoldoende aangebracht. Een basis bedrijfseconomie zou verplichte kost moeten zijn", besluit hij.

In Mariakerke, waar de hoofdzetel van Ardena sinds 2018 is gevestigd, leidt oprichter en CEO Harry Christiaens ons rond langs stabiliteitskamers, formulatielabs, cleanrooms en chromatografen. "In onze stabiliteitskamers testen we toekomstige geneesmiddelen op hun robuustheid, door de temperatuur en de vochtigheid van verschillende klimaten te simuleren. De chromatografen zijn onze werkpaarden", vertelt hij. "Ze scheiden de actieve stof van mogelijke onzuivere stoffen of afbraakproducten." Noem Ardena gerust een verborgen parel. "Het klopt dat we geen tafelspringers zijn: we werken altijd op de achtergrond", zegt Harry Christiaens. "We zullen nooit claimen dat we een nieuw geneesmiddel hebben uitgevonden. De intellectuele eigendom zit bij onze klanten, niet bij ons. De echte uitvinding is de actieve stof. Die hebben wij niet ontworpen. Een biotechbedrijf komt naar ons met een molecule of actieve stof die het potentieel heeft een medicijn te worden. Wij maken die molecule aan op kleine schaal en verwerken ze vervolgens tot een pil, een capsule of een injecteerbare vloeistof in een geschikte dosering. We zorgen ervoor dat de actieve stof op de juiste plaats, op het juiste tijdstip en in de gewenste concentratie wordt afgeleverd in het menselijk lichaam." Het zaadje van Ardena is geplant in 2004, toen Harry Christiaens zich aansloot bij Pharmavize, een consultancybedrijfje voor de farmasector. Pharmavize had acht medewerkers en schreef wetenschappelijke rapporten en registratiedossiers die werden gebruikt bij de aanvraag van klinische studies en bij de marktintroductie van geneesmiddelen. "We smeedden wilde plannen", lacht Christiaens, een bio-ingenieur met een PhD in biotechnologie. "Ik kreeg carte blanche van de toenmalige stille aandeelhouders, maar mijn medewerkers waren wetenschappers in hart en nieren, geen ondernemers." Toch stelde Harry Christiaens een gewaagd businessplan op, om de schat aan theoretische kennis meer om te zetten in praktische kennis. "We wilden onze dienstverlening niet beperken tot het rapporteren van ontwikkelingswerk, maar hadden ook de ambitie zelf farmaceutische ontwikkelingen in opdracht uit te voeren. We voelden toen al aan dat in de toekomst meer ontwikkelingswerk zou worden uitbesteed aan zogenoemde contractors. " Dat idee bleek visionair. Terwijl de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen vroeger vooral bij de grote farmabedrijven gebeurde, komen de grootste innovaties de jongste vijftien jaar uit de biotechsector. Harry Christiaens: "De farmareuzen laten het prille onderzoekswerk almaar meer over aan biotechbedrijven, kleine tot middelgrote bedrijven die werken met risicokapitaal (ofwel durfkapitaal, ofwel via een beursnotering, nvdr). Ze nemen de meest risicovolle onderzoeksfases voor hun rekening, zeg maar de eerste vijf à zes jaar van de geneesmiddelontwikkeling. Via vroegklinische studies proberen ze aan te tonen dat de actieve stof die ze gepatenteerd hebben, veilig en doeltreffend is, en dus geneest. Wanneer er een proof of concept is, verkopen ze meestal hun kandidaat-geneesmiddel aan een van de grote farmabedrijven, die het dan verder ontwikkelen en commercialiseren. Zo betaalde de Franse farmareus Sanofi vorig jaar bijna 4 miljard euro voor het Gentse Ablynx. Wie bereid is een groot risico te nemen, kan dus veel geld verdienen." "Omdat biotechbedrijven de meest risicovolle fases voor hun rekening nemen en omdat ze vaak maar een beperkt aantal kandidaat-geneesmiddelen in de pijplijn hebben, proberen ze hun ontwikkelingsteams klein te houden, vaste kosten variabel te maken en zo veel mogelijk randactiviteiten uit te besteden aan CDMO's ( contract development & manufacturing organisations, nvdr) zoals wij. Wij zijn dus ontstaan en gegroeid in de slipstream van de biotechindustrie. Zie ons als een aannemer voor de biotech. We doen vooral research voor die kleine tot middelgrote onderzoeksbedrijven. Wij ontwikkelen en produceren de eerste experimentele prototypes, die onze klanten vervolgens in klinische studies testen op veiligheid en genezingspotentieel." Het duurt gemiddeld vijftien jaar voor een geneesmiddel op de markt komt, en op die weg zijn veel horden en valkuilen. Harry Christiaens: "Geneesmiddelen ontwikkelen is risicomanagement, dag in dag uit. De kunst is de projectrisico's zo veel mogelijk op voorhand in te schatten en daarop te anticiperen. We hebben zo'n 300 onderzoeksprojecten lopen en kunnen intussen projectfalingen incasseren. Wij nemen evenwel geen therapeutisch risico en we garanderen niet dat de patiënt geneest. Dat risico ligt volledig bij onze biotechklanten. Faalt een geneesmiddel in een klinische studie, dan neemt de klant dat risico volledig op zich. Wij worden altijd betaald voor het uitgevoerde ontwikkelingswerk." Pharmavize huurde aanvankelijk een klein lab in de universitaire bio-incubator in Zwijnaarde, maar in 2006 besliste het met zijn vijftien medewerkers te verhuizen naar Mariakerke en daar te investeren in een ontwikkelings- en productieplant van 1700 vierkante meter met formulatielabs, analytische labs en productie. "We hadden toen elk meer dan 100 vierkante meter ter beschikking en zagen elkaar niet lopen", lacht Harry Christiaens. "We startten nieuwe activiteiten van nul op. Pionierswerk, met bloed, zweet en tranen. Met consultancy genereerden we cash, dat we in onze nieuwe activiteiten investeerden." Rond 2013 besloten de aandeelhouders van het eerste uur het bedrijf te verkopen. Harry Christiaens kocht het samen met zijn collega Lieven Van Vooren, via een managementbuy-out en met de hulp van een achtergestelde lening bij de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV). "Na de verkoop is het bedrijf exponentieel gegroeid, zodat de kantoren, labs en productiesite in 2015 overvol zaten. We stonden op een kantelpunt: eten of gegeten worden. We beslisten een financiële partij aan te trekken, Mentha Capital, en organiseerden een leveraged buy-out, waarbij wij zelf terugkeerden naar een minderheidsaandeelhouderschap en een sterke financiële structuur creëerden om overnames te doen in plaats van zelf een nieuwe plant te bouwen." En zo geschiedde. Harry Christiaens en zijn team gingen op zoek naar diensten die complementair zijn aan die van Pharmavize. De voorbije drie jaar hebben de bedrijven Pharmavize, Crystallics, ABL, Chemconnection en Syntagon hun krachten gebundeld in de vernieuwde CDMO Ardena, die biotechbedrijven ondersteunt bij de ontwikkeling en productie van nieuwe geneesmiddelen. In amper drie jaar groeide dat bedrijf van 6 miljoen euro omzet en 40 medewerkers tot een groep met 280 medewerkers in België (85 in Gent), Nederland, Zweden en Letland, die bijna 40 miljoen euro omzet draait en ongeveer 11 miljoen euro brutobedrijfswinst (ebitda) boekt. Ook dit jaar verwacht het bedrijf een organische omzetgroei van 15 procent. Tegen eind 2021 wil het de grens van 50 miljoen euro doorbreken. Met de nieuwe meerderheidsaandeelhouder, Global Healthcare Opportunities (GHO), is de Gentse biotechleverancier klaar voor de volgende stap: verder de wereld veroveren. De precieze overnameprijs wordt niet bekendgemaakt, maar bedraagt meer dan 100 miljoen euro. "15 procent van onze omzet komt van Belgische klanten. De Vlaamse biotechsector heeft ons op de kaart gezet, maar is voor ons te klein geworden. We werken voor Europese, Amerikaanse en Aziatische bedrijven. Onze grootste uitdaging is door te groeien, zowel organisch als via overnames. Onze droom is een vooraanstaande wereldspeler worden." Biotechbedrijven besteden ruim de helft van hun onderzoeksbudget aan outsourcing. Vooral in de vroege ontwikkelingsfase besteden ze steeds meer ontwikkelingen uit aan bedrijven zoals Ardena. "We schatten de omvang van ons marktsegment op 3 miljard euro en verwachten dat die markt de komende jaren met gemiddeld 8 procent zal groeien. We willen marktaandeel winnen door jaar op jaar 15 procent organische groei neer te zetten. Met GHO hebben we bovendien een kapitaalkrachtige partner, wat ons in staat stelt opnieuw gerichte overnames te doen. Onze overnamestrategie is zowel onze geografische voetafdruk te vergroten als ons serviceplatform te verbreden met complementaire diensten en technologie", aldus Christiaens. Ardena rekruteert ook in België steeds vaker internationaal, omdat het hier onvoldoende talent vindt. "We zoeken onder meer in Italië, Spanje en Frankrijk, waar jonge hoogopgeleiden weg willen. Gent is een troef, want het is een prachtige stad. In het eindproces van de rekrutering gebeurt het dat we buitenlandse sollicitanten de stad tonen. Onze arbeidsmarkt wordt almaar kleiner door de vergrijzing, maar ook doordat België een grote farmaceutische industrie heeft: iedereen vist in dezelfde talentenvijver. We schatten dat we tussen nu en 2022 een honderdtal extra medewerkers nodig hebben." Wie lifesciences studeert (bio-ingenieurs, scheikundigen, apothekers, biotechnologen), zit gebeiteld voor de toekomst, meent Christiaens. "We proberen ons zo attractief mogelijk te presenteren als werkgever door onze medewerkers te koesteren en te zorgen voor een gezellige werksfeer, waarbij iedereen eigenaarschap kan opnemen. We zetten ook in op interne training via onze Ardena Academy en zoeken meer aansluiting bij universiteiten. Universiteitsopleidingen zijn heel wetenschappelijk, maar het ondernemerschap wordt volgens mij onvoldoende aangebracht. Een basis bedrijfseconomie zou verplichte kost moeten zijn", besluit hij.