Kroppen sla stromen door een waterbad. Na tientallen meters en allerlei machinale bewerkingen komt een keurig gewassen, fris verpakte en mooi uitziende kropsla tevoorschijn. We zijn op bezoek bij Greenyard in Sint-Katelijne-Waver. Florens Slob, directeur duurzaamheid voor de groep, en Yannick Peeters, algemeen directeur België voor verse groenten en fruit, fungeren als gidsen.
...

Kroppen sla stromen door een waterbad. Na tientallen meters en allerlei machinale bewerkingen komt een keurig gewassen, fris verpakte en mooi uitziende kropsla tevoorschijn. We zijn op bezoek bij Greenyard in Sint-Katelijne-Waver. Florens Slob, directeur duurzaamheid voor de groep, en Yannick Peeters, algemeen directeur België voor verse groenten en fruit, fungeren als gidsen. Groenten en fruit worden algemeen gezien als goed voor de gezondheid, en ook voor de planeet. Ze bevatten veel mineralen, vitaminen en plantaardige eiwitten, en vormen daarmee een alternatief voor vleesproducten, waarvan de CO2-uitstoot onder vuur ligt. Maar de voedselproductie kan veel efficiënter. Volgens het duurzaamheidsverslag van Greenyard wordt wereldwijd meer dan 30 procent (1,3 miljard ton per jaar) van de voedselproductie verspild, bij het traject van veld tot de consument. "En de productie creëert uiteraard ook CO2", zegt Florens Slob. "Door het gebruik van kunstmest, of door tractoren." Er zijn nog misverstanden. Zo is exotisch fruit (28% van het verkochte volume van Greenyard) niet per definitie rampzalig. "Een Belgische appel is niet noodzakelijk zoveel beter voor het klimaat dan een appelsoort die 2000 kilometer heeft gereisd", benadrukt Yannick Peeters. "Het hangt van veel factoren af, onder meer de opslag en de bewaring". De groente- en fruitverkoper definieerde duidelijke klimaatdoelstellingen tegen 2025. Greenyard volgt de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties, die de klimaatopwarming tot maximaal 1,5 graad moeten beperken. Het werkte daarvoor een aantal krijtlijnen uit. Voorlopig is er nog geen variabele managementvergoeding gekoppeld aan het halen van die doelstellingen. Die moet tegen 2025 met de helft verminderen, en met 70 procent tegen 2030. In 2050 moet Greenyard CO2-neutraal zijn. Vorig jaar verbruikte de onderneming 624.251 megawattuur aan energie, en creëerde zo 169 kiloton CO2. De grootste verbruikers zijn de fabrieken, waar groente en fruit worden diepgevroren of bereide maaltijden worden gemaakt. Voor de afdeling diepvries komen de groenten van 800 telers in België, Frankrijk en Polen. In het Limburgse Bree worden kant-en-klare producten in glas, blik of stazak gemaakt. De groenten daarvoor komen van 4500 hectare landbouwgrond in een straal van 100 kilometer. "We gebruiken nog veel aardgas in onze fabriek in Bree", zegt Florens Slob. De groenten gaan door diverse processen, waarbij ze worden verhit, later sterk afgekoeld, en bevroren. "Dat is energie-intensiever dan verse groenten verkopen, maar ze blijven langer houdbaar." De diesel voor de vrachtwagens maakt een tiende van het energieverbruik uit. "We hebben testen gedaan met elektrische vrachtwagens", zegt Florens Slob. "Voor transport op de lange afstand zijn die nog niet interessant. Wellicht komt dat nog. We kijken ondertussen naar lng in plaats van diesel. Of biologisch gas, verkregen uit organische reststromen. We gebruiken ook langere vrachtwagens. Daarmee vervoer je veel meer per liter brandstof." In het transport kan nog danig bespaard door de laadvolumes van de vrachtwagens te verhogen. "Het zit vaak in heel simpele dingen: zorgen dat je vrachtwagens altijd goed vol zijn", oordeelt Florens Slob. "Bij veel bedrijven is daar nog veel winst mogelijk. Dat is het laag hangend fruit, maar dat valt nog te plukken". De vrachtwagens van Greenyard rijden zelden leeg. Ze leveren aan de winkels om 6 uur 's morgens. Daarna halen ze de nieuwe producten in de veilingen en bij de producenten. Greenyard rijdt ook steeds meer met vrachtwagens met twee temperatuurzones. "Daarin steken we diverse producten", duidt Yannick Peeters. "Sla bijvoorbeeld, moet je heel koel houden tijdens het transport. Dat moet niet met bananen. In plaats van in twee vrachtwagens, steken we die in één vrachtwagen met twee temperatuurzones. We brengen dus zo weinig mogelijk wielen op de baan. We kijken ook continu, samen met onze klant, of we ook andere producten kunnen meenemen: gekoelde verse producten zoals vlees, vis of zuivel." De voedingsindustrie gebruikt veel water. Vorig jaar had Greenyard bijvoorbeeld bijna 5 miljard liter water nodig (4,78 miljoen kubieke meter). Dat is evenveel als de consumptie van 165.000 huishoudens. Het bedrijf gebruikt zijn water almaar efficiënter, maar de omzetgroei zorgde het voorbije jaar toch voor meer waterverbruik. Tegen 2025 moet toenemende efficiëntie leiden tot een tiende minder verbruik. "Vooral onze fabrieken gebruiken veel water", vertelt Florens Slob. "Sla wordt in diverse stadia gesneden, gewassen, verpakt. Dat betekent verschillende wasbeurten. In de laatste stap heb je relatief proper water, dat we opnieuw kunnen gebruiken in een vorige stap. In onze fabriek in Bree is het watergebruik intensiever, 1 miljard liter per jaar. De wortelen worden er geschild met stoom, nadien afgekoeld, en in potjes gestoken die weer opgewarmd worden. Maar ook dat water in de laatste processen, kunnen we opnieuw heel goed gebruiken in de vroegere fases." Slechts 3 procent van de Greenyard-producten komt uit gebieden met een matig risico op wateruitputting, in de overige 97 procent is er geen risico. Een groot deel van het water in Bree komt uit een lokale bron, die voldoende grondwater heeft. Bovendien werd de koeltoren er onlangs vernieuwd, wat leidt tot een besparing van 50 miljoen liter water per jaar. Greenyard werkt ook samen met telers voor intelligent waterbeheer. "We zijn al jarenlang lid van Ciro (coöperatieve irrigatie ruilverkaveling Ophoven, een dorp bij Kinrooi, nvdr)", benadrukt Florens Slob. "De coöperatie onderhoudt een irrigatiesysteem. Het water komt uit een steengroeve, en vloeit via pijpleidingen naar de landbouwvelden. De telers testen nu ook sub-irrigatie, met ondergrondse buizen. Ze sproeien dus geen water met spuitkoppen boven de grond, waardoor het water niet langer verdampt." Greenyard verkocht in het voorbije boekjaar 2,78 miljoen ton fruit en groenten. Dat zijn deels verse producten, en deels diepvries en bereide gerechten. De verwerking zorgt voor 200.000 ton bijproducten en afval. Restproducten ontstaan na het wassen en stoomschillen. Van doperwtjes blijven peulschillen over, van wortelen stukjes en schillen. Die resten krijgen een nieuw leven als veevoeder, en zijn goed voor bijna 60 procent van de 200.000 ton. Een ander bijproduct is grond die aan de groenten kleeft. Die wordt opnieuw als zand gebruikt. Ruim een derde van de reststromen wordt gerecycleerd, bijvoorbeeld kartonnen verpakkingen of houten pallets. Biomassa wordt vergist tot een energiebron. Ondanks dat bijna volledige hergebruik, wil Greenyard de voedselverspilling met nog eens een kwart verminderen tot 2025, en met de helft tegen 2030. "Wij vermijden vooral voedselverspilling met ons model 'van mond tot grond", duidt Florens Slob. "Onze sector hanteert doorgaans het omgekeerde model: van het veld tot de consument. Wij kijken in nauw overleg met onze klanten - de winkelketens - naar wat de consument vraagt. Hoe kunnen we de vraag zo goed mogelijk afstemmen op de productie? Wij duwen zelf geen product in de markt, wij starten bij de vraag. We willen zoveel mogelijk de juiste hoeveelheid producten op de juiste momenten in de winkels krijgen. Hoe beter geïntegreerd onze samenwerking met de winkelketens, hoe minder afval." Vorig jaar ging 2112 ton onverkocht voedsel van Greenyard naar de Voedselbanken, die het verdelen onder mensen die er geen geld voor hebben. "De winkels mogen die groenten en fruit niet langer verkopen, maar dat betekent niet dat ze oneetbaar zijn", zegt Yannick Peeters. "Die producten gaan naar de Voedselbanken. We verdelen die zo evenwichtig mogelijk binnen de landsgrenzen." Greenyard gebruikte in het voorbije boekjaar 82.860 ton consumentenverpakkingen. Glas (53%) en blik (28%) vormen de hoofdmoot. Greenyard haalt een recyclagepercentage van 98 procent, de doelstelling tegen 2025 is 100 procent. Vooral de fabriek in Bree gebruikt veel glas. "De initiële productie van glas is zeer energie-intensief, maar je kunt het 100 procent recycleren. Bij hergebruik haal je dus al veel CO2-winst", zegt Florens Slob. "Glas heeft voor- en nadelen. De consument wil zien wat er in het potje zit. Een stazak is een alternatief. Die weegt veel lichter, dus dat is beter in het transport. Maar hij is gemaakt van verschillende laagjes plastic, wat de recyclage dan weer lastiger maakt." Vooral voor de verse producten is er een sterke verschuiving van plastic naar karton. "Greenyard is een voorloper in dat proces", vindt Yannick Peeters. "Je moet de consument wel overtuigen. Voordien kon hij doorheen het plastic zien wat er in een zak zat. Nu maken we kijkgaten in de verpakking. De folie die daarbij wordt gebruikt is van papier."