Stel je een wereld voor waarin Facebook toebehoort aan de gebruikers. Zij besturen het platform en bepalen per stemming het beleid op het gebied van content modereren en data verzamelen. Die gebruikers, die met hun foto's, video's en andere posts waarde geven aan Facebook, zijn collectief mede-eigenaar, en de eerste gebruikers hebben de waarde van hun aandelen sterk zien stijgen naarmate het platform groeide. Een kernteam ontfermt zich over de dagelijkse ontwikkeling van het platform, maar iedereen beslist samen over de productstrategie en de toewijzing van middelen. Op het eerste gezicht verschilt die ingebeelde toekomst radicaal van de huidige digitale wereld. Maar ze is dichterbij dan je denkt.

Het voorbije decennium hebben de grote onlineplatformen zoals Facebook, Snapchat, TikTok en YouTube waarderingen van vele miljarden dollars bereikt. Dat hadden ze nooit gekund zonder de content die hun gebruikers posten. De 'makerseconomie' - de platformen en tools waarmee creatieve mensen content kunnen delen, een publiek opbouwen en op uiteenlopende manieren geld verdienen - is meer dan 100 miljard dollar waard. Er zijn naar schatting 50 miljoen makers over de hele wereld. Hun culturele impact begint die van de traditionele media te overstijgen.

Gedeelde eigendom en controle van de onlineplatformen is de weg vooruit.

Er komen echter stilaan barsten in de makerseconomie, door het manifeste onevenwicht in de machtsverhoudingen tussen de platformen en de creatievelingen. Die laatste zijn afhankelijk van een handvol socialemediareuzen om een publiek te vinden en er contact mee te leggen. Door content te uploaden dragen ze rechtstreeks bij tot de waarde van die platformen, en toch hebben ze alles van een onderklasse van arbeiders, zonder de bijbehorende voordelen of bescherming of aandelenopties waarmee ze kunnen delen in het succes van de platformen. Ik heb die dynamiek al omschreven als 21ste-eeuws lijfeigenschap. De makers bevinden zich echter in een zwakke positie. Ze organiseren zich wel bottom-up, bijvoorbeeld door oneerlijk beleid aan de kaak te stellen bij hun publiek, of door te 'staken' en niets meer te posten. Maar dat heeft weinig impact, omdat de makers uiteindelijk nergens anders terechtkunnen.

De volgende stap moet zijn dat de makers de platformen zelf bouwen, exploiteren en bezitten. Dat zal het machtsevenwicht verschuiven. Tot dusver hebben coöperatieve eigendomsstructuren het altijd moeilijk gehad, omdat het een uitdaging is beslissingen te nemen en te besturen wanneer de organisatie aan schaalvergroting toe is, en om investeerders aan te trekken. De nieuwe technologieën kunnen die hinderpalen wegnemen. Gedecentraliseerde netwerken, die bijvoorbeeld de onderbouw vormen van cryptomunten, maken het mogelijk om eigendom te verdelen via tokens. Die worden verdiend met bijdragen aan het netwerk en verlenen vaak bestuursrechten. Het klinkt misschien futuristisch en abstract, maar het gebeurt nu al.

In 2022 zullen de nieuwe, gedecentraliseerde netwerken die de makerseconomie bedienen, een kantelpunt bereiken. Het is een aanlokkelijk vooruitzicht om de activa waarmee je een vermogen opbouwt, te democratiseren via de verdeling van tokens. Gebruikers belonen met eigendom kan innovators helpen om enorme user bases aan te trekken. Daarmee kunnen de nieuwe platformen de concurrentie aangaan met de bestaande, gecentraliseerde platformen. Als de makers ook de eigenaars zijn, verdwijnt het conflict tussen de platformen en de deelnemers. Het zorgt er ook voor dat groei alle belanghebbenden ten goede komt. De komende maanden en jaren zullen makers zich bewust worden van hun macht, en die gebruiken. Dat zal een nieuwe groep platformen in het leven roepen, die eigendom en controle toekennen - en makers als eersterangsburgers behandelen.

Stel je een wereld voor waarin Facebook toebehoort aan de gebruikers. Zij besturen het platform en bepalen per stemming het beleid op het gebied van content modereren en data verzamelen. Die gebruikers, die met hun foto's, video's en andere posts waarde geven aan Facebook, zijn collectief mede-eigenaar, en de eerste gebruikers hebben de waarde van hun aandelen sterk zien stijgen naarmate het platform groeide. Een kernteam ontfermt zich over de dagelijkse ontwikkeling van het platform, maar iedereen beslist samen over de productstrategie en de toewijzing van middelen. Op het eerste gezicht verschilt die ingebeelde toekomst radicaal van de huidige digitale wereld. Maar ze is dichterbij dan je denkt. Het voorbije decennium hebben de grote onlineplatformen zoals Facebook, Snapchat, TikTok en YouTube waarderingen van vele miljarden dollars bereikt. Dat hadden ze nooit gekund zonder de content die hun gebruikers posten. De 'makerseconomie' - de platformen en tools waarmee creatieve mensen content kunnen delen, een publiek opbouwen en op uiteenlopende manieren geld verdienen - is meer dan 100 miljard dollar waard. Er zijn naar schatting 50 miljoen makers over de hele wereld. Hun culturele impact begint die van de traditionele media te overstijgen. Er komen echter stilaan barsten in de makerseconomie, door het manifeste onevenwicht in de machtsverhoudingen tussen de platformen en de creatievelingen. Die laatste zijn afhankelijk van een handvol socialemediareuzen om een publiek te vinden en er contact mee te leggen. Door content te uploaden dragen ze rechtstreeks bij tot de waarde van die platformen, en toch hebben ze alles van een onderklasse van arbeiders, zonder de bijbehorende voordelen of bescherming of aandelenopties waarmee ze kunnen delen in het succes van de platformen. Ik heb die dynamiek al omschreven als 21ste-eeuws lijfeigenschap. De makers bevinden zich echter in een zwakke positie. Ze organiseren zich wel bottom-up, bijvoorbeeld door oneerlijk beleid aan de kaak te stellen bij hun publiek, of door te 'staken' en niets meer te posten. Maar dat heeft weinig impact, omdat de makers uiteindelijk nergens anders terechtkunnen. De volgende stap moet zijn dat de makers de platformen zelf bouwen, exploiteren en bezitten. Dat zal het machtsevenwicht verschuiven. Tot dusver hebben coöperatieve eigendomsstructuren het altijd moeilijk gehad, omdat het een uitdaging is beslissingen te nemen en te besturen wanneer de organisatie aan schaalvergroting toe is, en om investeerders aan te trekken. De nieuwe technologieën kunnen die hinderpalen wegnemen. Gedecentraliseerde netwerken, die bijvoorbeeld de onderbouw vormen van cryptomunten, maken het mogelijk om eigendom te verdelen via tokens. Die worden verdiend met bijdragen aan het netwerk en verlenen vaak bestuursrechten. Het klinkt misschien futuristisch en abstract, maar het gebeurt nu al. In 2022 zullen de nieuwe, gedecentraliseerde netwerken die de makerseconomie bedienen, een kantelpunt bereiken. Het is een aanlokkelijk vooruitzicht om de activa waarmee je een vermogen opbouwt, te democratiseren via de verdeling van tokens. Gebruikers belonen met eigendom kan innovators helpen om enorme user bases aan te trekken. Daarmee kunnen de nieuwe platformen de concurrentie aangaan met de bestaande, gecentraliseerde platformen. Als de makers ook de eigenaars zijn, verdwijnt het conflict tussen de platformen en de deelnemers. Het zorgt er ook voor dat groei alle belanghebbenden ten goede komt. De komende maanden en jaren zullen makers zich bewust worden van hun macht, en die gebruiken. Dat zal een nieuwe groep platformen in het leven roepen, die eigendom en controle toekennen - en makers als eersterangsburgers behandelen.