Het is niet echt een geheim. Theorieën over leiderschap stellen niet veel voor. Heel vaak wordt gewoon een etiket geplakt op succesvol gedrag. Als je het niet meer in gewone termen kunt uitleggen, noem het dan charismatisch. Men heeft zich te pletter gezocht naar de persoonlijkheidskenmerken van de betere leider en is van een kale reis thuisgekomen. Het belangrijkste voor een leider? De motivatie om te leiden. Hoever geraak je met zo'n inzicht? Er zijn tientallen definities, duizenden studies, en we weten het nog altijd niet. Leiderschap lijkt verdacht veel op de verschrikkelijke sneeuwman. Velen hebben sporen gezien, maar niemand het beest zelf. Nochtans zijn weinig onderwerpen zo intens bestudeerd als leiderschap. De adoratie voor leiderschapstheorieën staat echter in schril contrast met de validiteit van de verworven kennis.

Geboeid door leiderschap? Misschien bent u een narcist.

Trainers en consultants, organisatoren van teambuilding, professoren die prestigieuze leerstoelen bekleden en dure keynotespeeches houden: leiderschap is big business. Maar dan vooral gevoed door de edele kunst van hete lucht verkopen. Ja, er bestaan grote leiders, voor de enen Napoleon (toch wel een oorlogsmisdadiger), voor de anderen Margaret Hilda Thatcher (waarom werd ze toch zo gehaat door verstandige mensen?), voor weer anderen Nelson Mandela (een van de weinige leiders die bitter weinig bagger over zich krijgen), voor mij Ernest Shackleton (de facto een goed georganiseerd avonturier). Ze hebben als belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk dat ze niet meer leven. Ik heb gewerkt voor mensen die me hebben geïnspireerd en die mijn respect hebben afgedwongen. U kent hopelijk ook enkele nog levende leiders. Misschien verwart u talent en succes met leiderschap, maar echte, goede, toegewijde leiders bestaan. Ik kan met zekerheid stellen dat, net als een bestseller, leiderschap kan worden gevat in drie grote geheimen. Helaas, niemand kent ze.

Wie wil leren over leiderschapstheorieën, over the Why before the What, over authentiek leiderschap, over visie hebben en visie geven, over de vijf geheimen (het zijn er dus vijf, geen drie) van de charismatisch leider, de kenmerken van de dienende, nederige leider of over de drie hormonen die de cocktail vormen voor dé leider? Wie is er vooral geboeid door wat nauwelijks het niveau van de gebakken lucht overstijgt, ook al zal de lesgever enthousiast het omgekeerde beweren?

Leiderschap lijkt op de verschrikkelijke sneeuwman. Velen hebben sporen gezien, maar niemand het beest zelf.

Twee onderzoekers van de universiteit van Queensland in Australië hebben dat geheim onlangs onthuld. Misschien zijn onze tegenvoeters wat tegendraads en durven ze taboes aan te vallen. Ze bevroegen een internationale steekproef naar hun interesse in leiderschap en verzamelden gegevens over de respondenten, vooral over hun mate van narcisme. Wie houdt van leiderschapstheorie? Mensen met een brede belangstelling om groepen of de maatschappij te dienen, of eerder mensen die op zoek gaan naar middelen om zichzelf scherper in de kijker te plaatsen, zichzelf te promoten?

Het antwoord is onthutsend eenvoudig. Hoe narcistischer, hoe meer interesse voor de leiderschapsbusiness, voor de achtergrond van de diverse theorieën. Weinig hoopgevend voor de believers: hoe hoger geschoold de respondent, hoe minder enthousiast het geloof in leiderschapsconcepten. Onderwijs maakt ons sceptischer. Narcisten hebben relatief gezien minder interesse voor participatief leiderschap, maar des te meer voor theorieën die leiders zien als sterke figuren.

Als de motivatie om te leiden de belangrijkste eigenschap is van een leider, dan is dat soort onderzoek weinig hoopgevend. Mensen met een groot ego, lichtjes verliefd op zichzelf, worden aangezogen door leiderschapssituaties. Narcisten staan graag in de belangstelling en beseffen maar al te goed dat een positie met invloed en macht daartoe kan bijdragen.

De auteur is professor-emeritus aan de Vlerick Business School. Volg mij op www.marcbuelens.com.

Het is niet echt een geheim. Theorieën over leiderschap stellen niet veel voor. Heel vaak wordt gewoon een etiket geplakt op succesvol gedrag. Als je het niet meer in gewone termen kunt uitleggen, noem het dan charismatisch. Men heeft zich te pletter gezocht naar de persoonlijkheidskenmerken van de betere leider en is van een kale reis thuisgekomen. Het belangrijkste voor een leider? De motivatie om te leiden. Hoever geraak je met zo'n inzicht? Er zijn tientallen definities, duizenden studies, en we weten het nog altijd niet. Leiderschap lijkt verdacht veel op de verschrikkelijke sneeuwman. Velen hebben sporen gezien, maar niemand het beest zelf. Nochtans zijn weinig onderwerpen zo intens bestudeerd als leiderschap. De adoratie voor leiderschapstheorieën staat echter in schril contrast met de validiteit van de verworven kennis. Trainers en consultants, organisatoren van teambuilding, professoren die prestigieuze leerstoelen bekleden en dure keynotespeeches houden: leiderschap is big business. Maar dan vooral gevoed door de edele kunst van hete lucht verkopen. Ja, er bestaan grote leiders, voor de enen Napoleon (toch wel een oorlogsmisdadiger), voor de anderen Margaret Hilda Thatcher (waarom werd ze toch zo gehaat door verstandige mensen?), voor weer anderen Nelson Mandela (een van de weinige leiders die bitter weinig bagger over zich krijgen), voor mij Ernest Shackleton (de facto een goed georganiseerd avonturier). Ze hebben als belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk dat ze niet meer leven. Ik heb gewerkt voor mensen die me hebben geïnspireerd en die mijn respect hebben afgedwongen. U kent hopelijk ook enkele nog levende leiders. Misschien verwart u talent en succes met leiderschap, maar echte, goede, toegewijde leiders bestaan. Ik kan met zekerheid stellen dat, net als een bestseller, leiderschap kan worden gevat in drie grote geheimen. Helaas, niemand kent ze. Wie wil leren over leiderschapstheorieën, over the Why before the What, over authentiek leiderschap, over visie hebben en visie geven, over de vijf geheimen (het zijn er dus vijf, geen drie) van de charismatisch leider, de kenmerken van de dienende, nederige leider of over de drie hormonen die de cocktail vormen voor dé leider? Wie is er vooral geboeid door wat nauwelijks het niveau van de gebakken lucht overstijgt, ook al zal de lesgever enthousiast het omgekeerde beweren? Twee onderzoekers van de universiteit van Queensland in Australië hebben dat geheim onlangs onthuld. Misschien zijn onze tegenvoeters wat tegendraads en durven ze taboes aan te vallen. Ze bevroegen een internationale steekproef naar hun interesse in leiderschap en verzamelden gegevens over de respondenten, vooral over hun mate van narcisme. Wie houdt van leiderschapstheorie? Mensen met een brede belangstelling om groepen of de maatschappij te dienen, of eerder mensen die op zoek gaan naar middelen om zichzelf scherper in de kijker te plaatsen, zichzelf te promoten? Het antwoord is onthutsend eenvoudig. Hoe narcistischer, hoe meer interesse voor de leiderschapsbusiness, voor de achtergrond van de diverse theorieën. Weinig hoopgevend voor de believers: hoe hoger geschoold de respondent, hoe minder enthousiast het geloof in leiderschapsconcepten. Onderwijs maakt ons sceptischer. Narcisten hebben relatief gezien minder interesse voor participatief leiderschap, maar des te meer voor theorieën die leiders zien als sterke figuren. Als de motivatie om te leiden de belangrijkste eigenschap is van een leider, dan is dat soort onderzoek weinig hoopgevend. Mensen met een groot ego, lichtjes verliefd op zichzelf, worden aangezogen door leiderschapssituaties. Narcisten staan graag in de belangstelling en beseffen maar al te goed dat een positie met invloed en macht daartoe kan bijdragen.