Galeriehoudster Sofie Van de Velde: ‘De klassieke galerie heeft geen toekomst meer’

Sofie Van de Velde © Franky Verdickt
Sjoukje Smedts  medewerker van Trends

Galeriehoudster Sofie Van de Velde kreeg de internationale Innovation and Creativity Award, omdat ze kiest voor een nieuw model van samenwerken tussen galeries. Ondertussen werkt ze verder aan een andere uitdaging: de kunstwereld transparanter maken.

Sofie Van de Velde (46) opende de voorbije jaren een tweede vestiging van haar kunstgalerie, ze werd ondervoorzitter van de BUP, de vakvereniging van de Belgische galeries, en ze won de Innovation and Creativity Award op Art Basel. Toch zag haar carrière er nog niet zo lang geleden helemaal anders uit. Ze werkte jarenlang met jongeren en beklom daarna de carrièreladder in de sociale sector. Tot ze in de running was voor een topfunctie bij het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding).

“Ik heb vijf diploma’s die van pas komen in de sociale sector. Alles wees naar een verdere carrière in die richting”, aldus Van de Velde. “Tot mijn vader ziek werd.” Haar vader, Ronny Van de Velde, bouwde zelf als galeriehouder een grote reputatie op. “Die liefde voor kunst is er bij mij altijd geweest. Toen ik moest kiezen tussen een topfunctie in het onderwijs of de stap wagen in de kunstsector, heb ik daar niet eens lang over nagedacht. Ook al had ik alleen iets te verliezen”, blikt Van de Velde terug. “Soms doe je in je leven dingen omdat ze gewoon juist aanvoelen.”

De overstap van Van de Velde was behoorlijk risicovol, in een tijd dat de kunstbeurzen boomen en kunstenaars steeds vaker verkopen op basis van één simpele post op Instagram.

Hebben kunstgaleries in zo’n tijd nog een toekomst?

SOFIE VAN DE VELDE. “Natuurlijk! Ik heb veel kunstenaars zichzelf zien verkopen en die pogingen komen altijd als een boemerang terug. Die kunstenaars vinden vaak terecht dat ze goed werk maken, maar je ook verkopen door te zeggen dat je jezelf geweldig vindt, is toch heel moeilijk. Het is soms ook gênant de waarde van je eigen werk te bepalen. Bovendien lopen kunstenaars vaak aan tegen de administratieve rompslomp: facturen die niet kloppen, belastingen die ze moeten betalen. Wie zegt dat een galerie wel heel makkelijk 50 procent van de verkoopsprijs op zak steekt – zoals het geval is als je een langdurige samenwerking met een kunstenaar aangaat – vergeet dat wij ook de risico’s voor onze rekening nemen. In de tijd dat een kunstenaar met die zaken bezig is, werkt hij niet aan zijn kernactiviteit: creëren.

De modellen van de marketingwereld kun je niet zomaar toepassen op de kunstsector

“Al is het een juiste vraag of de klassieke galerie, zoals wij die vandaag kennen, nog een toekomst heeft. Ik geloof van niet. Het model van een galeriehouder die zijn deur openzet en zit te wachten, werkt niet meer.”

Komt het daardoor dat één op de vier nieuwe galeries in de eerste drie jaar moet sluiten?

VAN DE VELDE. “Mensen die een galerie openen, houden soms wel van kunst en hebben zin om te verzamelen, maar ze hebben vaak geen achtergrond in de kunstsector. Ze merken pas te laat hoe complex die wereld is. Je raakt bijvoorbeeld niet zomaar in bepaalde netwerken. Daarnaast beseffen velen niet dat je de modellen van de marketingwereld niet zomaar kunt toepassen op de kunstsector. Dat merk ik elke keer als we een project met mensen uit een andere sector opzetten. Zij willen het model achter de mythe kennen en denken dat het makkelijk is een kunstenaar te ‘maken’. Wel, het begint en eindigt met een kunstenaar die sterk en relevant werk brengt.

“Natuurlijk zijn er indicatoren dat een jonge kunstenaar kans heeft om te groeien. Maakt een kunstenaar een boek in samenwerking met een interessante locatie zoals een museum, dan heeft hij bijvoorbeeld een stapje voor. Alleen is dat niet voldoende. Dat blijkt ook uit onderzoek naar het werk van Hanne Darboven eind vorige eeuw. Op een gegeven moment toonden wereldwijd heel wat galeries haar werk. Ze zorgden ook voor extreem veel media-aandacht. Maar de prijs blijft nu al vijftig jaar bijna gelijk. Er is dus altijd een emotionele betrokkenheid die je niet kunt manipuleren. Op de een of andere manier vind ik dat hoopvol.”

Begrijpen ook de kopers dat? Of zien zij kunst toch vooral als belegging?

VAN DE VELDE. “Mensen willen weten of een kunstenaar al goed heeft verkocht en na hoeveel tijd de waarde van het werk zou beginnen te stijgen. Ik wil dat niet romantiseren, ik ben me van die verantwoordelijkheid bewust. Bij elke kunstenaar die we vertegenwoordigen, gaan we er daarom prat op dat we netwerken proberen te zoeken om zijn werk te verdelen, ook in het buitenland. Ik werk samen met een dertigtal galeries over de hele wereld.

“Al wordt kunst meestal pas gezien als een belegging zodra een werk voor de tweede of volgende keer wordt verkocht. Bij het aankopen van werk van jonge kunstenaars is er een ander verwachtingspatroon. Er zijn maar weinig mensen die bij mij een werk van een jonge kunstenaar kopen voor pakweg 1000 euro en drie jaar later komen zeggen dat ze hoopten dat het sneller in waarde zou stijgen. Jonge kunstenaars hebben nu eenmaal nog meer grillen. Als je met hen samenwerkt, zoals ik doe, zijn de risico’s dus veel groter en moet je veel harder werken.”

Heeft uw vader u daarom afgeraden in de kunstwereld te stappen?

VAN DE VELDE. “Dat is zo ( lacht). Hij zegt altijd dat een goede kunstenaar een dode kunstenaar is. Dan kun je het volledige oeuvre bekijken en kiezen waarop je focust. Ik zet daarom jonge kunstenaars naast gevestigde namen. Daardoor kan ik relevante kunstenaars uit het verleden weer betekenis geven in het heden en vice versa. Ik heb daarom wel de samenwerking met drie kunstenaars moeten stopzetten. Ze vonden dat ze minder tot hun recht kwamen naast die gevestigde waarden. Dan is het een heel goede keuze niet langer samen te werken, want iedereen moet trouw blijven aan zichzelf.

“Ook samenwerken met een internationaal netwerk geeft kansen aan hedendaagse kunstenaars, maar ze moeten de druk wel aankunnen. Ik maak hen niet gelukkig door hen daarin te forceren. Het zijn gevolgen van het model waarvoor ik heb gekozen. Samen met Jason Poirier van Plus-One Gallery deel ik nu ook ongeveer een jaar een pand op het Nieuw-Zuid in Antwerpen. Ook onze teams werken samen. We willen elkaar niet de hele tijd kapot concurreren, dat hebben we te vaak gezien.”

Het is toch niet omdat jullie af willen van dat competitieve systeem dat andere galeriehouders daar ook zo over zullen denken?

VAN DE VELDE. “Het probleem is dat kunst een luxeproduct is. Ik heb pas een paar jaar geleden beseft dat het voor heel veel mensen eigenlijk niet cruciaal is ( glimlacht). Ik dacht dat iedereen weleens wat centen opzij legde voor kunst. Dat dat niet zo is, maakt dat kunst het eerste is waarop mensen besparen als het moeilijk gaat. Daardoor heerst in de kunstwereld misschien wel nog meer concurrentie dan in andere sectoren. Door samen te werken willen Jason en ik meer mensen bereiken, toegankelijker zijn, en kosten en ons netwerk delen. Dat zijn volgens ons de uitdagingen van de hedendaagsekunstwereld. We zijn ons wel heel erg bewust van het marktdenken, en er is ook tussen ons soms een gezonde spanning en competitie. Daar hebben we het ook absoluut niet moeilijk mee. Waar we het wel moeilijk mee hebben, is de onduidelijkheid in de kunstwereld.”

SOFIE VAN DE VELDE
SOFIE VAN DE VELDE “Als de vrouw een kunstwerk niet wil, wordt het niet gekocht.”© Franky Verdickt

Neemt iedereen u in dank af dat u die openheid wilt?

VAN DE VELDE. “We hebben heel veel collega’s die absoluut niet transparant zijn, maar we werken aan een internationale code over hoe een galerie moet omgaan met kunstenaars, musea en klanten. Daarin staat ook het verlangen om met overeenkomsten te werken. Nu worden die meestal niet gesloten, omdat er in onze sector al snel op wordt gewezen dat het om vertrouwensbanden moet gaan en niet om geld. Als kunstenaars bij een galerie weggaan, ontstaan daardoor soms conflicten over het teruggeven van werken en het achterhouden van geld. Het is zoveel handiger als er een overeenkomst is. De spelregels tussen mij en de kunstenaar moeten helder zijn, zodat ik me niet hoef af te vragen of hij iets achter mijn rug doet. Ik wil bijvoorbeeld geen stress hebben omdat een verzamelaar de studio van een kunstenaar bezoekt en probeert een werk te kopen zonder dat ik het weet. Het is mij alleszins nog nooit overkomen.”

We willen elkaar niet de hele tijd kapot concurreren, dat hebben we te vaak gezien

Voor zover u weet.

VAN DE VELDE. “Het is zo’n kleine wereld, zoiets komt bijna altijd uit. Ik was laatst bijvoorbeeld bezig met een verkoop uit een privécollectie, toen plots een andere galeriehouder zich op hetzelfde werk stortte. Binnen de twee uur wist ik dat. Omdat een klant mij belde en vertelde dat het werk aan hem werd aangeboden. Na een tijd is je netwerk zo groot dat je daarop kunt vertrouwen. Al durf ik niet te zeggen dat het ook sluitend is. Transparanter worden staat dus niet gelijk aan je eigen zaak niet langer beschermen. De onderhandelingen over de gedragscode gaan dan ook over heel veel geld.”

Is het makkelijk een vrouw te zijn in de galeriesector?

VAN DE VELDE. “Als we in Bazel over de gedragscode overleggen met alle internationale verantwoordelijken van de sector, ben ik soms bijna de enige vrouw in het gezelschap. De galeriesector bestond lange tijd alleen uit mannen. Heel patriarchaal was het. Je blijft horen of het wel gaat blijven duren, de galerie combineren met een samengesteld gezin met vier kinderen. Ik hoor nooit iemand aan Jason vragen of hij het zal volhouden, terwijl hij ook een samengesteld gezin met vier kinderen heeft. Zover staan we dus nog maar. Verder heb je vooral in Duitsland en Oostenrijk nog galeriehouders die heel klassiek denken. Als ik hen tijdens een overleg onderbreek, durven ze weleens te zeggen dat ik hen affronteer. Daar zal ik achteraf wel op reageren, want dat irriteert me, omdat het over macht en status gaat.

“Er is zo veel werk aan de winkel in de kunstwereld, dat ego’s enkel leiden tot vertragingsmanoeuvres. Op andere momenten zijn intermenselijke reacties soms ook gewoon een spel dat je moet meespelen. Humor is daar belangrijk in. Zegt iemand dat ik er goed uitzie, dan zal ik antwoorden dat het speciaal voor de vergadering is, omdat ik de gedragscode erdoor wil krijgen. Dan lacht iedereen.

“Maar het vrouw-zijn is dus wel nog altijd een item. Dat er soms wordt voorgesteld een kunstenares op te nemen in een tentoonstelling, om toch maar het werk van een vrouw aan bod te laten komen, vind ik bijvoorbeeld beledigend. Ik volg kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven als ze zegt dat er veel vrouwelijke kunstenaars bij zijn gekomen, maar dat het daarom niet allemaal betere kunstenaars zijn. Dat ik bij de start van mijn galerie vaak werk van vrouwelijke kunstenaars toonde, was dus eerder toeval. Het waren gewoon loeisterke vrouwen, geen excuustruzen ( lacht).”

Trok dat ook vrouwelijke klanten?

VAN DE VELDE. “Vrouwen weten soms heel goed wat ze willen en ze voelen zich soms bedreigd door een vrouwelijke galeriehouder. Vooral omdat een vrouwelijke galeriehouder nog altijd minder ingebakken is. Je moet dan heel hard werken om dat gevoel weg te nemen, want een vrouw beslist of iets gekocht wordt of niet. Als zij een kunstwerk niet wil, wordt het niet gekocht. En dat is helemaal oké ( lacht). Ik ben waarschijnlijk zelf net zo, net zoals mijn partner trouwens.”

De expo Sara Sizer, Third Person loopt van 1 september in Galerie Sofie Van de Velde in Antwerpen.

Andere galeries in Antwerpen zetten dit weekend de deuren open voor hun eerste show van het nieuwe seizoen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content