Door de oorlog in Oekraïne zijn de prijzen voor grondstoffen geëxplodeerd. Dat komt bovenop de al gestegen prijzen als gevolg van de coronacrisis. Daardoor komt de voedingssector naar eigen zeggen tussen hamer en aambeeld te zitten, want de winkelketens weigeren om de prijsstijgingen door te rekenen. De rendabiliteit van de sector, die in 2021 al op een historisch dieptepunt van 2,8 procent stond, komt zo verder onder druk te staan.

Schaarste

Daarnaast zijn grondstoffen ook alsmaar schaarser geworden. Het gaat onder meer om zonnebloemolie en tarwe, maar ook honing, eierproducten en zelfs verpakkingen. In de bevraging van Fevia geeft de helft van de Belgische voedingsbedrijven aan met een verstoring van de bevoorrading te kampen.

Zeven op de tien bedrijven hebben daardoor de samenstelling van hun producten al moeten aanpassen of kondigen aan dat binnenkort te zullen moeten doen. Door de combinatie van de gestegen grondstofprijzen, wereldwijde schaarste en verminderde rendabiliteit zien voedingsbedrijven zich dan ook genoodzaakt om hun productie ofwel te verminderen of stil te leggen (9 procent) of dat de komende twee à vier weken te zullen doen (30 procent).

Nochtans kende de sector in 2021 een heropleving na het zware coronajaar 2020, met een omzet van 61,4 miljard euro (+13,1 procent) en een gestegen export tot 30 miljard euro (+11,7 procent). De oorlog in Oekraïne doet die groei echter teniet.

Flexibiliteit

Om rendabel te kunnen blijven, herhaalt Fevia zijn oproep aan het adres van zowel de overheid als de overige ketens in de voedingsindustrie om flexibiliteit aan de dag te leggen. Het gaat dan onder meer om het inbouwen van hefbomen in de regelgeving, zodat contracten en prijzen bij onvoorziene kostenstijgingen gemakkelijker kunnen worden bijgespijkerd. De winkelketens worden bovendien gevraagd om in te gaan op de vraag tot heronderhandelingen, zodat de sector de prijsstijgingen op die manier deels kan recupereren.

'Onze bedrijven gaan er alles aan doen om de voedselbevoorrading te blijven garanderen, zoals ze dat ook gedaan hebben tijdens de pandemie. We zijn een veerkrachtige sector, maar in deze uitzonderlijke omstandigheden hebben onze bedrijven nood aan steun en flexibiliteit', besluit Fevia-voorzitter Anthony Botelberge.

De Belgische voedingssector is de grootste industriële sector in ons land en stelde in 2021 98.000 mensen tewerk.

Door de oorlog in Oekraïne zijn de prijzen voor grondstoffen geëxplodeerd. Dat komt bovenop de al gestegen prijzen als gevolg van de coronacrisis. Daardoor komt de voedingssector naar eigen zeggen tussen hamer en aambeeld te zitten, want de winkelketens weigeren om de prijsstijgingen door te rekenen. De rendabiliteit van de sector, die in 2021 al op een historisch dieptepunt van 2,8 procent stond, komt zo verder onder druk te staan. Daarnaast zijn grondstoffen ook alsmaar schaarser geworden. Het gaat onder meer om zonnebloemolie en tarwe, maar ook honing, eierproducten en zelfs verpakkingen. In de bevraging van Fevia geeft de helft van de Belgische voedingsbedrijven aan met een verstoring van de bevoorrading te kampen. Zeven op de tien bedrijven hebben daardoor de samenstelling van hun producten al moeten aanpassen of kondigen aan dat binnenkort te zullen moeten doen. Door de combinatie van de gestegen grondstofprijzen, wereldwijde schaarste en verminderde rendabiliteit zien voedingsbedrijven zich dan ook genoodzaakt om hun productie ofwel te verminderen of stil te leggen (9 procent) of dat de komende twee à vier weken te zullen doen (30 procent). Nochtans kende de sector in 2021 een heropleving na het zware coronajaar 2020, met een omzet van 61,4 miljard euro (+13,1 procent) en een gestegen export tot 30 miljard euro (+11,7 procent). De oorlog in Oekraïne doet die groei echter teniet. Om rendabel te kunnen blijven, herhaalt Fevia zijn oproep aan het adres van zowel de overheid als de overige ketens in de voedingsindustrie om flexibiliteit aan de dag te leggen. Het gaat dan onder meer om het inbouwen van hefbomen in de regelgeving, zodat contracten en prijzen bij onvoorziene kostenstijgingen gemakkelijker kunnen worden bijgespijkerd. De winkelketens worden bovendien gevraagd om in te gaan op de vraag tot heronderhandelingen, zodat de sector de prijsstijgingen op die manier deels kan recupereren. 'Onze bedrijven gaan er alles aan doen om de voedselbevoorrading te blijven garanderen, zoals ze dat ook gedaan hebben tijdens de pandemie. We zijn een veerkrachtige sector, maar in deze uitzonderlijke omstandigheden hebben onze bedrijven nood aan steun en flexibiliteit', besluit Fevia-voorzitter Anthony Botelberge. De Belgische voedingssector is de grootste industriële sector in ons land en stelde in 2021 98.000 mensen tewerk.