Uit tal van studies blijkt dat Facebook en Google - vooral de dochter YouTube - mensen radicaliseren door onlinehaat en -propaganda. Bovendien kregen machtige politici zoals Donald Trump jarenlang quasi vrij spel om hun aanhang op te jutten. De voorbije jaren hebben Facebook en Google allebei benadrukt hoeveel inspanningen ze doen om de schadelijke impact van hun platformen te minimaliseren. Maar die ontelbare varianten op 'We doen echt ons best' klinken ondertussen verschrikkelijk hol. Hun daden spreken hun woorden tegen. In de praktijk hebben ze bijvoorbeeld pas echt ingegrepen tegen Trump nadat er doden waren gevallen in de Verenigde Staten. Ze doen vooral hun best om de verantwoordelijkheid bij iemand anders te leggen.

Facebook en Google blijven bijvoorbeeld uit cynische berekening zweren bij een systeem waarbij ze hun platformen hoofdzakelijk laten modereren door onderaannemers. De medewerkers van die onderaannemers, die de meeste gore en traumatische dingen te zien krijgen, worden slechter betaald en niet op dezelfde manier in de watten gelegd als de medewerkers die rechtstreeks op de loonlijst staan van beide techgiganten. Het werken met onderaannemers komt goedkoper uit en je kan de schuld voor fouten ook deels op iemand anders steken.

Facebook en Google doen hun best om de verantwoordelijkheid elders te leggen.

Dat laatste trucje probeerde Facebook nog eens met Donald Trump. Om zeer gevoelige cases aan te pakken, zoals de propaganda van de voormalige president, vond Facebook vorig jaar een nieuw orgaan uit dat zoals een hooggerechtshof moest fungeren. Die Oversight Board besliste woensdag dat Trump terecht geblokkeerd was door Facebook. Trump had zijn aanhangers meermaals opgejut en voorgelogen dat de presidentsverkiezingen ongeldig zouden zijn terwijl hij wist dat de situatie kon escaleren. Het zou uiteindelijk leiden tot de bestorming van het Capitool, met onder meer enkele dodelijke slachtoffers tot gevolg. Trump blijft overigens nog altijd de leugen verspreiden dat hij de verkiezingen onterecht verloren heeft en dat de bestormers niet zijn aanhangers waren. Als Facebook hem opnieuw toelaat, zal het niet zijn omdat die berouw heeft getoond, maar omdat het bang is voor de Republikeinse partij.

De Oversight Board zei dat ze zich pas kan uitspreken over een definitieve ban of terugkeer van Trump als de netwerksite zelf zijn beleid rond haatspraak op orde krijgt. Facebook krijgt daarvoor zes maanden de tijd. Het orgaan wil duidelijk niet dat Facebook de verantwoordelijkheid voor een permanente verbanning van Trump volledig in zijn schoenen kan schuiven.

Zelfs met duidelijkere regels zal het altijd moeilijk blijven. Als privébedrijven moeten Facebook en Google niet het recht op vrije meningsuiting van hun gebruikers respecteren op hun platformen. Maar ze zijn terecht voorzichtig met censuur. Ze mogen dat wel niet als excuus gebruiken om niet hard genoeg op te treden tegen haatspraak en onlinebedreigingen. Facebook en Google zitten in dezelfde situatie als een rockfestival op een openbare plaats. Als het festival gedaan is, verwacht je dat het hele park weer netjes is, niet voor 90 procent of zelfs 99 procent. Iemand anders gooit misschien de troep neer, maar de techgiganten zijn de verantwoordelijke vervuiler.

Uit tal van studies blijkt dat Facebook en Google - vooral de dochter YouTube - mensen radicaliseren door onlinehaat en -propaganda. Bovendien kregen machtige politici zoals Donald Trump jarenlang quasi vrij spel om hun aanhang op te jutten. De voorbije jaren hebben Facebook en Google allebei benadrukt hoeveel inspanningen ze doen om de schadelijke impact van hun platformen te minimaliseren. Maar die ontelbare varianten op 'We doen echt ons best' klinken ondertussen verschrikkelijk hol. Hun daden spreken hun woorden tegen. In de praktijk hebben ze bijvoorbeeld pas echt ingegrepen tegen Trump nadat er doden waren gevallen in de Verenigde Staten. Ze doen vooral hun best om de verantwoordelijkheid bij iemand anders te leggen.Facebook en Google blijven bijvoorbeeld uit cynische berekening zweren bij een systeem waarbij ze hun platformen hoofdzakelijk laten modereren door onderaannemers. De medewerkers van die onderaannemers, die de meeste gore en traumatische dingen te zien krijgen, worden slechter betaald en niet op dezelfde manier in de watten gelegd als de medewerkers die rechtstreeks op de loonlijst staan van beide techgiganten. Het werken met onderaannemers komt goedkoper uit en je kan de schuld voor fouten ook deels op iemand anders steken. Dat laatste trucje probeerde Facebook nog eens met Donald Trump. Om zeer gevoelige cases aan te pakken, zoals de propaganda van de voormalige president, vond Facebook vorig jaar een nieuw orgaan uit dat zoals een hooggerechtshof moest fungeren. Die Oversight Board besliste woensdag dat Trump terecht geblokkeerd was door Facebook. Trump had zijn aanhangers meermaals opgejut en voorgelogen dat de presidentsverkiezingen ongeldig zouden zijn terwijl hij wist dat de situatie kon escaleren. Het zou uiteindelijk leiden tot de bestorming van het Capitool, met onder meer enkele dodelijke slachtoffers tot gevolg. Trump blijft overigens nog altijd de leugen verspreiden dat hij de verkiezingen onterecht verloren heeft en dat de bestormers niet zijn aanhangers waren. Als Facebook hem opnieuw toelaat, zal het niet zijn omdat die berouw heeft getoond, maar omdat het bang is voor de Republikeinse partij.De Oversight Board zei dat ze zich pas kan uitspreken over een definitieve ban of terugkeer van Trump als de netwerksite zelf zijn beleid rond haatspraak op orde krijgt. Facebook krijgt daarvoor zes maanden de tijd. Het orgaan wil duidelijk niet dat Facebook de verantwoordelijkheid voor een permanente verbanning van Trump volledig in zijn schoenen kan schuiven.Zelfs met duidelijkere regels zal het altijd moeilijk blijven. Als privébedrijven moeten Facebook en Google niet het recht op vrije meningsuiting van hun gebruikers respecteren op hun platformen. Maar ze zijn terecht voorzichtig met censuur. Ze mogen dat wel niet als excuus gebruiken om niet hard genoeg op te treden tegen haatspraak en onlinebedreigingen. Facebook en Google zitten in dezelfde situatie als een rockfestival op een openbare plaats. Als het festival gedaan is, verwacht je dat het hele park weer netjes is, niet voor 90 procent of zelfs 99 procent. Iemand anders gooit misschien de troep neer, maar de techgiganten zijn de verantwoordelijke vervuiler.