Liesker Procesfinanciering meldt dat het ook in België zijn diensten komt aanbieden. Het bedrijf financiert al sinds 2011 in Nederland de gerechtskosten en de erelonen van de advocaten voor bedrijven die een eis tot schadevergoeding hebben lopen tegen een ander bedrijf. Als de klant het geding wint, betaalt die 25 tot 30 procent van de vergoeding aan Liesker. In het andere geval betaalt hij niets.
...

Liesker Procesfinanciering meldt dat het ook in België zijn diensten komt aanbieden. Het bedrijf financiert al sinds 2011 in Nederland de gerechtskosten en de erelonen van de advocaten voor bedrijven die een eis tot schadevergoeding hebben lopen tegen een ander bedrijf. Als de klant het geding wint, betaalt die 25 tot 30 procent van de vergoeding aan Liesker. In het andere geval betaalt hij niets. "We mikken voorlopig op Vlaanderen", zegt Kees Jan Kuilwijk, die het Brusselse kantoor van de Nederlandse organisatie leidt. "We toetsen bij de advocatenkantoren af of hun cliënten interesse hebben in ons aanbod. De meeste reageren positief." Advocaat Geert Lenssens (SQ Law), die sterk actief is in financiële schadedossiers (zoals Arco en Fortis), ziet wel mogelijkheden. "Liesker springt in het gat in de markt. We kennen third party litigation finance (TPFL) in België al beperkt in massaschadeclaims. Nu wordt het ook mogelijk in individuele dossiers. Het kan ook in rechtszaken zonder schade. Aandeelhouders die bijvoorbeeld elkaar binnen het bestaande wettelijke kader willen uitkopen of hun aandelenverkoop willen afdwingen, zouden met Liesker een akkoord kunnen maken over een succes fee in de rechtszaak." Liesker is de eerste die zo'n dienst aanbiedt in België, maar ook het advieskantoor Deminor werkt er al enkele maanden in de luwte aan. Het heeft een zeskoppig team voor procesfinanciering dat werkt vanuit Brussel, Londen, Hongkong en Milaan. "Klassiek houdt Deminor zich - naast de bijstand van minderheidsaandeelhouders en dossiers van corporate governance - bezig met procesbegeleiding voor financiële schadeclaims, en met bedrijven die het slachtoffer zijn in mededingingsdossiers", zegt Erik Bomans, managing partner van Deminor. "Recent hebben we Deminor Recovery Services uitgebreid met procedures waarin een bedrijf een schadevergoeding vraagt van een ander bedrijf. Het kan bijvoorbeeld gaan om inbreuken op de intellectuele eigendom, distributiecontracten, maritieme en bouwdossiers. Ook na een bedrijfsovername kan een schadevordering worden gefinancierd als de verkoper bepaalde afspraken niet heeft nageleefd." Ook Deminor neemt dan alle juridische en gerechtelijke kosten over. Wordt de schadevergoeding toegestaan, verwacht Deminor zo'n 10 tot 35 procent van dat bedrag, naargelang de omvang, de complexiteit en de duur van het geschil. Bomans: "We hebben nog geen dossier geopend. We blijven voorzichtig. Deminor neemt enkel klanten aan als het geschil waarschijnlijk succes heeft, het bedrag van de schadevergoeding duidelijk bepaald kan worden en voldoende groot is om de investering terug te betalen." Liesker neemt in Nederland een op de tien bestudeerde dossiers aan, soms na advies van gewezen advocaten en rechters. Kuilwijk - een gewezen antitrustadvocaat in Brussel, maar niet vertrouwd met Belgisch recht - zal bij de risicoanalyse eventueel het advies vragen van een externe advocaat. Liesker heeft een succesratio tussen 54 procent en 60 procent. Kuilwijk hoopt eind dit jaar op twintig Belgische dossiers. "Belgische bedrijven zijn niet vertrouwd zijn met het fenomeen. Zodra dat verandert, ben ik ervan overtuigd dat het succes zal hebben." Commerciële externe procesfinanciering ontstond in de jaren negentig in Australië. Het beursgenoteerde Australische bedrijf Bentham IMF is een van de grootste in de niche met 1,4 miljard euro gerecupereerde schade in 184 dossiers en een succesratio van 90 procent (2018). Andere grote spelers zijn het Amerikaanse Burford Capital, het Britse Woodsford en het Duitse Foris. In België kwam externe procesfinanciering nog niet van de grond. "De kostprijs om te procederen en de erelonen van de advocaten zijn in ons land niet zo hoog als in Angelsaksische landen, waar dat soort groepen vooral actief is", zegt advocaat Hugo Lamon van de Orde van Vlaamse Balies. "Er is minder behoefte aan externe financiering. We komen Burford soms tegen in Belgische arbitragezaken. Die zijn door de gespecialiseerde arbiters duurder dan een gewone rechtszaak, maar ook beter voorspelbaar. Die twee elementen bevorderen de tussenkomst van een externe financier." Stan Brijs, vennoot bij NautaDutilh en gespecialiseerd in geschillen, merkt ook op dat Belgische rechtbanken veel lagere schadevergoedingen toekennen dan de Angelsaksische. "Er valt gewoon minder te verdienen voor deze procesfinanciers. Voorts worden geschillen meestal gedekt door de rechtsbijstandsverzekering. De vorige regering heeft die premies ook fiscaal aftrekbaar gemaakt." "Rechtsbijstandsverzekeraars duwen hun klant in de richting van een bepaald advocatenkantoor, terwijl wij hen de volledige vrijheid laten", repliceert Kuilwijk. "Ook beperken ze de kostprijs van het geschil tot 20.000 euro, of wat hoger voor wie zware premies betaalt. Ze financieren enkel de wat kleinere zaken, terwijl onze procedures meestal 30.000 tot 300.000 euro kosten aan erelonen." Dat zijn hoge bedragen voor veel Vlaamse ondernemingen. "Een financieel directeur wil het werkkapitaal liever investeren in de kernactiviteit dan in een riskante affaire als een proces", zegt Erik Bomans van Deminor. "Met de steun van een externe procesfinancier verdwijnt de kostprijs van een proces uit de resultatenrekening." Vooral kmo's kunnen volgens Brijs geïnteresseerd zijn in de techniek. "Dat soort bedrijven heeft meestal niet voldoende financiële middelen om een proces te voeren, waardoor ze kansen missen", voorspelt hij. "Als een kmo in de rechtbank tegenover een grote onderneming komt te staan, kan die laatste ook proberen de procedure te rekken. Het bedrijfje moet dan relatief veel tijd en middelen steken in het proces. Het begint er dan liever niet aan of zal akkoord gaan met een relatief lage dading. Met externe financiers vecht de kmo met gelijke wapens. Bovendien heeft de eiser het psychologische voordeel dat hij wordt gesteund door een organisatie die de slaagkans hoog inschat." "In elk geval zal externe procesfinanciering de toegang tot justitie vergemakkelijken voor ondernemingen", beaamt Lenssens. "Ze laten te veel kansen liggen omdat ze te krap bij kas zitten. En de advocaten kunnen de zaken met volle kracht aanpakken, omdat de betaalbaarheid onder controle is." Philippe Lambrecht, secretaris-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen, is voorzichtig. Door de externe financiering kan het aantal procedures stijgen. "Als te veel zaken naar de rechtbanken worden gebracht, dan evolueren we naar een geschillenmaatschappij", vreest hij. "Dat is niet gezond voor een economie. De kostprijs van de geschillen in de Verenigde Staten is veel hoger dan die in Europa. Is dat positief?" Kuilwijk: "We investeren ons geld enkel in zaken die een ernstige kans op succes hebben. Het is mogelijk dat partijen na een gemiste financiering door derden beslissen niet te procederen en het aantal rechtszaken zelfs daalt." Advocaat Hugo Lamon denkt dat ook de curatoren interesse zullen hebben voor de financieringstechniek. "Nu al moeten die zich voor de financiering van een rechtsprocedure wenden tot externe financiers, zoals banken of andere schuldeisers." In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is het no cure nopay-model van de externe procesfinanciering geen probleem, maar in België is het verboden. Hoe kan Liesker hier dan zijn diensten aanbieden? "Wij brengen no cure no pay via een volledig legaal achterpoortje in het Belgische rechtssysteem", verklaart Kuilwijk. "Het verbod had vooral tot doel te vermijden dat advocaten zich zwaar in de schulden zouden steken door op winstgevende processen te gokken. Dat gevaar bestaat niet, want wij betalen de advocaat een normaal ereloon." "Als de advocaat zelf een sterk financieel belang heeft bij de uitkomst van een proces, komt zijn onafhankelijkheid in het gedrang", weet Lamon. "Hij kan bijvoorbeeld aansturen op een schikking om zijn risico af te dekken, terwijl de voorzetting van de procedure een betere optie is. Zo'n belangvermenging wordt kleiner met een externe financier, op voorwaarde dat de onderlinge verhoudingen goed geregeld zijn." De klant beslist bij Deminor en Liesker autonoom of hij op het voorstel voor een dading ingaat. "Het is cruciaal dat de cliënt in overleg met zijn advocaat zelf beslist welke richting het proces uitgaat. Want bij een dading kan een belangenconflict met de procesfinancier ontstaan", aldus Brijs. "Duidelijke afspraken daarover zijn absoluut noodzakelijk." Dat geldt ook over het verloop van het proces, zoals het al dan niet in beroep gaan na een negatief vonnis. "Of we een beroep financieren, zullen we grondig bekijken", zegt Kuilwijk. "Uiteraard kan de klant dat op eigen kosten zelf doen." In Frankrijk regelt de deontologie van de advocaten al de verhouding tussen de advocaat, zijn cliënt en de externe financier. "Als externe procesfinanciering ingang vindt in België, zijn nieuwe regels nodig", voorspelt Hugo Lamon. "Er kan een spanningsveld zijn tussen het beroepsgeheim van de advocaat en de tussenkomst van derden in het proces." Om het financiële risico van de procedures te spreiden, lanceerde Liesker de fondsen Litifund I en II, waarmee externe financiers 5 miljoen euro investeerden in een aantal rechtszaken. "Op termijn hopen we ook Litifund Belgium te lanceren", stelt Kuilwijk. Bij Deminor horen we een gelijkaardig verhaal. "Het gebeurde dat we voor claims geval per geval externe financiers zochten als de kostprijs te hoog was", getuigt Bomans. "We sluiten niet uit dat we dat structureel moeten doen als het risico van de processen te groot wordt voor ons alleen. In dat geval zullen we ons kapitaal openstellen voor nieuwe aandeelhouders. Of dat nodig zal zijn? Ik ben ervan overtuigd dat de externe procesfinanciering binnen vijf jaar een normale praktijk is in de juridische wereld."