Wie net zoals ik collega's heeft op veel continenten, is wel wat gewoon: natuurrampen, staatsgrepen, muntdevaluaties, terreuraanslagen, embargo's. Elke dag brengt wel een nieuw probleem, maar nooit een van de omvang van de coronacrisis. Alle kantoren van Flanders Investment & Trade (FIT) in 76 landen zijn op hetzelfde moment getroffen. Ons crisisteam houdt angstvallig alle landenstatistieken in het oog. We houden ons hart vast voor wat er in de Verenigde Staten gebeurt. FIT heeft er zes kantoren en veel personeelsleden, wat logisch is, aangezien de Verenigde Staten de belangrijkste buitenlandse investeerder in Vlaanderen zijn en een van onze belangrijkste handelspartners. Gelukkig had FIT lang voor deze crisis al de omslag naar een digitale werkomgeving gemaakt en blijven we zonder problemen in contact met elkaar. Iedereen is gezond op post en werkt gezwind door. Niet het minst om wereldwijd en achter de schermen, samen met onze Waalse collega's, producten voor de gezondheidszorg te zoeken en die naar België te brengen.

Export wordt meer dan ooit cruciaal.

Pessimisme slaat me soms om het hart. Maar ik put hoop uit de veerkracht die zoveel landgenoten uitstralen. Het hart van onze economie blijft draaien, onze topsectoren zoals logistiek, gezondheid en agrovoeding blijven in moeilijke omstandigheden overeind. Bedrijven schakelen hun productieprocessen om en maken mondmaskers en ontsmettingsalcohol. Onze start-ups tonen een ongelooflijke daadkracht, bijvoorbeeld via coronadenktank.be en hackthecrisis.be. We zien een duidelijke versnelling naar een nieuwe betekeniseconomie. De creativiteit waarmee sommigen ageren, schept moed.

We verwarmen ons aan alle mooie lokale initiatieven, maar we mogen er niet blind voor zijn dat we internationaal meer zullen moeten samenwerken. De meeste landen kunnen deze crisis niet alleen aan. Velen van ons tonen al een open geest en hart, maar we hebben ook behoefte aan open grenzen voor handel, innovatie en markten. Alle getroffen landen hebben voor deze crisis kennis uit het buitenland nodig, of zijn afhankelijk van buitenlandse grondstoffen en producten. Bedrijven zijn ingebed in internationale productieketens. Onze gezondheidswerkers hebben nu vooral adequate bescherming nodig, zoals chirurgische mondmaskers, beademingstoestellen en gecertificeerd veiligheidsmateriaal. Die komen hoofdzakelijk uit het buitenland. Het is daarom belangrijk de grenzen open te houden voor het vrije verkeer van goederen en diensten.

Helaas voeren tientallen landen exportbeperkingen in. Bij grote crisissen is er altijd een reflex van protectionisme en zien we symptomen van het loslaten van de open handel. Het abrupte verminderen van de internationale handel zal leiden tot wereldwijde tekorten en hogere prijzen voor de consumenten. Dat zagen we ook al tijdens de voedselcrisis van 2007-2008. Een open exportland zoals het onze wordt dan extra hard getroffen. Veel landen moeten integendeel een tandje bijsteken, bijvoorbeeld door fast tracks op te zetten voor medisch materiaal en vaccins, of het intellectuele-eigendomsrecht voor medische producten ter discussie te stellen. Of denk aan de o zo belangrijke handzeep: meer dan dertig landen heffen daar nog 30 procent importheffingen op.

Net zoals andere crisissen zal ook deze crisis kansen bieden. Sommige landen versoepelen hun importregelgeving om de voedselbevoorrading te verzekeren. De vraag naar bepaalde hoogtechnologische producten schiet opeens omhoog, zoals voor de West-Vlaamse koortsscans. Vlaanderen was en moet de betrouwbare leverancier blijven die het is, van oplossingen die ons en andere landen uit deze crisis halen. Op die manier kunnen de Vlaamse bedrijven ook nieuw marktaandeel inpalmen en een versnelling hoger schakelen in de heropbouw van onze economie en het behoud van onze welvaart.

Om dat te doen, is het belangrijk klaar te zijn voor wanneer het momentum aanbreekt. FIT bereidt zich daar volop op voor. Maar eerst dat onzichtbare monster temmen dat ons allen in de tang neemt en zo veel mogelijk mensenlevens redden.

Wie net zoals ik collega's heeft op veel continenten, is wel wat gewoon: natuurrampen, staatsgrepen, muntdevaluaties, terreuraanslagen, embargo's. Elke dag brengt wel een nieuw probleem, maar nooit een van de omvang van de coronacrisis. Alle kantoren van Flanders Investment & Trade (FIT) in 76 landen zijn op hetzelfde moment getroffen. Ons crisisteam houdt angstvallig alle landenstatistieken in het oog. We houden ons hart vast voor wat er in de Verenigde Staten gebeurt. FIT heeft er zes kantoren en veel personeelsleden, wat logisch is, aangezien de Verenigde Staten de belangrijkste buitenlandse investeerder in Vlaanderen zijn en een van onze belangrijkste handelspartners. Gelukkig had FIT lang voor deze crisis al de omslag naar een digitale werkomgeving gemaakt en blijven we zonder problemen in contact met elkaar. Iedereen is gezond op post en werkt gezwind door. Niet het minst om wereldwijd en achter de schermen, samen met onze Waalse collega's, producten voor de gezondheidszorg te zoeken en die naar België te brengen. Pessimisme slaat me soms om het hart. Maar ik put hoop uit de veerkracht die zoveel landgenoten uitstralen. Het hart van onze economie blijft draaien, onze topsectoren zoals logistiek, gezondheid en agrovoeding blijven in moeilijke omstandigheden overeind. Bedrijven schakelen hun productieprocessen om en maken mondmaskers en ontsmettingsalcohol. Onze start-ups tonen een ongelooflijke daadkracht, bijvoorbeeld via coronadenktank.be en hackthecrisis.be. We zien een duidelijke versnelling naar een nieuwe betekeniseconomie. De creativiteit waarmee sommigen ageren, schept moed. We verwarmen ons aan alle mooie lokale initiatieven, maar we mogen er niet blind voor zijn dat we internationaal meer zullen moeten samenwerken. De meeste landen kunnen deze crisis niet alleen aan. Velen van ons tonen al een open geest en hart, maar we hebben ook behoefte aan open grenzen voor handel, innovatie en markten. Alle getroffen landen hebben voor deze crisis kennis uit het buitenland nodig, of zijn afhankelijk van buitenlandse grondstoffen en producten. Bedrijven zijn ingebed in internationale productieketens. Onze gezondheidswerkers hebben nu vooral adequate bescherming nodig, zoals chirurgische mondmaskers, beademingstoestellen en gecertificeerd veiligheidsmateriaal. Die komen hoofdzakelijk uit het buitenland. Het is daarom belangrijk de grenzen open te houden voor het vrije verkeer van goederen en diensten. Helaas voeren tientallen landen exportbeperkingen in. Bij grote crisissen is er altijd een reflex van protectionisme en zien we symptomen van het loslaten van de open handel. Het abrupte verminderen van de internationale handel zal leiden tot wereldwijde tekorten en hogere prijzen voor de consumenten. Dat zagen we ook al tijdens de voedselcrisis van 2007-2008. Een open exportland zoals het onze wordt dan extra hard getroffen. Veel landen moeten integendeel een tandje bijsteken, bijvoorbeeld door fast tracks op te zetten voor medisch materiaal en vaccins, of het intellectuele-eigendomsrecht voor medische producten ter discussie te stellen. Of denk aan de o zo belangrijke handzeep: meer dan dertig landen heffen daar nog 30 procent importheffingen op. Net zoals andere crisissen zal ook deze crisis kansen bieden. Sommige landen versoepelen hun importregelgeving om de voedselbevoorrading te verzekeren. De vraag naar bepaalde hoogtechnologische producten schiet opeens omhoog, zoals voor de West-Vlaamse koortsscans. Vlaanderen was en moet de betrouwbare leverancier blijven die het is, van oplossingen die ons en andere landen uit deze crisis halen. Op die manier kunnen de Vlaamse bedrijven ook nieuw marktaandeel inpalmen en een versnelling hoger schakelen in de heropbouw van onze economie en het behoud van onze welvaart. Om dat te doen, is het belangrijk klaar te zijn voor wanneer het momentum aanbreekt. FIT bereidt zich daar volop op voor. Maar eerst dat onzichtbare monster temmen dat ons allen in de tang neemt en zo veel mogelijk mensenlevens redden.