Een bar slecht jaar was 2016 voor de Belgische brouwers. Een heel natte zomer is een deel van de verklaring. Na de horeca, die al jaren achteruitboert, gaat het nu voor de Belgische brouwers ook al slecht in de winkelverkoop.
...

Een bar slecht jaar was 2016 voor de Belgische brouwers. Een heel natte zomer is een deel van de verklaring. Na de horeca, die al jaren achteruitboert, gaat het nu voor de Belgische brouwers ook al slecht in de winkelverkoop."We deden het iets beter dan de algemene markt, maar we moeten eerlijk zijn: die doet het slecht", zegt Edwin Botterman, de algemeen directeur van het Belgische nummer twee Alken-Maes. "Zeker voor pils-bieren bieden de supermarkten bovendien constant promoties. De Belg begint het bijna normaal te vinden dat hij pils in promotie koopt. Daardoor verliest pils als categorie aan waarde. Terwijl elke brouwer weet dat pils brouwen veel moeilijker is dan speciale bieren brouwen, net door dat belang van die consistente kwaliteit."Over België niks dan geklaag en gezaag dus bij de Belgische dochter van de Nederlandse brouwer Heineken. Maar in de export gaat het ongelooflijk goed. Het abdijbier Affligem groeide vorig jaar alweer met dubbele procentcijfers. Dat doet het biermerk nu al jaren. Die volumes wegen nu echt wel in de brouwerij in het Vlaams-Brabantse Opwijk. In 2011 bedroeg de productiecapaciteit 200.000 hectoliter. Die wordt tegen deze zomer verhoogd tot 400.000 hectoliter. Frankrijk blijft de belangrijkste exportmarkt voor Affligem. "Via onze nieuwe uitbreiding verhogen we de capaciteit met 120.000 hectoliter", rekent Edwin Botterman. "En indien nodig kunnen we de brouwerij in Opwijk nog verder uitbreiden. We hebben daar nog ruimte vrij". De voorbije jaren gebeurde een deel van de productie - het lageren en afvullen - van Affligem al in de belangrijkste brouwerij van Alken-Maes in België, in het Limburgse Alken. Noodgedwongen, door plaatsgebrek in de eigen brouwerij.Ook de verkoop van het geuzebier Mort Subite kende een explosieve groei. De dochter uit het Vlaams-Brabantse Kobbegem kwakkelde nochtans de voorbije jaren. In 2009 was er een binnenlandse consumptie van iets meer dan 37.000 hectoliter en een export van een schamele 1334 hectoliter. "Op de Belgische markt blijft het segment van geuze- en kriekbieren achteruitgaan. Maar de export van Mort Subite is vorig jaar meer dan verdubbeld", meldt Edwin Botterman.Het volume van die export, met opnieuw Frankrijk als belangrijkste afzetmarkt, is vandaag twee keer groter dan de binnenlandse consumptie. "We verhogen de productiecapaciteit naar 100.000 hectoliter. Oude lambiek moet langer blijven lageren en daarvoor installeren we bijkomende tanks. Wellicht zullen we die verhoogde volumelimiet vrij snel bereiken in onze verkoop."Affligem en Mort Subite zullen ook meer exportondersteuning krijgen in de Verenigde Staten, waar de hype rond ambachtelijk bier aanhoudt. "Mort Subite sluit daar goed bij aan. Het bier wordt gebrouwen op een traditionele manier, in een kleine brouwerij."Ook de Belgische CEO van Heineken, Jean-François van Boxmeer, is bijzonder blij met de brouwerij in Kobbegem. "Mort Subite is klein. Het moet een parel worden", verklapte Van Boxmeer in een interview met Trends begin 2015. "We hebben nog enkele kleine, artisanale brouwerijen bij Heineken. Erfgoedbrouwerijen. In grote plannen worden die altijd geschrapt. Maar die pareltjes moeten kunnen in een grote groep."Mort Subite is daarmee het tweede Belgische merk dat de brouwersgroep Heineken positioneert als een internationaal premiummerk, na Affligem. Maes-pils bijvoorbeeld wordt ook wel geëxporteerd, naar onze buurlanden Frankrijk en Nederland, en Spanje, maar dan als 'gewone' pils.