Voor motorrijders zijn de coronaweken moeilijk. Enkel woon-werkverkeer en essentiële verplaatsingen zijn toegelaten. Plezierritjes zijn not done. Maar de meeste motorrijders gebruiken de motorfiets niet om op het werk te raken, maar rijden voor het plezier. Dat weet ook de Fransman Eric de Seynes (59), de CEO van Yamaha Europe. De producent van motorfietsen bestaat 65 jaar.
...

Voor motorrijders zijn de coronaweken moeilijk. Enkel woon-werkverkeer en essentiële verplaatsingen zijn toegelaten. Plezierritjes zijn not done. Maar de meeste motorrijders gebruiken de motorfiets niet om op het werk te raken, maar rijden voor het plezier. Dat weet ook de Fransman Eric de Seynes (59), de CEO van Yamaha Europe. De producent van motorfietsen bestaat 65 jaar. De Seynes is een fanatieke motorrijder en verzamelaar. Zijn collectie bestaat uit meer dan honderd motoren. Dat zijn onder meer Japanse en Europese modellen uit de jaren zestig en zeventig, van eenvoudige 125 cc'ers tot snelle 750 cc'ers. "Ik probeer ook met al die motoren te rijden", vertelt Eric de Seynes. "Op die manier herbron ik mijn gevoel voor de motor en ervaar ik weer het plezier om met een 125 cc'er op de baan te zijn. Dat gevoel moet je ook terugvinden op moderne motoren. Dat probeer ik bij Yamaha te doen." De Seynes ontkent niet dat aan motorrijden risico's kleven. "In de motorsector probeert iedereen daarover te zwijgen. Maar iedereen weet dat het gevaarlijk is", zegt hij. "Je moet het gevaar accepteren. Je kan iemand niet overtuigen met de motor te rijden en risico's te nemen met het argument dat hij dan tien minuten vroeger op zijn werk zal zijn. Dat is niet voldoende." Het wordt volgens De Seynes anders als die persoon de schoonheid van de motor apprecieert en elke keer als hij de motor start, plezier heeft. "Stel dat iemand aan een rood licht kijkt naar de motor waar je trots op bent. Als je dan accelereert, gebeurt er iets. De motor geeft je een positieve emotie en je accepteert het risico." In de jaren zeventig en tachtig was de bromfiets of de motor de weg naar de vrijheid. Als adolescent had Eric de Seynes een Mobylette. "Dat was de meest toegankelijke manier om met je vrienden in contact te komen, een beetje zoals de smartphone vandaag", zegt De Seynes. "Maar de Mobylette was ook een manier om je te doen gelden, te reizen en van de vrijheid te genieten. Ik reed tijdens mijn vakanties met mijn Mobylette een tour de France. Met mijn eerste 125 cc-motor heb ik de eerste dag 900 kilometer gereden, van Parijs naar de Pyreneeën. Ik reed honderden kilometers per maand. Dat was een enorme vrijheid. Wilde je reizen, dan deed je dat. Jij stelt je grenzen, niet het voertuig." De Seynes vindt dat motorrijden toegankelijk moet blijven. Dat is niet altijd eenvoudig. Reglementeringen maken de producten duurder. Enerzijds juicht de CEO de toegenomen technische ontwikkeling in veiligheid toe, maar die heeft wel een invloed op de prijs. "30 procent van de waarde van een motor bestaat uit aanpassingen aan de Europese veiligheidsregels, zoals ABS-systemen, dubbele katalysatoren en injectiemotoren. Dat is goed voor de maatschappij, maar door de hogere prijs kunnen jongeren moeilijker een motor kopen." "Na de financiële crisis, in 2009, hoorde ik mijn concurrenten allemaal hetzelfde zeggen: we moeten motoren maken van meer dan 10.000 euro, want in dat segment zit marge, daar kunnen we geld verdienen", vertelt De Seynes. "Maar zo dood je de motor. Ik deed het tegenovergestelde. Ik zei bij Yamaha: we komen uit een financiële crisis, de mensen hebben geen geld. We moeten performante motoren tussen 6000 en 10.000 euro brengen die sympa zijn om mee te rijden. Bij Yamaha stijgt de gemiddelde leeftijd van de gebruikers niet. We blijven op 40 à 41 jaar hangen. Bij de concurrenten zit de gemiddelde leeftijd van de kopers dicht bij vijftig. Het is dus mogelijk motoren aan jongeren te verkopen." Vorig jaar heeft de Yamaha Collection Hall, de verzameling van Yamaha-motoren die teruggaat tot de jaren zestig, een onderdak gekregen bij Yamaha Europe in het Nederlandse Schiphol. De verzameling is er niet voor het grote publiek, wel voor de ingenieurs en de designers van Yamaha, die er de erfenis van het merk kunnen beleven. Voor de wat oudere motorliefhebber is de verzameling een flashback naar de eenvoudige motor. Daaruit kunnen de makers van neo-retromotoren inspiratie halen. "Het is een plezier om een motor die je hebt gekend toen je jonger was, terug te zien in de Collection Hall", zegt De Seynes. De zwaardere motoren streven vandaag naar meer cc's, meer vermogen en hogere snelheden. Daarmee vergeleken zijn motoren van dertig, veertig jaar geleden toegankelijker, want ze hebben minder paarden. "De toegankelijkheid is een beetje op het achterplan geraakt, onder het mom van de zoektocht naar meer vermogen. Voor bepaalde motorconcepten probeer ik de ingenieurs te doen terugkeren naar de waarden van toen." De werking van de vroegere motoren was duidelijk. De eigenaar kon zelf kleine ingrepen doen, ook onderweg. Dat kan nu niet meer. Neo-retromotoren hebben die moderne techniek ook, maar de bediening ervan is vereenvoudigd. Een verlangen naar eenvoud is volgens Eric de Seynes heel hedendaags. "Kijk naar het wereldwijde succes van producten zoals de iPod en de Nespresso-machine. Dat hebben ze te danken aan hun eenvoud", zegt hij. Die eenvoud zou een motor ook moeten hebben. Neo-retro is voor de Fransman geen modegril, maar een herdefiniëring van wat een vrijetijdsmotor zou moeten zijn. "De eenvoud, de toegankelijkheid, de terugkeer naar kleine emoties, het gemak om de motor te beheersen. Je hebt niet veel vermogen nodig om plezier te maken. Een deel van het plezier is dat je je eigen grenzen en die van de motor opzoekt. Maar als de motor zo krachtig is dat je meer dan 250 kilometer per uur moet rijden om je grenzen te ontdekken, is er een probleem. Iemand die enkel rijplezier met zijn vrienden of vriendinnen zoekt, heeft geen motor nodig die op het circuit kan rijden", zegt De Seynes."Met neo-retro kunnen we ons weer richten op de juiste motorcultuur. We moeten de schoonheid terugvinden van de BSA, de Velocette en de Triumph, allemaal Europese merken. Dat probeer ik te doen."