Voor de tweede keer heeft Bank Degroof Petercam, in samenwerking met het Center for Sustainable Entrepreneurship van de KU Leuven en Odisee, een onderzoek bij familiebedrijven gevoerd. "Het glas is nog halfvol, maar het pessimisme neemt toe", zegt Johan Lambrecht, professor aan de KU Leuven en directeur van het Center for Sustainable Entrepreneurship. "De Familiebedrijvenbarometer klokt af op een score van 5. Dat is minder dan de 13 van de zomer van 2017, toen we onze eerste enquête deden. Het cijfer blijft weliswaar positief, want min 100 is volslagen zwartgalligheid, en plus 100 betekent complete euforie. Het lagere cijfer hangt samen met de verzwakking van de economie. Diverse instellingen, zoals de OESO en het IMF, verlagen de economische vooruitzichten. Dat wordt bevestigd op micro-economisch gebied."

Het pessimisme in familiebedrijven hangt samen met de verzwakking van de economie" Johan Lambrecht, KU Leuven

Let wel, het gaat om de algemene economische vooruitzichten van de ondervraagde bedrijven. Op de vraag hoe succesvol ze hun bedrijf vinden ten opzichte van de concurrenten, antwoordt ruim de helft positief.

Degroof Petercam organiseert de enquête "omdat familiebedrijven in het hart van ons zakenmodel zitten", motiveert Marc Vankeirsbilck, head of family business solutions bij Degroof Petercam. "77 procent van de Belgische bedrijven is een familiebedrijf. Ze zorgen voor 45 procent van de tewerkstelling en 33 procent van het bruto binnenlands product."

Loonkosten vooraan

Net als bij de eerste editie zijn de ondernemers in Vlaanderen optimistischer dan in Brussel en Wallonië. In die twee regio's overheerst het pessimisme. Slechts een negende van de ondervraagde bedrijven denkt dat de situatie in Brussel en Wallonië het komende jaar zal verbeteren. In Vlaanderen is 30 procent van de ondernemers pessimistisch.

Twee zaken staan alweer helemaal op kop. De hoge loonkosten in België, en de moeilijke zoektocht naar geschikte werknemers en het behoud van de werknemers. "Eén prioriteit voor de volgende regering springt eruit: een verdere verlaging van de loonkosten", zegt Johan Lambrecht. "Liefst 70 procent van de ondernemers zet dat helemaal bovenaan, ondanks de taxshift. Ongeveer een op de drie bedrijven heeft die weliswaar als gunstig ervaren. Een zevende van de ondernemingen heeft met de taxshift extra mensen aangeworven. En ongeveer een zesde kon daarmee het personeelsbestand op peil houden."

Een tweede belangrijke kopzorg is de schaarste op de arbeidsmarkt. "Voor 73 procent van de ondernemingen is dat de belangrijkste uitdaging", stelt Wouter Broekaert, senior onderzoeker bij Odisee. "Dat gaat over de vacatures gepast invullen en ervoor zorgen dat het bekwame en gemotiveerde personeel niet gaat lopen naar andere bedrijven." Daarbij hoort ook de zorg voor een voldoende productiviteitsstijging bij de werknemers.

De eenzame bedrijfsleider

In deugdelijk bestuur is nog veel beterschap mogelijk. Iets meer dan de helft van de bedrijven heeft een actieve raad van advies of raad van bestuur met onafhankelijke bestuurders. "We peilden ook naar de persoonlijke uitdagingen. Daar staan 'meer delegeren', en 'stress het hoofd bieden' vooraan. Volgens wetenschappelijk onderzoek is eenzaamheid de belangrijkste oorzaak van stress. De ondernemer staat eenzaam aan de top van het familiebedrijf. De externe bestuurders kunnen die eenzaamheid verlichten. Zij zijn een klankbord en brengen nuttige informatie van buiten het bedrijf."

Met de specifieke familiale structuren blijft het mager gesteld. Slechts 28 procent van de bedrijven heeft een familieraad. Dat is een raad van bestuur met familieleden, die zich buigt over de familiale aspecten van het bedrijf. En slechts een op de zes familiebedrijven heeft een familiecharter. Daarin staan allerlei regels, bijvoorbeeld over de opvolging en de selectie van familiale werknemers. "De voorbije jaren werd werk gemaakt van deugdelijk bestuur. Dat is positief", vindt Johan Lambrecht. "In familiaal bestuur moet nog altijd een serieuze weg worden afgelegd. Een familie is nu eenmaal een systeem, en voorkomen is beter dan genezen. Positief is dan weer het groeiende besef van de familiale uitdagingen, zoals eventuele conflicten en hoe je die kunt oplossen. Of de ontwikkeling van verantwoordelijk eigenaarschap en ondernemerszin bij de volgende generaties."

De machtsoverdracht

De opvolging in het familiebedrijf wordt steeds professioneler aangepakt. Bij een derde van de bedrijven wordt die verwacht binnen de vijf jaar. Slechts een achtste van de bedrijven antwoordde "ik weet het niet" op de vraag hoe de opvolging zou worden geregeld. "Bij een derde van de bedrijven gaat het om een managementwissel. Bij een zesde staat de overdracht van de eigendom op de agenda", duidt Wouter Broekaert. "De kinderen zijn in de eerste plaats de overnemer. De familiale opvolging wordt nog altijd heel nadrukkelijk naar voren geschoven. Andere opties zijn een overdracht aan niet-familiale managers of aan de werknemers. Maar de voorkeur voor de familie primeert."

In de persoonlijke uitdagingen staan 'meer delegeren', en 'stress het hoofd bieden' vooraan" Wouter Broekaert, Odisee

"Werk die overdracht tijdig en grondig uit", benadrukt Johan Lambrecht. "Het gaat bij familiale opvolging om overdracht van macht: de eigendom, de dagelijkse leiding, de kennis en de zichtbaarheid als nieuwe leider."

Ook Degroof Petercam, dat dagelijks familiebedrijven begeleidt, onderstreept het belang van planning. "Een familiebedrijf is een levenswerk gespreid over meerdere generaties. De overdracht is een cruciaal moment met een impact op het privévermogen van de ondernemer, op de onderneming en op de familie", aldus Marc Vankeirsbilck.

De enquête weerlegt een hardnekkig cliché. "Dat familiebedrijven te sterk aan tradities zouden hangen en weinig flexibiliteit tonen", omschrijft Wouter Broekaert. "Ze zouden te veel in het verleden blijven hangen, vastgeroest aan tradities. De enquête spreekt dat tegen. De meerderheid van de bedrijven is vernieuwend bezig en kan zich aan nieuwe omstandigheden en marktontwikkelingen aanpassen."

Heel positief blijft de solvabiliteit van de bedrijven. 59 procent heeft in de loop van het jaar geen bijkomende externe financiering nodig. "Dat wijst op een voldoende interne cashflow", analyseert Alexis Meeùs, CEO en managing partner bij Degroof Petercam Corporate Finance. "De verhouding tussen de cashflow en het vreemd vermogen is aanvaardbaar als je rekening houdt met zowel de bestaande verplichtingen als met belangrijke investeringen die meer dan de helft van de ondernemingen in het komende jaar wil doen. Maar op een bepaald moment kom je aan een limiet, en moet het bedrijf de productiecapaciteit toch verhogen. Hoe doe je dat? Met eigen middelen of andere financieringskanalen?" Op dat gebied blijven de ondernemingen veeleer voorzichtig. Slechts een kwart wil snel en veel groter worden. Dat is duidelijk niet de prioriteit bij de familiebedrijven.