Ik wil ze niet te eten geven, de start-ups die me de voorbije jaren al hebben aangesproken over een onheuse behandeling door een van hun grote klanten. Jonge bedrijfjes die tegen onrealistisch lage prijzen een proefproject 'mogen' opzetten, bedankt worden voor bewezen diensten en enkele maanden later vaststellen dat de bank of de overheidsinstelling hun software heeft laten nabouwen.

Een andere kwestie -- zeker sinds de start van de coronacrisis -- is dat grote organisaties de betalingen van hun facturen nog wat uitstellen of zelfs schrappen. Terwijl hun betaaltermijnen voor de crisis al ondraaglijk lang waren voor start-ups met beperkte cashreserves. Bovendien zijn Belgen door de band genomen behoudsgezinder dan hun buren, waardoor start-ups vaak minder kansen krijgen van potentiële klanten en minder vertrouwen genieten dan grotere, meer gevestigde IT-bedrijven.

Nu onze economie weer op gang getrokken wordt en de coronacrisis de nood aan innovatieve digitale toepassingen nog versnelt, zijn diezelfde start-ups nochtans het best geplaatst om hun grotere en loggere concullega's uit het moeras te trekken. Corporates en overheden beseffen dat, en kijken meer dan ooit naar interessante nieuwigheden uit de start-upwereld, om een digitale voorsprong te nemen. In België werkte een op de vier gevestigde bedrijven de afgelopen jaren al samen met een start-up, leert een recente studie van Antwerp Management School en PwC. Ga er maar van uit dat het intussen al een op de drie is. Je hoeft de krant maar open te slaan, en je botst ergens wel op een artikel over hoe een Belgische start-up een grotere organisatie helpt in de race naar een vaccin, naar een efficiënter onlinerekruteringsproces of naar een vlottere digitale contractafhandeling.

Een proefproject van start-ups is geen gratis inspiratiesessie.

Start-ups geven de maatschappij meer dan ooit vorm, hun belang als innovatiekatalysator en banenmotor valt nauwelijks te overschatten. Is het dan geen geen goed idee ook de samenwerkingsmodaliteiten tussen start-ups en grotere organisaties te herbekijken, zodat partnerships uitdraaien op een win-winsituatie, veeleer dan dat een van de betrokkenen - meestal de kleinste - gefrustreerd achterblijft? Een proefproject opzetten is niet gratis, net zoals een proof of concept niet hetzelfde is als een 'inspiratiesessie'. Te veel start-ups scheuren er in hun naïeve enthousiasme hun broek aan. Grote organisaties mogen dan wel minder wendbaar zijn dan hun kleinere collega's, jonge bedrijfjes doen watertanden voor een contract om hen dan jarenlang aan het lijntje te houden, getuigt van weinig collegialiteit.

Privébedrijven en overheden benadrukken graag dat ze de handen in elkaar slaan met innovatieve start-ups. Het wordt tijd dat zij niet alleen met woorden onze start-upscene ondersteunen, maar ook met daden. Het goede nieuws is dat de geesten stilaan beginnen te rijpen. Ook in België zijn al tal van voorbeelden te vinden van grote privé- en overheidsorganisaties die het belang inzien van een faire, transparante en cashflowvriendelijke manier van werken met start-ups. Denk maar aan Digipolis, de ICT-partner van Antwerpen, of aan onze West-Vlaamse technologietrots Barco.

Het is bemoedigend als topmanagers pleiten voor betalingstermijnen van dertig dagen, voor een gelijkwaardige behandeling van start-ups in de aankoopcycli van hun onderneming en voor kortere en minder gecompliceerde aanbestedingsprocedures. Dat iedereen kan winnen, staat buiten kijf. Als de grote jongens op een gebalanceerde manier samenwerken met start-ups, nemen ze niet enkel een voorsprong op hun concurrenten, maar creëren ze ook goodwill, nemen ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en versterken ze de hele economie. Het voordeel dat je uit een vruchtbaar partnership haalt, is dan ook vele malen groter dan wat je met een unfaire behandeling hoopt te winnen.

Ik wil ze niet te eten geven, de start-ups die me de voorbije jaren al hebben aangesproken over een onheuse behandeling door een van hun grote klanten. Jonge bedrijfjes die tegen onrealistisch lage prijzen een proefproject 'mogen' opzetten, bedankt worden voor bewezen diensten en enkele maanden later vaststellen dat de bank of de overheidsinstelling hun software heeft laten nabouwen. Een andere kwestie -- zeker sinds de start van de coronacrisis -- is dat grote organisaties de betalingen van hun facturen nog wat uitstellen of zelfs schrappen. Terwijl hun betaaltermijnen voor de crisis al ondraaglijk lang waren voor start-ups met beperkte cashreserves. Bovendien zijn Belgen door de band genomen behoudsgezinder dan hun buren, waardoor start-ups vaak minder kansen krijgen van potentiële klanten en minder vertrouwen genieten dan grotere, meer gevestigde IT-bedrijven. Nu onze economie weer op gang getrokken wordt en de coronacrisis de nood aan innovatieve digitale toepassingen nog versnelt, zijn diezelfde start-ups nochtans het best geplaatst om hun grotere en loggere concullega's uit het moeras te trekken. Corporates en overheden beseffen dat, en kijken meer dan ooit naar interessante nieuwigheden uit de start-upwereld, om een digitale voorsprong te nemen. In België werkte een op de vier gevestigde bedrijven de afgelopen jaren al samen met een start-up, leert een recente studie van Antwerp Management School en PwC. Ga er maar van uit dat het intussen al een op de drie is. Je hoeft de krant maar open te slaan, en je botst ergens wel op een artikel over hoe een Belgische start-up een grotere organisatie helpt in de race naar een vaccin, naar een efficiënter onlinerekruteringsproces of naar een vlottere digitale contractafhandeling. Start-ups geven de maatschappij meer dan ooit vorm, hun belang als innovatiekatalysator en banenmotor valt nauwelijks te overschatten. Is het dan geen geen goed idee ook de samenwerkingsmodaliteiten tussen start-ups en grotere organisaties te herbekijken, zodat partnerships uitdraaien op een win-winsituatie, veeleer dan dat een van de betrokkenen - meestal de kleinste - gefrustreerd achterblijft? Een proefproject opzetten is niet gratis, net zoals een proof of concept niet hetzelfde is als een 'inspiratiesessie'. Te veel start-ups scheuren er in hun naïeve enthousiasme hun broek aan. Grote organisaties mogen dan wel minder wendbaar zijn dan hun kleinere collega's, jonge bedrijfjes doen watertanden voor een contract om hen dan jarenlang aan het lijntje te houden, getuigt van weinig collegialiteit. Privébedrijven en overheden benadrukken graag dat ze de handen in elkaar slaan met innovatieve start-ups. Het wordt tijd dat zij niet alleen met woorden onze start-upscene ondersteunen, maar ook met daden. Het goede nieuws is dat de geesten stilaan beginnen te rijpen. Ook in België zijn al tal van voorbeelden te vinden van grote privé- en overheidsorganisaties die het belang inzien van een faire, transparante en cashflowvriendelijke manier van werken met start-ups. Denk maar aan Digipolis, de ICT-partner van Antwerpen, of aan onze West-Vlaamse technologietrots Barco. Het is bemoedigend als topmanagers pleiten voor betalingstermijnen van dertig dagen, voor een gelijkwaardige behandeling van start-ups in de aankoopcycli van hun onderneming en voor kortere en minder gecompliceerde aanbestedingsprocedures. Dat iedereen kan winnen, staat buiten kijf. Als de grote jongens op een gebalanceerde manier samenwerken met start-ups, nemen ze niet enkel een voorsprong op hun concurrenten, maar creëren ze ook goodwill, nemen ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en versterken ze de hele economie. Het voordeel dat je uit een vruchtbaar partnership haalt, is dan ook vele malen groter dan wat je met een unfaire behandeling hoopt te winnen.