Eind jaren tachtig gold een Master of Business Administration (MBA) als een garantie voor een succesvolle managerscarrière. Je behaalde zo'n MBA ideaal aan een prestigieuze businessschool of universiteit. Wie een diploma van Harvard Business School, Wharton of Stanford kon voorleggen, zat gebeiteld. En dat gold ook voor de topinstellingen in Europa of Azië.
...

Eind jaren tachtig gold een Master of Business Administration (MBA) als een garantie voor een succesvolle managerscarrière. Je behaalde zo'n MBA ideaal aan een prestigieuze businessschool of universiteit. Wie een diploma van Harvard Business School, Wharton of Stanford kon voorleggen, zat gebeiteld. En dat gold ook voor de topinstellingen in Europa of Azië. Maar het aura van een MBA-diploma heeft door de jaren wat van zijn glans verloren. Niet onlogisch, want net zoals het halen van een rijbewijs geen garantie biedt dat je een goede chauffeur bent, is niet iedereen met een MBA op zak ook een goede manager. Uit cijfers van de Graduate Management Admission Council (GMAC) blijkt dat het aantal studenten dat aan een MBA wil beginnen, nog altijd toeneemt. Over heel de wereld steeg het aantal toelatingsaanvragen in 2020 met 2,4 procent. Aan zo'n MBA-opleiding hangt nochtans een stevig prijskaartje. Voor de Belgische businessscholen ligt dat in de buurt van 40.000 euro, terwijl een MBA aan de meer gereputeerde Angelsaksische universiteiten al snel 65.000 euro kost. Er zijn veel MBA-opleidingen, maar de kwaliteit en de inhoud durven wel eens te verschillen. Dat verklaart het belang van de rankings van businessscholen en universiteiten die een MBA aanbieden. De rangschikking van de Financial Times kijkt bijvoorbeeld naar het salaris van de alumni, vertrekkend van het idee dat een hoog loon een indicatie zou zijn van de kwaliteit van de opleiding. "Los van de reputatie van het instituut is het vertrouwen van bedrijven in een MBA nog altijd groot", gelooft Koen Dewettinck, directeur van de MBA-programma's bij de Vlerick Business School. "Je mag niet vergeten dat het wel degelijk stevige studies zijn. Naast het volgen van de sessies spenderen onze deelnemers ongeveer tien uur per week aan voorbereidingen, groepswerken en studeren. In sommige gevallen combineren ze dat met een baan. Een werkgever apprecieert zo'n inspanning, maar uiteraard is het wel de deelnemer die het moet waarmaken." Toch heeft de rekruteringswereld een zeker realisme tegenover MBA's ontwikkeld. Dat zegt Christophe Vandoorne, managing director van Korn Ferry in Brussel: "We zien het nog altijd als een nuttige opleiding, maar onze houding is geëvolueerd. In het verleden was een MBA een statussymbool op je cv, vandaag bekijken zowel werkgevers als werknemers dat rationeler. De centrale vraag daarbij is of het een juiste opleiding is voor de beoogde loopbaan." Vandoorne gelooft wel dat een aantal elementen een MBA nog altijd de moeite waard maken. "Het blijft een bijkomende opleiding waar mensen dingen leren die ze niet hebben opgeraapt in hun basisopleiding of via werkervaring. Neem een ingenieur. Die heeft veel baat bij een stukje complementaire scholing in economische vakken en management. Bovendien zet zo'n MBA vaak de geestelijke antennes naar andere culturen open. Dat je een MBA niet altijd in de eigen regio doet, draagt daaraan bij." Ook Benoit Lison, managing partner bij de executive searcher Amrop, wijst naar de meerwaarde van de internationaal samengestelde deelnemersgroepen bij MBA's. Maar hij ziet nog een ander surplus. "Klassieke universiteiten zijn meer gericht op het pure doorgeven van kennis. In de MBA-opleidingen wordt kennis op een andere manier overgebracht. Naast academici geven ook mensen uit de praktijk er les, en de deelnemers leren kennis in groep te verwerken. De dynamiek van deadlines en in veel gevallen het combineren van werken en studeren maken van zo'n MBA ook een goede leerschool." Klassiek wordt ook de toegang tot een netwerk als een van de belangrijke pluspunten gezien. Al relativeert Lison dat wel. "Er ontstaat een groepsgevoel in zo'n opleiding", zegt hij. "Maar de waarde van zo'n netwerk is uiteindelijk afhankelijk van wat je daarmee doet. Als je daar weinig tijd in steekt achteraf, dan bloedt het ook snel dood." Het aantal managers met meerdere universitaire diploma's neemt ook toe. Wegen andere masters of een PhD even zwaar als een MBA? "Conceptueel wel", zegt Vandoorne. "Al hangt het er vanaf welke studie je bijkomend volgt. Ook daar geldt dat sommige opleidingen meer bijbrengen aan een bepaald profiel. Zo ben ik wel overtuigd dat het voor iemand met een economische basisopleiding minder zin heeft een MBA te volgen. Vroeger was dat misschien courant, maar vandaag vraagt zo iemand zich het best af waarom hij twee keer dezelfde studie zou doen." Er is bovendien een sterke groei in het aantal gespecialiseerde master-na-masterprogramma's. Zo heb je nu bijvoorbeeld MBA's in digitale transformatie, in enterpreneurship en innovatie, of kun je een bijkomende master financieel management volgen. De businessscholen spelen graag in op die toenemende vraag naar MBA-achtige opleidingen, al is de echte meerwaarde van een klassieke MBA nog altijd het generalistische overzicht van hoe bedrijven functioneren. Dewettinck: "Dat je meer gespecialiseerde profielen nodig hebt, betekent niet dat je geen generalisten kunt gebruiken. Wij geloven in mensen die generalistische kennis ten dienste kunnen stellen van een organisatie. Een regio of een land is ermee gebaat zowel generalisten als specialisten ter beschikking te hebben. Dat komt iedereen ten goede." Steven De Haes, decaan van de Antwerp Management School, vindt de maatschappelijke component in een MBA-opleiding belangrijk. "De essentie van een MBA is vooral toekomstige leiders te ontwikkelen met competenties zoals aanpasbaarheid, wendbaarheid en veerkracht. In onze opleidingen zit daarom naast het cognitieve ook een laag voor persoonlijke ontwikkeling. Je komt in een groep met veel diversiteit terecht. Je doet samen projecten en je botst op grenzen. Het resultaat is een life changing journey waarin je zelfvertrouwen groeit. Eigenlijk ontwikkelen onze studenten de mindset om in een volatiele wereld of in een onzekere en ambigue context een team te kunnen aansturen." De ene MBA is duidelijk de andere niet. Vanwege het enorm grote aanbod is dat ook logisch, want managementscholen moeten zich van elkaar differentiëren. De grote namen in de MBA-rankings hebben dat minder nodig dan wie ergens midden in het pak zit. "Maar dat is ook wel interessant", zegt Vandoorne. "Wie een bepaalde richting wil uitgaan met zijn loopbaan, zoals financiën of logistiek, kan zijn MBA daarop selecteren. Ik vind dat een positieve evolutie. Het past volledig in de tendens dat je zo'n opleiding vooral kiest in functie van wat ze bijbrengt aan je profiel." De forse investering in een MBA betekent geen garantie op een hoger loon. Vandoorne: "Bedrijven geven niet automatisch een hoger startloon omdat er een MBA op iemands cv staat. Omdat mensen vaak enkele jaren werkervaring opdoen voor ze een MBA aanvatten, kan dat wel zo lijken. Dat loonverschil is logisch. Je kunt iemand met een MBA én werkervaring niet over dezelfde kam scheren als iemand die recht van de universiteit komt. Je moet daarin niet overdrijven, de trend is het loon minder af te stemmen op een diploma, maar meer op de toegevoegde waarde van een bepaalde baan in het bedrijf." Ook Lison ziet geen automatische koppeling met het loon. "Daar is de toevloed van MBA's gewoon te groot voor", zegt hij. "Maar het blijft een zinvolle investering. Een MBA focust niet alleen op kennis, maar ook op het verwerven van vaardigheden. En dat is nodig, want kennis alleen volstaat niet voor een goede manager." Het is volgens Vandoorne trouwens een slimme keuze om eerst werkervaring op te doen na het eerste diploma en pas een paar jaar later met een MBA te starten. "Dankzij je werkervaring heb je een concreet kader", zegt hij. "Daardoor haal je meer uit een MBA. Bovendien heb je in werkgroepen met andere studenten meer te bieden. Je hebt al wat terreinervaring in te brengen." Bij AMS vindt De Haes de koppeling aan de salarisevolutie in rankings beperkend. "Dat is nogal sterk vanuit het individu geredeneerd", zegt hij. "Wij vinden dat je return on investment breder moet formuleren. We willen dat de alumni van onze opleidingen goed en snel kunnen evolueren, zodat ze vanuit verantwoordelijke functies een impact kunnen hebben op hun organisatie en team, maar ook op de maatschappij. Zij zijn de leiders die de duurzame transformatie gaan leiden. En we hebben leiders nodig die een positieve bijdrage aan de wereld van morgen kunnen bieden."