Acerta bekeek de gegevens van werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers in de private sector, zowel kleine als grote bedrijven. In juni van dit jaar bleek dat 14,1 procent van de arbeidscontracten een contract met een niet-Belg is. Dat is een stijging met 13,6 procent ten opzichte van juni 2014, toen het aandeel op 12,4 procent stond. Bij de bedienden ging het in juni om 10 procent, maar bij de arbeiders om 20 procent. Bij de EU-burgers maken Nederland, Roemenië, Polen, Frankrijk en Bulgarije de top vijf uit. Bij de niet-EU-nationaliteiten zijn dat Marokko, Turkije, Congo, Rusland en India. In Brussel heeft zelfs 27,4 procent van de werknemers geen Belgisch paspoort. "Enerzijds reageren werkgevers op de arbeidskrapte door breder te rekruteren. Anderzijds zijn er hier ook meer niet-Belgen die hier werk hopen te vinden", zegt Kathelijne Verboomen van het Acerta kenniscentrum in een persbericht. Die wisselwerking verklaart voor een groot deel het hogere aandeel in Brussel. In West-Vlaanderen ligt het aandeel, 10,6 procent, ondanks de nabijheid van Frankrijk volgens Acerta opvallend laag. Volgens het hr-bedrijf is België te passief op het vlak van arbeidsmigratie. Hierdoor stromen eerder laag-gekwalificeerden onder de niet-Belgen in. Eerder dit jaar becijferde Acerta op basis van de RSVZ-cijfers al dat zowat een op de tien zelfstandigen een niet-Belg is. (Belga)