Een daling van de elektriciteitsprijzen met 10 procent levert 12.000 banen en 550 miljoen euro extra investeringen op. De studie van het onderzoekscentrum Vives/KU Leuven, dat op vraag van de federatie van Belgische industriële energieverbruikers Febeliec een onderzoek deed in tien landen, kreeg relatief weinig aandacht in de media.
...

Een daling van de elektriciteitsprijzen met 10 procent levert 12.000 banen en 550 miljoen euro extra investeringen op. De studie van het onderzoekscentrum Vives/KU Leuven, dat op vraag van de federatie van Belgische industriële energieverbruikers Febeliec een onderzoek deed in tien landen, kreeg relatief weinig aandacht in de media. Nochtans was het de eerste keer dat een rechtstreeks verband werd gelegd tussen de hoogte van de stroomprijzen en de economische welvaart in ons land. De resultaten zijn voor België zelfs eerder een onderschatting, omdat de elektro-intensieve sectoren in ons land zwaarder wegen, en de impact van dure elektriciteit bij die sectoren groter is. De studie staaft het belang van het energieluik van het akkoord dat de regering-Michel net voor Pasen heeft bereikt. Het heeft de verdienste dat er een politiek document is dat als basis kan dienen. "Maar dit is niet het duidelijke kader waarin de marktspelers beslissingen zullen nemen", analyseert directeur Peter Claes van Febeliec. "Een investeerder weet nog altijd niet of hij rekening moet houden met de verlenging van de levensduur van de kerncentrales of niet." Het document verdiept elementen die ook al in het energiepact van 4 december stonden, en bevat voor ieder wat wils. De industrie wilde een energienorm en die komt er. Voorts wordt gemikt op meer hernieuwbare energie, meer energie-efficiëntie, meer importmogelijkheden, een capaciteitsmechanisme voor nieuwe gascentrales en duurzame mobiliteit. Al blijven nog veel vraagtekens - bijvoorbeeld over de kostprijs - en onduidelijkheden bestaan. Zo wees Damien Verhoeven, energiespecialist bij het advocatenbureau Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick, erop dat de Franstalige en de Nederlandstalige tekst verschillen. Voor de Vlamingen keurt de regering het akkoord goed 'op voorwaarde van' de beschreven elementen, in de Franstalige tekst staat 'rekening houdend met'. Die scheidingslijn loopt niet alleen over de taalgrens: Open Vld beschouwt het recentste akkoord als een bijlage bij het energiepact, de N-VA als een voorwaarde. We zetten de belangrijkste voorwaarden voor een succesvol energieakkoord op een rij. Ondanks het akkoord is de regering-Michel er niet in geslaagd duidelijke prioriteiten te stellen. In Zweden werd beslist een kerncentrale langer open te houden omdat het land tegen 2020 CO2-neutraal wil zijn. Duitsland besloot na de ramp in Fukushima zijn kerncentrales te sluiten. Om de tarieven betaalbaar te houden, werden die grotendeels vervangen door een combinatie van hernieuwbare energie en vooral steen- en bruinkoolcentrales. Het missen van de klimaatdoelen namen de Duitsers erbij. Het Belgische akkoord maakt die keuze niet. De kernuitstap komt er, mits er voldoende alternatieven zijn. Die onzekerheid schrikt investeerders af. Evenmin is er duidelijkheid of ons land kiest voor een ambitieus gasscenario, waar de hoogspanningsnetbeheerder Elia en het Federaal Planbureau voorstander van zijn. Daarbij investeert ons land in extra gascentrales, om een netto-exporteur van stroom te kunnen worden. Dat levert banen op en door van België een energieknooppunt te maken, leidt dat ook tot lagere marktprijzen. "Anderhalf jaar geleden publiceerden we ons rapport over de kosten van de energietransitie, met een aantal scenario's", schetst KU Leuven-professor Ronnie Belmans, de CEO van het onderzoeksinstituut Energyville. "Alle andere studies leveren vergelijkbare cijfers op. Toch blijft de regering twijfelen. Iets verkeerd doen is minder erg dan niets doen. Dat kost geld, elke dag meer." "Er moet een drietrapsraket in werking treden. Eerst moet de regering beslissen wat ze wil, in de wetenschap dat aan elk scenario kosten verbonden zijn. Twee kerncentrales openhouden of niet, een paar gascentrales of veel, hernieuwbare energie versnellen of niet. Vervolgens moeten die kosten kunnen worden gemaakt in het juiste tijdskader, bijvoorbeeld door sites vast te leggen voor nieuwe gascentrales en het wetgevend kader te regelen om die concessies toe te wijzen. Stap drie is bepalen wie de rekening betaalt. Duitsland ontziet zijn industrie, consumentenorganisaties pleiten wellicht voor het tegendeel." Het regeerakkoord stipuleerde dat het energiepact er tegen eind 2015 zou liggen. Drie jaar later en met een tekst die eigenlijk nog alle kanten op kan, begint de tijd te dringen. Zowel Engie Electrabel als RWE wil tegen eind dit jaar dat alle randvoorwaarden duidelijk zijn: de eerste voor een verlenging van de levensduur van de kerncentrales, de tweede voor de gascentrales. Dat betekent wetteksten, die het liefst al goedgekeurd zijn. Daarom zijn een paar strikte deadlines afgesproken. Samen met staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open Vld) moet de minister van Energie, Marie-Christine Marghem (MR), tegen 27 april het koninklijk besluit schrijven dat de steun voor de offshoreparken Northwester 2, Mermaid en Seastar vastlegt. Ook moeten tegen eind deze maand nieuwe zones worden aangewezen voor de aanleg van extra offshorewindparken. Nog voor het zomerreces volgt een voorontwerp van wet, om voor die nieuwe parken een aanbestedingsprocedure te kunnen hanteren. Dat moet goedkopere tarieven opleveren dan de huidige werkwijze met op voorhand toegekende concessies. De Doornikse politica moet tegen eind mei ook nog een voorontwerp van wet over het capaciteitsmechanisme op de tafel van de ministerraad leggen. Dat mechanisme, dat centrales vergoedt voor hun beschikbaarheid, moet ervoor zorgen dat voldoende gascentrales beschikbaar zijn om de kernuitstap mogelijk te maken. De regering mikt tegelijk op 5 gigawatt aan nieuwe centrales. Her en der wordt geopperd dat zo'n systeem overbodig is. Door het verdwijnen van de kerncentrales zou een rendabele businesscase te maken zijn voor nieuwe gascentrales. Maar bij de energiebedrijven zelf is te horen dat dat misschien geldt voor de eerste drie of vier eenheden, maar nooit voor de laatste twee die nodig zijn om de bevoorrading te verzekeren - tenzij fors wordt betaald via een concessie. "Die zullen nooit worden gebouwd in een vrijemarktsysteem. Trouwens, bijna overal in Europa worden zulke systemen opgezet. Het is een illusie te denken dat België een eiland kan zijn." Luc Vercruyssen, partner bij het consultancybureau PWC, dat Marghem adviseerde, wees er in Le Soir op dat in onze buurlanden zes tot tien jaar lag tussen de uitwerking van het mechanisme en de eerste toepassing ervan. Daarom pleit hij ervoor een systeem op te zetten dat vergelijkbaar is met dat in Ierland, om zo sneller een Europese goedkeuring te krijgen. Wie nieuwe centrales wil bouwen, heeft vergunningen nodig. De beste sites - met aansluiting op het gas- en hoogspanningsnet, en het liefst bij een waterloop die voor koeling kan zorgen- zijn naar verluidt grotendeels in handen van de grootste twee marktpartijen, Engie Electrabel en EDF Luminus. Dat bemoeilijkt de toetredingskansen voor nieuwe spelers op de markt, die met een grote centrale ook industriële klanten zouden kunnen bedienen. Een mogelijkheid zou zijn het aantal centrales per investeerder te beperken, maar dan is de vraag of er voldoende terreinen zijn. Al waarschuwt Dirk Meire, onafhankelijk energie-expert en medeoprichter van het energiebedrijf e-Luminati, ervoor dat onder de vergunningen een minstens zo grote angel schuilt. "Het Bulgaarse Energy Market zou de centrale van Vilvoorde willen heropstarten en eventueel zelfs uitbreiden. De MER-studie dateert al van 2016, maar het traject voor de aanvraag van de hervergunning is pas begonnen." Bovendien gaat de hervergunning over een bestaande centrale, die geen extra impact op de omgeving veroorzaakt. De kans dat iemand protesteert tegen de plannen voor een nieuwe centrale, in Vilvoorde of elders, is veel groter. Het meest sprekende voorbeeld is wellicht de centrale die EDF Luminus wilde bouwen op een industriegebied in Navagne, bij Wezet. Na een juridische strijd van tien jaar met een buurtcomité belandde het dossier in de diepvries. Meire: "Eén beroep maakt het hele traject minstens twee jaar langer. Ik hoor dat sommigen willen dat de -regering het vergunningstraject versnelt, of de mogelijkheden van beroep inperkt. In principe kan dat, maar als de politici dat al niet durven voor Oosterweel, dan al helemaal niet voor een gascentrale." Daarom pleit Meire ervoor dat de regering of een aan de overheid gelieerd bedrijf het vergunningstraject nu al zelf opstart. Het wegnemen van die onzekerheid resulteert in principe in iets lagere kosten, maar heeft vooral het voordeel dat het tijdsschema voor de alternatieven wanneer de eerste kerncentrales in 2025 sluiten, nog haalbaar blijft. Het enige nieuwe element in het akkoord over het energiepact is de instelling van de energienorm. De bedoeling daarvan is de energieprijzen in lijn te houden met die in de buurlanden, om de elektro-intensieve industrie niet met een extra concurrentiehandicap op te zadelen. Daarom komt er een Federaal Energie Comité, samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale overheid, de gewesten, de werkgevers en de industrie. Dat moet de energieprijzen en de bevoorradingszekerheid monitoren. "Opvallend", vindt Belmans, "want de marktprijs van elektriciteit is voor een gemiddeld gezin amper een derde van wat je betaalt. De rest zijn kosten voor transport en distributie, en taksen (bij industriële bedrijven is het aandeel hoger, 60 tot 80%, nvdr)." Bovendien wijst Belmans erop dat meer dan eens kosten en prijzen met elkaar worden verward. "Als je morgen de btw op elektriciteit van 21 naar 6 procent verlaagt, of de bijdragen voor groene stroom uit algemene middelen betaalt, dan betalen jij en ik minder. Maar de maatschappelijke kosten blijven gelijk, want dat geld moet ergens worden gevonden." Toch vrezen sommigen dat de industrie met de energienorm niet of veel minder zal moeten bijdragen aan de meerkosten die nog volgen. Denk bijvoorbeeld aan het capaciteitsvergoedingsmechanisme, dat volgens de eerste schatting van PWC 345 miljoen euro per jaar zal kosten, of 4 euro per megawattuur. Peter Claes van Febeliec merkt op dat er nog veel moet worden ingevuld, ook de vraag of het over een energie- of een elektriciteitsnorm gaat. "Voor gas zijn er, op enkele uitzonderingen na, competitieve prijzen. Voor elektriciteit zijn die er niet, met volgens de jongste studie verschillen tussen 10,5 en 34 procent met de buurlanden. Maar slechts een zeer klein deel van de bedrijven is zowel gas- als elektriciteitsintensief, dus je kan het een niet compenseren met het ander. De studie van de KU Leuven toont nu ook het verband aan tussen de elektriciteitsprijzen en de tewerkstelling. Kiezen voor competitieve prijzen is dus ook kiezen voor industriële banen en investeringen."