Zullen de krachten richting stagflatie aanhouden? In 2021 hebben de centrale banken en de meeste economen altijd gezegd dat de factoren waardoor de inflatie toenam en de groei vertraagde, tijdelijk waren. De flessenhalzen in de bevoorrading zouden wegebben, de energieprijzen zouden weer normaal worden en de mensen in de rijke landen die nog altijd geen werk hadden, zouden weer aan het werk gaan. Maar nu 2021 zijn einde nadert, beginnen de financiële markten, de gewone mensen en zelfs de centrale bankiers hun vertrouwen te verliezen.

De beleidsmakers staan voor een dilemma. Het klassieke antwoord op inflatie door logistieke problemen is dat je die negeert zodat ze vanzelf ophoudt. Waarom zou je economieën schaden met hogere rentevoeten als die geen havens deblokkeren, nieuwe voorraden aardgas tevoorschijn toveren of de pandemie stoppen? In 2011 steeg de inflatie in Groot-Brittannië tot 5,2 procent door de stijgende grondstofprijzen, maar de Bank of England hield de rentevoeten laag. In de eurozone verhoogde de ECB de rentevoeten waardoor haar economie weer in een recessie belandde en de inflatie lange tijd een stuk boven haar streefcijfer zat. Net als toen zal de door hoge energieprijzen veroorzaakte inflatie in 2022 waarschijnlijk zakken.

Blijvende loonstijgingen

Toch loopt de vergelijking met de jaren 2010 mank. De problemen van de wereldhandel zijn in 2021 niet alleen het gevolg van een verstoorde aanvoer doordat bijvoorbeeld Vietnamese fabrieken gesloten zijn wegens corona-uitbraken. Er is ook een excessieve vraag geweest. Grootschalige budgettaire en monetaire stimulering, gecombineerd met social distancing, hebben ertoe geleid dat consumenten wild tekeergingen. In de zomer van 2021 spendeerden de Amerikanen 7 procent meer aan fysieke goederen dan voor de pandemie. Ook in andere landen is er alleen een tekort aan goederen in verhouding met de ongewoon hoge vraag ernaar. Als de wereldeconomie weer enigszins normaal wil worden, moeten de consumenten meer besteden aan diensten, zoals op restaurant gaan en reizen.

Helaas worden economieën geplaagd door personeelstekorten. De lonen in de horeca- en vrijetijdssector rijzen de pan uit. Veel economen hoopten dat de werknemers zouden terugkeren na afloop van de noodsteun. Daar is verrassend weinig van te merken. Om de inflatie tijdelijk te maken, moeten de loonstijgingen waarschijnlijk dalen. De alternatieven zijn een opstoot van de productiviteit of een verlaging van de winstmarges die voor bedrijven zoals restaurants al matig zijn.

Sommige monetaire beleidsmakers vrezen voor het tegendeel: blijvende loonstijgingen omdat de werknemers een hogere inflatie verwachten. Als dat gebeurt, staan de centrale banken voor een veel grotere opgave. Dan kunnen ze de inflatie niet op peil houden zonder banen op te offeren.

In nauwe schoentjes

De kans zit erin dat de beleidsmakers de rentevoeten verhogen en achteraf spijt krijgen. Ook al zal de inflatie in de eerste maanden van 2022 hoog blijven, toch denken de centrale bankiers dat hogere rentevoeten pas na anderhalf jaar een effect hebben op de economie. De krachten die tot nu de mondiale rentevoeten en inflatie laag gehouden hebben - demografische verandering, ongelijkheid en een ongeremde vraag naar veilige beleggingen - kunnen zich tegen dan weer laten gelden. De in veel landen op handen zijnde budgettaire verkrapping zal de economieën helpen af te koelen: Groot-Brittannië heeft grote belastingstijgingen aangekondigd en de Amerikaanse president Joe Biden heeft moeite om grote uitgaven door het Congres te krijgen. En de vertraging van de groei in China, dat worstelt met een vastgoedcrisis, kan zich over de wereld verspreiden.

Maar de hoofdzaak is dat de pandemie nog niet voorbij is. De verspreiding van het virus kan economieën weer verstoren als de immuniteit taant en nieuwe varianten de vaccins omzeilen. Nu de bevoorrading aan haar limiet zit, kan de wereld niet de truc herhalen van een stimulering van de groei waardoor de consument meer aan goederen gaat uitgeven. Centrale banken zouden de uitgaven moeten beperken middels hogere rentevoeten om een excessieve inflatie te voorkomen, terwijl de aanvoerzijde zich aanpast aan een bestedingspatroon en een arbeidsorganisatie die sterk verschillen van wat in de jaren 2010 gangbaar was. Als de normaliteit in 2022 niet terugkeert, is het alternatief een pijnlijke economische correctie.

Zullen de krachten richting stagflatie aanhouden? In 2021 hebben de centrale banken en de meeste economen altijd gezegd dat de factoren waardoor de inflatie toenam en de groei vertraagde, tijdelijk waren. De flessenhalzen in de bevoorrading zouden wegebben, de energieprijzen zouden weer normaal worden en de mensen in de rijke landen die nog altijd geen werk hadden, zouden weer aan het werk gaan. Maar nu 2021 zijn einde nadert, beginnen de financiële markten, de gewone mensen en zelfs de centrale bankiers hun vertrouwen te verliezen. De beleidsmakers staan voor een dilemma. Het klassieke antwoord op inflatie door logistieke problemen is dat je die negeert zodat ze vanzelf ophoudt. Waarom zou je economieën schaden met hogere rentevoeten als die geen havens deblokkeren, nieuwe voorraden aardgas tevoorschijn toveren of de pandemie stoppen? In 2011 steeg de inflatie in Groot-Brittannië tot 5,2 procent door de stijgende grondstofprijzen, maar de Bank of England hield de rentevoeten laag. In de eurozone verhoogde de ECB de rentevoeten waardoor haar economie weer in een recessie belandde en de inflatie lange tijd een stuk boven haar streefcijfer zat. Net als toen zal de door hoge energieprijzen veroorzaakte inflatie in 2022 waarschijnlijk zakken. Toch loopt de vergelijking met de jaren 2010 mank. De problemen van de wereldhandel zijn in 2021 niet alleen het gevolg van een verstoorde aanvoer doordat bijvoorbeeld Vietnamese fabrieken gesloten zijn wegens corona-uitbraken. Er is ook een excessieve vraag geweest. Grootschalige budgettaire en monetaire stimulering, gecombineerd met social distancing, hebben ertoe geleid dat consumenten wild tekeergingen. In de zomer van 2021 spendeerden de Amerikanen 7 procent meer aan fysieke goederen dan voor de pandemie. Ook in andere landen is er alleen een tekort aan goederen in verhouding met de ongewoon hoge vraag ernaar. Als de wereldeconomie weer enigszins normaal wil worden, moeten de consumenten meer besteden aan diensten, zoals op restaurant gaan en reizen. Helaas worden economieën geplaagd door personeelstekorten. De lonen in de horeca- en vrijetijdssector rijzen de pan uit. Veel economen hoopten dat de werknemers zouden terugkeren na afloop van de noodsteun. Daar is verrassend weinig van te merken. Om de inflatie tijdelijk te maken, moeten de loonstijgingen waarschijnlijk dalen. De alternatieven zijn een opstoot van de productiviteit of een verlaging van de winstmarges die voor bedrijven zoals restaurants al matig zijn. Sommige monetaire beleidsmakers vrezen voor het tegendeel: blijvende loonstijgingen omdat de werknemers een hogere inflatie verwachten. Als dat gebeurt, staan de centrale banken voor een veel grotere opgave. Dan kunnen ze de inflatie niet op peil houden zonder banen op te offeren. De kans zit erin dat de beleidsmakers de rentevoeten verhogen en achteraf spijt krijgen. Ook al zal de inflatie in de eerste maanden van 2022 hoog blijven, toch denken de centrale bankiers dat hogere rentevoeten pas na anderhalf jaar een effect hebben op de economie. De krachten die tot nu de mondiale rentevoeten en inflatie laag gehouden hebben - demografische verandering, ongelijkheid en een ongeremde vraag naar veilige beleggingen - kunnen zich tegen dan weer laten gelden. De in veel landen op handen zijnde budgettaire verkrapping zal de economieën helpen af te koelen: Groot-Brittannië heeft grote belastingstijgingen aangekondigd en de Amerikaanse president Joe Biden heeft moeite om grote uitgaven door het Congres te krijgen. En de vertraging van de groei in China, dat worstelt met een vastgoedcrisis, kan zich over de wereld verspreiden. Maar de hoofdzaak is dat de pandemie nog niet voorbij is. De verspreiding van het virus kan economieën weer verstoren als de immuniteit taant en nieuwe varianten de vaccins omzeilen. Nu de bevoorrading aan haar limiet zit, kan de wereld niet de truc herhalen van een stimulering van de groei waardoor de consument meer aan goederen gaat uitgeven. Centrale banken zouden de uitgaven moeten beperken middels hogere rentevoeten om een excessieve inflatie te voorkomen, terwijl de aanvoerzijde zich aanpast aan een bestedingspatroon en een arbeidsorganisatie die sterk verschillen van wat in de jaren 2010 gangbaar was. Als de normaliteit in 2022 niet terugkeert, is het alternatief een pijnlijke economische correctie.