In normale omstandigheden is de Wereldbeker het belangrijkste evenement op de voetbalkalender. Maar in 2022 zal de grootste crisis in vredestijd die het voetbal ooit heeft moeten overwinnen, een schaduw werpen over het toernooi.
...

In normale omstandigheden is de Wereldbeker het belangrijkste evenement op de voetbalkalender. Maar in 2022 zal de grootste crisis in vredestijd die het voetbal ooit heeft moeten overwinnen, een schaduw werpen over het toernooi. De beslissing van de wereldvoetbalorganisatie FIFA om Qatar in 2022 de Wereldbeker te laten organiseren, lokte meteen veel controverse uit door het totale gebrek aan voetbalgeschiedenis of -infrastructuur van het land en door zijn armzalige behandeling van gastarbeiders. Sommige nationale ploegen, zoals die van Duitsland, Noorwegen en Nederland, droegen tijdens recente wedstrijden T-shirts waarmee ze hun ongenoegen uitten over de houding van het gastland tegenover de mensenrechten. Die acties zullen niet veel verschil maken, en de kans is klein dat die landen het voetbalevenement zullen boycotten. Maar ze zullen de organisatoren op de zenuwen blijven werken. Er zou ook gemopperd kunnen worden over geopolitieke belangen. Onrust over de steun van Qatar aan islamitische bewegingen zoals het Moslimbroederschap heeft geleid tot een boycot en een embargo door zijn buurlanden, aangevoerd door Saudi-Arabië. Dat heeft jaren aangesleept, en hoewel het nu opgelost is, dragen zulke problemen bij tot de terughoudendheid tegenover het kampioenschap. Het kan ook een impact hebben op het aantal bezoekers dat bereid is te reizen om de wedstrijden bij te wonen. En dan is er ook nog de timing. Door het toernooi te laten plaatsvinden in november en december, om de verzengende hitte van de zomer in Qatar te vermijden, breekt de Wereldbeker van 2022 met de traditie. Daardoor vindt het evenement plaats op een moment dat de Europese competities nog volop aan de gang zijn. De Wereldbeker zal in 2022 niet de enige bron van onrust zijn in het voetbal. De afkeer tegenover sommige clubeigenaars en hun plannen neemt toe. Het probleem werd op de spits gedreven in april 2021, met het voorstel voor een Europese Super League (ESL). Er zou een kartel van de grootste twaalf clubs van het continent opgericht worden, waaronder Barcelona, Chelsea, Juventus en Real Madrid. Die zouden aantreden in een elitecompetitie, die veel geld in het laatje zou brengen voor de leden. Het was niet de eerste keer dat zo'n project geopperd werd, en hoewel de plannen na hevige kritiek van supporters en het grote publiek snel weer opgeborgen werden, zou het dwaas zijn te geloven dat het voorgoed van de baan is. De ESL trad deels op de voorgrond door de pandemie. In het seizoen 2019-2020 daalden de inkomsten van de Europese voetbalclubs met 3,7 miljard euro. De clubs uit de top twintig, waarvan er veel voor de ESL waren, verloren 12 procent van hun omzet. De inkomsten van de wedstrijden vielen weg, er waren geen transfers en de televisiezenders probeerden een terugbetaling van de betaalde uitzendrechten los te peuteren. In 2022 worden de financiële resultaten van het seizoen 2020-2021 bekendgemaakt, en krijgen we een nauwkeuriger beeld van de impact van de pandemie op het voetbal. Uit voorlopige cijfers is al gebleken dat het er wellicht niet goed uitziet. Na een volledig seizoen zonder toeschouwers in 2020-2021 zullen de clubs zich opnieuw moeten buigen over hun schulden, kosten en subsidies. Uit het voorbeeld van La Liga, de hoogste Spaanse voetbalcompetitie, die een aandeel met een waarde van 2,7 miljard euro verkocht aan een private-equitybedrijf, blijkt dat de voetbalwereld begint te zoeken naar alternatieve investerings- en financieringsmogelijkheden. Die manier van werken kan het komende jaar navolging krijgen. De financiële crisis blijft niet beperkt tot kleine clubs die krap bij kas zitten. Barcelona, het schoolvoorbeeld van een moderne, elitaire voetbalinstelling, kwam in financiële moeilijkheden door de hoge schulden en de onhoudbare loonkosten. Daardoor moest de club Lionel Messi, zijn aanvoerder en talisman, laten vertrekken naar Paris Saint-Germain. Op dezelfde manier zag Inter Milaan, de Italiaanse landskampioen van 2021, zijn trainer en een aantal belangrijke spelers weggaan, nadat de Chinese clubeigenaar de uitgaven had teruggeschoefd. In 2022 zullen nog meer clubs hun financiële beheer opnieuw moeten bekijken. Zonder nieuwe lockdowns komt het voetbal er wel weer bovenop. Sceptici zullen zonder twijfel de wereld nog een paar keer wijzen op de problemen met de mensenrechten, de geopolitieke belangen en de overbetaalde sterren. Maar in november zullen over de hele wereld mensen weer aan hun televisie gekluisterd zijn en enthousiast supporteren voor hun ploeg.