Met interesse maar ook lichte verbazing volgde de Nederlander Leon Vlemmings de afgelopen maanden het nieuws over Royal Antwerp FC. Eerst was er de omstreden aanstelling van sportief directeur Marc Overmars, kort nadat hij door de Nederlandse topclub Ajax de laan was uitgestuurd wegens seksueel ontoelaatbaar gedrag. Vervolgens waren er enkele opmerkelijke, dure transfers. De nieuwe Nederlandse coach Mark van Bommel kan rekenen op de diensten van zijn landgenoot Vincent Janssen in de spits en de Belg Toby Alderweireld en de Argentijn Gaston Avila in de defensie. Dat alles gefinancierd door voorzitter en eigenaar Paul Gheysens, de topman van het bouwbedrijf Ghelamco, die in het tussenseizoen nog eens 10 miljoen investeerde, nadat hij de afgelopen jaren al ruim 70 miljoen euro had gespendeerd aan de oudste club van het land.
...

Met interesse maar ook lichte verbazing volgde de Nederlander Leon Vlemmings de afgelopen maanden het nieuws over Royal Antwerp FC. Eerst was er de omstreden aanstelling van sportief directeur Marc Overmars, kort nadat hij door de Nederlandse topclub Ajax de laan was uitgestuurd wegens seksueel ontoelaatbaar gedrag. Vervolgens waren er enkele opmerkelijke, dure transfers. De nieuwe Nederlandse coach Mark van Bommel kan rekenen op de diensten van zijn landgenoot Vincent Janssen in de spits en de Belg Toby Alderweireld en de Argentijn Gaston Avila in de defensie. Dat alles gefinancierd door voorzitter en eigenaar Paul Gheysens, de topman van het bouwbedrijf Ghelamco, die in het tussenseizoen nog eens 10 miljoen investeerde, nadat hij de afgelopen jaren al ruim 70 miljoen euro had gespendeerd aan de oudste club van het land. "Zo kun je natuurlijk ook de Champions League proberen te winnen", grapt Vlemmings in het stadion van de bescheiden Nederlandse club FC Dordrecht, die speelt op het tweede niveau. "Maar het heeft wel invloed op je imago. Bij Antwerp hebben sponsors afgehaakt na de komst van Overmars. Het is een erg Angelsaksische manier van werken. De club als geldmachine, als middel om aandacht te trekken." Vlemmings, een voormalige coach van onder meer Feyenoord, ontwikkelde de afgelopen jaren een ander model, "meer vanuit het Rijnlandse denken", met aandacht voor het gigantisch grote sociale netwerk dat een voetbalclub ook is. Hij baseerde zich op onderzoek van Frank van Eekeren, het hoofd van de onderzoeksgroep Sport & Society aan de universiteit van Utrecht. Vlemmings lanceerde De Waardevolle€ Club, een innovatieplatform dat professionele voetbalclubs wil helpen om op lange termijn economisch leefbaar te worden, door hen in te schrijven in een project dat belangrijk is voor de hele regio. Zo worden ze financieel minder afhankelijk van de resultaten op het veld of eenmalige transferinkomsten. "Als je een voetbalclub ziet als een sociaal netwerk dat zijn bestaansrecht ontleent aan zijn omgeving, dan liggen er grote kansen om de verbindende factor te worden in een economisch en sociaal verhaal dat wordt gedragen door de hele omgeving. Dan heb je pas echt impact. Nu gaan clubs vaak op zoek naar sponsors en bieden hen plat gezegd stoelen, bier, bitterballen en exposure. Ze doen wel veel op maatschappelijk vlak, maar dat wordt naast het sportieve en het financiële beleid georganiseerd. Als je de maatschappelijke waarde als één geheel benadert met sportieve, culturele en economische waarden, kun je veel makkelijker mensen aan je binden, kan er een relatie op lange termijn ontstaan en ga je met elkaar samenwerken", vertelt Vlemmings. In Dordrecht sprak Vlemmings eerst enkele maanden met voetbalbestuurders, bedrijfsleiders, politici, schoolbestuurders, onderzoekers en fans. Ze gingen samen op zoek naar wat belangrijk is voor de regio en waar de voetbalclub een rol in zou kunnen spelen. Daar kwamen twee grote regionale ambities uit naar voren: energietransitie en vitaliteit. Ze werden aan elkaar gekoppeld in het initiatief 'Energiek Dordt', waar inmiddels al tientallen organisaties mee de schouders onder zetten. De volgende stap is samen concrete acties en initiatieven te ontwikkelen, met de club als verbindende schakel. Zo groeide er een samenwerking rond energietransitie met het bedrijfsleven en de gemeenten Dordrecht en Drechtsteden. Met Eneco voert FC Dordrecht gesprekken voor de bouw van een Solar Carpark, waar elektrische voertuigen worden opgeladen met zonne-energie. Hogescholen verbinden zich aan het project, met studies, workshops en samenwerkingen over gezonde voeding, en ook het bedrijfsleven investeert in de academie. De culturele wereld doet eveneens mee: er komt een samenwerking met het jaarlijkse festival Big Rivers over hoe je duurzaam evenementen kunt organiseren. Zo zag Vlemmings het geloof in de toekomst van FC Dordrecht weer toenemen, omdat nieuwe mensen zich aan de club bonden. "Dat is net het hele idee: door de spin in een groter web te worden, leren meer mensen je kennen. Het vergt een iets andere manier van denken. Het is niet: hoe vul ik om de twee weken mijn stadion? Het is wel: hoe kan ik een rol van betekenis spelen voor zo veel mogelijk mensen in mijn stad en omgeving? Als je daar een gezamenlijk doel vindt, raakt dat stadion uiteindelijk wel gevuld." Al die samenwerking moeten uitmonden in de eerste klimaatneutrale voetbalwedstrijd in het Nederlands profvoetbal, een gezamenlijke challenge waar iedereen een volledig seizoen naartoe werkt. Zijn inspiratie haalde Vlemmings niet alleen bij Van Eekeren, maar ook bij transitiespecialist Jan Rotmans, hoogleraar in Rotterdam, en bij Forest Green Rovers, de Engelse club van Dale Vince, die met Ecotricity naam en fortuin maakte in de sector van de groene energie. Forest Green Rovers staat bekend als de "groenste voetbalclub ter wereld". De hele club eet veganistisch, de auto's en de spelersbus zijn elektrisch, en Vince legt de laatste hand aan de plannen voor een uit hout opgetrokken, duurzaam voetbalstadion. Vlemmings ontwikkelde zijn project in de nasleep van de coronacrisis. "Uit rapporten van voor corona blijkt dat veel Nederlandse clubs geen gezonde bedrijfsvoering hebben. Dat is een gigantisch probleem. Tegelijk becijferde PwC dat voetbal een grote impact heeft op de samenleving, met een netwerk van 8,2 miljoen liefhebbers in Nederland. Hier in de regio gaat het om 300.000 mensen. Als je die door samen te werken aan je club kunt binden, vergroot je je waarde. Zo kun je groeien op sportief, economisch, sociaal en cultureel gebied." Ook in België staat het profvoetbal er financieel niet florissant voor, blijkt uit de jaarlijkse studie van Deloitte, die afgelopen week werd voorgesteld. De profclubs zijn goed voor een omzet van 290,7 miljoen euro, een daling van 22 procent tegenover 2021. Daar zit corona natuurlijk voor een groot deel tussen. Doordat de stadions voor een deel van het seizoen gesloten bleven, daalden de inkomsten uit ticketverkoop met 64 procent (tot 33,3 miljoen euro) en de andere commerciële inkomsten met 58 procent (tot 18,8 miljoen euro). De profclubs leden een gezamenlijk verlies van 175 miljoen euro, en maar liefst 15 van de 25 profclubs hebben een negatief eigen vermogen. En toch is het niet allemaal kommer en kwel, meent voormalig Vlaams Parlementslid Lorin Parys, die sinds april de nieuwe CEO van de Pro League is, de organisator van het profvoetbal in ons land. Ook hij zet in op de sociale rol van het voetbal. "Als je samen meer dan 3 miljoen fans hebt, 8 miljoen volgers op sociale media en ieder weekend bijna 1 miljoen mensen in beweging brengt, kun je niet anders dan een sociale verantwoordelijkheid opnemen. Dat is een deel van ons DNA. Voetbal mag niet aan de zijlijn van de samenleving staan, maar moet er volop deel van uitmaken. Daarom ben ik wel blij dat onze clubs, ondanks het financieel moeilijke seizoen, wel zijn blijven investeren in sociale projecten en dat ze meer investeren in jeugd- en vrouwenvoetbal." Parys probeert sinds zijn aantreden de clubs met zachte maar dwingende hand richting een duurzamer economisch beleid te sturen. Daarom zijn er nieuwe afspraken gemaakt. Zo mag het aandeel van de lonen van de spelers en de technische staf (de squad spend ratio) nog maar 70 procent van de bedrijfskosten bedragen. Ook worden de clubs verplicht toe te werken naar een positief eigen vermogen. Voor beide doelstellingen krijgen ze vijf jaar. Dat wordt geen eenvoudige opgave: de gemiddelde squad spend ratio van de clubs in de Challenger Pro League (1B, het tweede niveau) is nu 109 procent. "We begrijpen dat de nieuwe regels streng zijn, maar we gaan de clubs zeker begeleiden", zegt Parys. "We creëren in samenwerking met de Universiteit Antwerpen een Pro League University, waarin ook veel buitenlandse proffesoren en onderzoekers hun expertise komen delen. Voetbal speelt zich nu eenmaal af in een internationale context. Voor de clubs met een negatief eigen vermogen stellen we een verbetertraject voor. Maar dat de clubs hier gezamenlijk voor hebben gestemd, betekent wel dat ze bereid zijn die kwantumsprong te maken." Het idee van de Waardevoll? Club is net de sociale context niet langer los te zien van de economische. Alleen een financieel sterke club kan haar rol blijven spelen als sociale motor. "Als je een negatieve begroting hebt, maar je wordt steeds gevraagd om ook iets te doen voor maatschappelijk zwakkeren, blijft het iets wat je even naast het voetbal doet. Daarom zeggen wij: kijk in je omgeving welke maatschappelijke thema's je in je bedrijfsvoering kunt schroeven, als een collectieve ambitie. Als het een echt onderdeel van je bedrijf wordt, gaan mensen ook volop meedenken. Dat werkt veel beter", zegt Vlemmings. "Dat klopt", reageert Parys. "In ons land ken ik geen clubs die een transitieproject zoals in Dordrecht doorlopen. Maar ik zie wel clubs die via een foundation en dankzij hun sportieve successen en hun uitstraling ook goede sociale effecten creëren, zoals Club Brugge en AA Gent. Voetbalclubs hebben de focus op de korte termijn, en die is vaak ook erg belangrijk. Door de communitywerking daarvan los te koppelen, kun je vaak rustiger werken, weg van de waan van de dag. Ik zie dat op die manier ook goede resultaten worden geboekt, dat is voor mij het belangrijkste." Parys wil ook aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen werken. Iedere club in de Pro League moet een programma rond corporate social responsibility uitwerken en een charter rond good governance hebben. Dat worden voorwaarden om lid te kunnen blijven. "Ook daar wordt binnen de Pro League University voldoende aandacht aan besteed, zodat clubs dit ernstig kunnen aanpakken", aldus Parys. Over de 18 profclubs die in handen zijn van buitenlandse investeerders, maakt Parys zich minder zorgen. "Ik concentreer me op de dingen die we als Pro League kunnen verbeteren. Aan wie een club zijn aandelen verkoopt, daar heb ik geen zeggenschap over. Wat we doen, is de focus leggen op gezonde bedrijfsvoering, een aantrekkelijke competitie en de sociale rol van de clubs. Dat zijn onze drie essentiële punten. Maar of jouw aandeelhouder een Thai, Amerikaan of Belg is, daar heb ik geen appreciatie over te geven. Bovendien vind ik niet dat je zomaar kunt zeggen dat een buitenlandse investeerder zou betekenen dat er minder wordt geïnvesteerd in lokale projecten. Kijk maar naar OHL of Union. Dat zijn voorbeelden waarvan je kan zeggen dat buitenlands eigenaarschap ook blijft investeren in lokale, sociale projecten."