Gary Cohn stond naast president Donald Trump en gaf hem een papiertje. Trump las voor: "We gaan werk maken van een versoepeling van de regels voor de financiële sector." Trump keek even op, pauzeerde en ging verder: "Ik heb zoveel vrienden die een bedrijf bezitten en die heel moeilijk aan een lening geraken. Dat is toch zo jammer. Daar gaan we iets aan doen." Nadat Trump zijn handtekening had gezet onder het decreet om de Dodd-Frank-wet aan te passen, gaf Cohn de president een tweede briefje. Deze keer ging het over de strengere regels voor pensioenadviseurs die oud-president Barack Obama wilde opleggen. Trump stelt de invoering ervan uit, hij vindt dat de overheid zich daar niet moet mee moeien.
...

Gary Cohn stond naast president Donald Trump en gaf hem een papiertje. Trump las voor: "We gaan werk maken van een versoepeling van de regels voor de financiële sector." Trump keek even op, pauzeerde en ging verder: "Ik heb zoveel vrienden die een bedrijf bezitten en die heel moeilijk aan een lening geraken. Dat is toch zo jammer. Daar gaan we iets aan doen." Nadat Trump zijn handtekening had gezet onder het decreet om de Dodd-Frank-wet aan te passen, gaf Cohn de president een tweede briefje. Deze keer ging het over de strengere regels voor pensioenadviseurs die oud-president Barack Obama wilde opleggen. Trump stelt de invoering ervan uit, hij vindt dat de overheid zich daar niet moet mee moeien. Na drie weken presidentschap heeft Gary Cohn zich opgewerkt tot een van de belangrijkste figuren in de entourage van president Trump. Cohn was tien jaar lang, na de legendarische Lloyd Blankfein, de nummer twee van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Meestal fungeerde hij er als de buldog van dienst. De man die uitgestuurd werd als er slecht nieuws te melden viel. Onder Cohn en Trump wordt een nieuwe fase van deregulering van de financiële sector ingezet. Ze willen een einde maken aan de Dodd-Frank Act. Die wetgeving is in 2010 ingevoerd om nieuwe uitwassen bij de banken te voorkomen. Ze plaatste de financiële sector onder strenger toezicht, perkte de handel voor eigen rekening in en legde strengere regels op voor het verstrekken en herverpakken van hypotheekleningen. Volgens de economisch adviseur van Trump betaalt Amerika een te hoge prijs voor die wetgeving. Ze kost de banken jaarlijks miljarden dollars aan bureaucratie en beperkt hun slagkracht, stelt hij. Dat zou de dominante positie van de Amerikaanse banken in de wereld bedreigen. Bovendien krijgen de Amerikanen zonder strenge regels "betere keuzes en betere producten", dixit Cohn. Van een oud-zakenbankier hoeft zo'n discours niet te verrassen. De meeste banken menen dat de slinger te ver doorgeslagen is. Te veel regels, die te veel kosten. Daardoor zijn de banken niet in staat volop de economie te financieren en de consumenten een brede keuze van financiële producten aan te bieden, aldus Cohn. Hij vertelt er niet bij dat de strikte regulering de winstcapaciteit van de sector aantast, terwijl ze de banken wel verplicht steeds grotere kapitaalbuffers aan te houden. De belangrijkste les uit de financiële crisis was dat de kapitaalbuffers van de banken veel te laag waren. Daar is iets aan gedaan, maar wellicht nog onvoldoende. Als de kapitaalverplichtingen nu al afzwakken, kan dat ertoe leiden dat banken niet opgewassen zijn tegen een nieuwe crisis. "De versoepeling van de regulering op de financiële sector is ongezond", reageerde Phil Angelides, die de Financial Crisis Inquiry Commission in de VS leidde. Overigens kan Trump niet zomaar de hele Dodd-Frank-wetgeving, een stelsel van van meer dan 2000 pagina's wetten, van de kaart vegen. Daarvoor heeft hij de hulp van het Congres nodig. En daarbij dient opgemerkt dat de Dodd-Frank Act een gezamenlijk werkstuk van de Democraten en de Republikeinen is. Ook consumentenorganisaties zijn sterk tegen een afzwakking van de regels. Trump zegt dat hij niet van alle, maar van een bepaald aantal regels af wil. Alleen is niet duidelijk welke. Daarvoor kijken de meeste waarnemers in de richting van Gary Cohn, die tussen 2006 en 2016 de operationele leiding bij Goldman Sachs had. Dat hij nu als belangrijkste economisch adviseur van de president zijn oude werkgever een dienst kan bewijzen, stoot op onbegrip. Zelf bestrijdt hij elke suggestie van belangenvermenging met klem: "Dit heeft niets te maken met Goldman Sachs." Hij wil vooral de positie van de Amerikaanse banken op mondiaal niveau beschermen, verklaarde hij aan The Wall Street Journal. "Daar moeten, kunnen en zullen we een dominante positie hebben, tenminste als we onszelf niet weg reguleren", aldus Cohn. Maar aangezien Goldman Sachs de bekendste en invloedrijkste mondiale zakenbank is, zal de instelling zeker de vruchten plukken van het beleid dat zijn oud-werknemer uitstippelt. Al decennia levert Goldman Sachs figuren die hun stempel drukken op het beleid. Je wordt bij de bank pas een ster als je na of naast je bankierscarrière ook een impact hebt op de politiek. Die praktijk wordt vaak omschreven als de draaideur tussen de financiële en de politieke wereld. Maar het kan ook scherper: "Goldman Sachs is een politieke organisatie vermomd als zakenbank", zegt Christopher Whalen van het bureau Institutional Risk Analytics. Het begon in de jaren dertig, toen de toenmalige Goldman Sachs-baas Sidney Weinberg het New Deal-beleid van president Roosevelt uittekende. Dat voorzag in belangrijke overheidsinvesteringen om de economie te herlanceren. Weinberg zou later ook de presidenten Truman, Johnson en Eisenhower adviseren. In recentere tijden was een hoofdrol weggelegd voor Robert Rubin en Hank Paulson. Rubin, oud-vicevoorzitter van Goldman Sachs, was tussen 1995 en 1999 minister van Financiën onder de Democraat Bill Clinton. In die periode werd de Glass-Steagall Act ten grave gedragen. Die wet voorzag in de scheiding van retail- en zakenbanken. Door het opheffen van dat schot konden de zakenbanken zich goedkoop financieren met geld van particulieren en gingen ze almaar risicovollere beleggingen aan. Dat leverde miljardenwinsten op, maar eindigde in 2008 in een wereldwijde kredietcrisis. Hank Paulson stond aan het hoofd van Financiën onder president George W. Bush. Hij moest de financiële crisis helpen te bezweren, waarvoor hij zelf mee verantwoordelijk was. Tot 2006 stond hij aan het hoofd van de afdeling van Goldman Sachs die aan de basis lag van de herverpakte rommelkredieten. Door er 700 miljard dollar belastinggeld tegenaan te gooien, zorgde Paulson er als minister van Financiën voor dat de Amerikaanse banken de crisis snel weer onder controle kregen. De vrees bestaat dat de greep van Wall Street op Washington onder Trump groter dan ooit zal zijn. De nieuwe president benoemde al vier oudgedienden van Goldman Sachs op sleutelposities (zie kader). De meest markante benoeming is die van Jay Clayton tot hoofd van de Securities and Exchange Commission (SEC), de toezichthouder op de financiële markten. De zakenadvocaat werkte voor alle grote Amerikaanse banken, inclusief Goldman Sachs. Critici omschrijven zijn benoeming als die van de vos die het kippenhok moet bewaken. De financiële deregulering kan ertoe leiden dat Goldman Sachs teruggrijpt naar zijn oude businessmodel. Dat was gebaseerd op hoge fees als dealmaker, commissie-inkomsten uit de handel voor eigen rekening en de handel in obligaties, grondstoffen en valuta (volgens sommigen: speculatieve handel), en de weinig transparante marge als intermediair tussen kopers en verkopers. De voorbije jaren stonden die inkomsten, als gevolg van de striktere regels, onder druk. De winst op eigen vermogen van Goldman Sachs was in 2015 teruggevallen tot een bescheiden 7 procent. In de topjaren 2006 en 2007 bedroeg dat rendement meer dan 25 procent. De voorbije jaren leek Goldman Sachs bezig zich aan te passen aan de veranderde omgeving. De bank toonde interesse voor kmo's en investeringen met een sociale en milieuvriendelijke impact. Ze stak geld in kleine fintech-bedrijfjes, naar eigen zeggen om zich voor te bereiden op de digitalisering en de transformatie van het eigen businessmodel. De bank begon onlineleningen toe te kennen aan 'gewone' mensen. Er werden minder bonussen uitgekeerd, en er was meer oog voor de kosten. Dat staat nu op de helling. De verkiezing van Trump tot president lijkt de katalysator voor een terugkeer naar de hoogdagen van het Amerikaanse casinokapitalisme. De kans is groot dat Goldman Sachs zich opnieuw profileert als de bank voor de rijken en machtigen, met een focus op grote deals en belangrijke handelsinkomsten, en met een filosofie van eigenbelang en winstbejag. De beurs gaat er in elk geval van uit dat Goldman Sachs voor een nieuwe periode van hoogconjunctuur staat. Van alle bedrijven die deel uitmaken van de Dow-Jones-index en van alle Amerikaanse banken was Goldman Sachs de voorbije maanden de grootste stijger. Sinds de verkiezing van Trump bedraagt de koerswinst 30 procent. Na jaren van terughoudendheid kan de zakenbank dankzij haar invloed in Washington de verloren posities terugwinnen. The empire strikes back.