John Browne, de voormalige CEO van het oliebedrijf BP, is al meer dan vijf decennia getuige van de ups en downs van de oliesector. Hij gelooft dat de crash van de olieprijs door het coronavirus een waarschuwing is voor de toekomst van de sector, die normaal een cyclische op- en neergang kent. De pandemie heeft bijna een derde van de wereldwijde vraag naar olie weggevaagd door lockdowns en reisverboden, waardoor de sector een zware klap heeft gekregen. De oliesector verkeerde al in een crisis: de klimaatverandering staat hoog op de politieke agenda en de vraag naar olie dreigt te pieken.

De crash wordt door sommigen gezien als een voorsmaakje van de komende tien à vijftien jaar, als de vraag naar olie plafonneert. In de afgelopen maand zijn olievelden stilgelegd, opslagtanks zijn in een recordtijd gevuld en nationale oliemaatschappijen zijn zelfs een prijzenoorlog begonnen om een groter deel van de krimpende markt binnen te halen. De Amerikaanse prijzen werden in april voor het eerst tijdelijk negatief.

Nu de oliebonzen de balans opmaken, na een van de meest ontwrichtende periodes in de geschiedenis van de sector, denken velen na over hoe de pandemie de vooruitzichten zal veranderen. Aan de ene kant staan leidinggevenden zoals John Browne, die nu voorzitter van het investeringsbedrijf LetterOne is - deels de eigenaar van de olie- en gasproducent Wintershall DEA - en in het bestuur zit van een biomedische instelling die onderzoek doet naar vaccins tegen covid-19. Zij geloven dat de wereld zo onuitwisbaar zal veranderen dat de vraag naar olie zal worstelen om de groei van de voorbije eeuw terug te vinden. Ze verwachten dat de vraag eerder dan verwacht een piek zal bereiken, met een snellere verschuiving naar hernieuwbare energie als gevolg.

Aan de andere kant staan degenen die denken dat de inspanningen om de klimaatverandering te beperken, dreigen te ontsporen door goedkope olie en een wereldwijde depressie. Die zal zoveel tijd en geld van de overheid opzuigen dat de klimaatinspanningen aan de kant worden geschoven. In dat scenario kunnen de investeringen in de oliesector zo sterk dalen dat er uiteindelijk tekorten ontstaan en de prijzen stijgen. "We staan aan het begin van dat debat", zegt Browne. "Maar een gezondheidscrisis verandert de houding van de mensen aanzienlijk. Dat zal de oliesector beïnvloeden."

De weg naar de nuluitstoot

Beleggers hadden de sector al de rug toegekeerd voordat de pandemie toesloeg. Ze werden afgeschrikt door de afnemende groei van de vraag en de opkomst van ethische en sociale beleggingen. Die hebben de eetlust voor aandelen van grote vervuilers getemperd. In de Verenigde Staten is de waarde van de energiebedrijven in de S&P500 gedaald tot minder dan 5 procent van de totale index, tegenover 11 procent tien jaar geleden.

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft voorspeld dat de wereldwijde vraag naar olie - die de afgelopen tien jaar gemiddeld met 1,5 miljoen vaten per dag is gestegen tot 100 miljoen in 2019 - vanaf 2025 langzamer zou groeien. De meeste oliemaatschappijen zijn van mening dat een bredere invoering van elektrische voertuigen of een strengere regelgeving voor de uitstoot tussen 2030 en 2035 tot een piek in de vraag kan leiden.

Bernard Looney, de baas van BP sinds januari, heeft bij zijn benoeming beloofd het bedrijf op de weg naar een netto-nuluitstoot te zetten. Het plan zal naar verwachting leiden tot een snellere verschuiving van BP naar hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon, en tot de snellere opstart van maatregelen zoals het opvangen en opslaan van koolstof om de CO2-uitstoot van de productie van fossiele brandstoffen te compenseren.

"De oliesector was al aan het veranderen", zegt Mark Lewis, het wereldwijde hoofd duurzaamheidsonderzoek bij BNP Paribas Asset Management. "De vraag is of dat zal versnellen na de pandemie." De crash van de olieprijzen van 70 dollar per vat in januari tot onder 20 dollar in april heeft BP nog niet uit koers gebracht. Zelfs niet toen het moest snijden in de investeringen om het dividend voor de aandeelhouders te verdedigen, omdat de inkomsten instortten.

Ook Royal Dutch Shell heeft in april een nuluitstootplan aangekondigd. CEO Ben van Beurden ging vorige week nog een stap verder door voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog de dividenduitkering van het bedrijf aan de aandeelhouders te verlagen en te waarschuwen dat het "moeilijk te zeggen" was of de olievraag ooit volledig zou herstellen.

Milieugroepen hebben BP en Shell beschuldigd van greenwashing. Zij voeren aan dat de bedrijven op lange termijn nog altijd olie- en gasproducenten blijven. Maar Mark Lewis van BNP Paribas Asset Management is van mening dat hun plannen verder gaan dan een pr-oefening. De economie van de oliesector verandert en de tweede enorme prijscrash in vijf jaar heeft de positie van olie niet geholpen. De wind- en zonne-energieprojecten kunnen zonder subsidies en leveren over het algemeen stabiele kasstromen op met langlopende leveringscontracten, met een rendement op het geïnvesteerde kapitaal tussen 6 en 10 procent, volgens de berekeningen van Mark Lewis. Dat brengt ze dicht bij nieuwe olieprojecten, als rekening wordt gehouden met de volatielere olieprijzen. "Het oude argument dat je niet hetzelfde rendement uit duurzame energie kan halen als uit olie en gas, ziet er steeds zwakker uit", zegt Lewis.

Olie is nog niet dood

De politieke achtergrond van de oliesector is ook minder stabiel. Saudi-Arabië reageerde aanvankelijk op de vertraging van het olieverbruik door een prijzenoorlog met Rusland te beginnen, waarbij het de productie tot een maximaal niveau opvoerde. Dat kan een teken zijn dat nationale oliemaatschappijen beseffen dat de vraag eerder vroeg dan laat een piek zal bereiken. Voor Saudi-Arabië kan de meest rationele aanpak zijn nu zo hard mogelijk te pompen.

Jeffrey Auld, de CEO van Serinus Energy, een olie- en gasproducent in Roemenië en Tunesië, verwacht dat het politieke risico grotere bedrijven zal aanzetten om meer aandacht te hebben voor minder vervuilend gas, zo niet voor hernieuwbare energiebronnen. "Bedrijven hebben te vaak problemen gehad met olie", zegt Auld. "Ze kijken veertig jaar vooruit en zeggen: dit mag niet hetzelfde verhaal worden als steenkool. Ze moeten evolueren naar iets wat aanvaardbaarder is."

Sam Laidlaw, de CEO van Neptunus Energy, zegt dat we voorzichtig moeten zijn met het doodverklaren van olie. Terwijl de groei van de vraag kan beginnen te vertragen, met westerse consumenten die minder vaak zullen vliegen, betwijfelt hij of de hele energiesector zo agressief zal kunnen afstappen van olie.

Het economische herstel van de post-coronarecessie kan gunstig uitpakken voor goedkopere, gevestigde brandstoffen zoals olie. "De druk om te ontkolen is groot, maar de betaalbaarheid van hernieuwbare energiebronnen is een probleem", zegt Laidlaw. Hij stelt dat een meer agressieve aanpak van de klimaatverandering wereldwijd meer coördinatie vergt, zoals de massale invoering van hogere koolstofbelastingen door de nationale regeringen. "Als we vooruitgang willen boeken met de groene agenda, moeten we zorgen voor een betere wereldwijde coördinatie. En dat is in deze pandemie niet gebeurd."

In de Verenigde Staten staan oliemultinationals als ExxonMobil en Chevron achter het idee van koolstofbelastingen, maar over het algemeen is de energietransitie langzaam verlopen. Hun grotere blootstelling aan de dure Amerikaanse schalieoliesector heeft ertoe geleid dat ze hebben gefocust op het terugdringen van de kapitaaluitgaven. Er wordt verwacht dat de schalieolieproductie de komende twee jaar sterk zal afnemen.

Arjun Murti, een voormalige analist van Goldman Sachs, zegt dat de Amerikaanse energiesector zal blijven investeren in fossiele brandstoffen, maar zijn rendement op kapitaal moet verbeteren om de aandeelhouders terug te winnen. Murti gelooft dat de ramingen van de piek van de olievraag overdreven zijn. De verwachtingen over elektrische voertuigen om de vraag naar olie in te dammen zijn te hoog, stelt hij. "Slechts één bedrijf, Tesla, heeft laten zien dat mensen bereid zijn honderdduizenden elektrische auto's te kopen", zegt Murti. "De verkoop van brandstofverslindende SUV's stijgt ook buiten de Verenigde Staten. Goedkope olie zal die trend versnellen."

Krappe markt

Chris Midgley, een voormalige hoofdeconoom bij Shell, zegt dat het grootste probleem is dat de sector de afgelopen twintig jaar zo slecht heeft gepresteerd. De koers van ExxonMobil is in twee decennia in grote lijnen onveranderd gebleven. De marktkapitalisatie - 185 miljard dollar - werd in april ingehaald door het streamingbedrijf Netflix. "Het is duidelijk dat er minder kapitaal en liquiditeit zal zijn voor de olie- en gasindustrie. De mensen gaan meer geld steken in de energietransitie", zegt Midgley.

Sommigen hopen dat dat de redding van de sector kan zijn na de pandemie. Nu investeerders zich tegen de sector keren, kunnen de investeringen in langetermijnvoorraden dalen. Wall Street heeft genoeg van de strijd van de Amerikaanse schalieoliesector om winst te maken. Als de prijzen laag blijven en de consumptie de komende jaren herstelt, en de Amerikaanse schalieoliesector op een zijspoor wordt gezet, terwijl de energiemajors zich richten op de transitie, vragen sommigen zich af waar de nieuwe olievoorraden vandaan kunnen komen. "Over vijf jaar kunnen we in een heel krappe markt zitten", zegt Saad Rahim, de hoofdeconoom bij het handelshuis Trafigura.

Toch kunnen hogere olieprijzen meer problemen veroorzaken dan ze oplossen voor een sector die zich al zorgen maakt over de gezondheid van de vraag op lange termijn. John Browne, wiens plan om BP weg van aardolie te bewegen door de groeiende Chinese dorst naar olie deels werd ontspoord, zegt dat het argument van het aanbodtekort deze keer niet zal opgaan. "Er is nog altijd genoeg olie in de buurt", zegt hij, waarmee hij wijst op recente ontdekkingen in Guyana en Brazilië. Hij voegt eraan toe dat de Amerikaanse schalieoliesector niet lang aan de kant zal blijven staan als de prijzen herstellen. "De sector moet zich zorgen maken over de vraag, niet over het aanbod", zegt Browne. "China zal niet opnieuw wakker worden."

Financial Times

John Browne, de voormalige CEO van het oliebedrijf BP, is al meer dan vijf decennia getuige van de ups en downs van de oliesector. Hij gelooft dat de crash van de olieprijs door het coronavirus een waarschuwing is voor de toekomst van de sector, die normaal een cyclische op- en neergang kent. De pandemie heeft bijna een derde van de wereldwijde vraag naar olie weggevaagd door lockdowns en reisverboden, waardoor de sector een zware klap heeft gekregen. De oliesector verkeerde al in een crisis: de klimaatverandering staat hoog op de politieke agenda en de vraag naar olie dreigt te pieken. De crash wordt door sommigen gezien als een voorsmaakje van de komende tien à vijftien jaar, als de vraag naar olie plafonneert. In de afgelopen maand zijn olievelden stilgelegd, opslagtanks zijn in een recordtijd gevuld en nationale oliemaatschappijen zijn zelfs een prijzenoorlog begonnen om een groter deel van de krimpende markt binnen te halen. De Amerikaanse prijzen werden in april voor het eerst tijdelijk negatief. Nu de oliebonzen de balans opmaken, na een van de meest ontwrichtende periodes in de geschiedenis van de sector, denken velen na over hoe de pandemie de vooruitzichten zal veranderen. Aan de ene kant staan leidinggevenden zoals John Browne, die nu voorzitter van het investeringsbedrijf LetterOne is - deels de eigenaar van de olie- en gasproducent Wintershall DEA - en in het bestuur zit van een biomedische instelling die onderzoek doet naar vaccins tegen covid-19. Zij geloven dat de wereld zo onuitwisbaar zal veranderen dat de vraag naar olie zal worstelen om de groei van de voorbije eeuw terug te vinden. Ze verwachten dat de vraag eerder dan verwacht een piek zal bereiken, met een snellere verschuiving naar hernieuwbare energie als gevolg. Aan de andere kant staan degenen die denken dat de inspanningen om de klimaatverandering te beperken, dreigen te ontsporen door goedkope olie en een wereldwijde depressie. Die zal zoveel tijd en geld van de overheid opzuigen dat de klimaatinspanningen aan de kant worden geschoven. In dat scenario kunnen de investeringen in de oliesector zo sterk dalen dat er uiteindelijk tekorten ontstaan en de prijzen stijgen. "We staan aan het begin van dat debat", zegt Browne. "Maar een gezondheidscrisis verandert de houding van de mensen aanzienlijk. Dat zal de oliesector beïnvloeden." Beleggers hadden de sector al de rug toegekeerd voordat de pandemie toesloeg. Ze werden afgeschrikt door de afnemende groei van de vraag en de opkomst van ethische en sociale beleggingen. Die hebben de eetlust voor aandelen van grote vervuilers getemperd. In de Verenigde Staten is de waarde van de energiebedrijven in de S&P500 gedaald tot minder dan 5 procent van de totale index, tegenover 11 procent tien jaar geleden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft voorspeld dat de wereldwijde vraag naar olie - die de afgelopen tien jaar gemiddeld met 1,5 miljoen vaten per dag is gestegen tot 100 miljoen in 2019 - vanaf 2025 langzamer zou groeien. De meeste oliemaatschappijen zijn van mening dat een bredere invoering van elektrische voertuigen of een strengere regelgeving voor de uitstoot tussen 2030 en 2035 tot een piek in de vraag kan leiden. Bernard Looney, de baas van BP sinds januari, heeft bij zijn benoeming beloofd het bedrijf op de weg naar een netto-nuluitstoot te zetten. Het plan zal naar verwachting leiden tot een snellere verschuiving van BP naar hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon, en tot de snellere opstart van maatregelen zoals het opvangen en opslaan van koolstof om de CO2-uitstoot van de productie van fossiele brandstoffen te compenseren. "De oliesector was al aan het veranderen", zegt Mark Lewis, het wereldwijde hoofd duurzaamheidsonderzoek bij BNP Paribas Asset Management. "De vraag is of dat zal versnellen na de pandemie." De crash van de olieprijzen van 70 dollar per vat in januari tot onder 20 dollar in april heeft BP nog niet uit koers gebracht. Zelfs niet toen het moest snijden in de investeringen om het dividend voor de aandeelhouders te verdedigen, omdat de inkomsten instortten. Ook Royal Dutch Shell heeft in april een nuluitstootplan aangekondigd. CEO Ben van Beurden ging vorige week nog een stap verder door voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog de dividenduitkering van het bedrijf aan de aandeelhouders te verlagen en te waarschuwen dat het "moeilijk te zeggen" was of de olievraag ooit volledig zou herstellen. Milieugroepen hebben BP en Shell beschuldigd van greenwashing. Zij voeren aan dat de bedrijven op lange termijn nog altijd olie- en gasproducenten blijven. Maar Mark Lewis van BNP Paribas Asset Management is van mening dat hun plannen verder gaan dan een pr-oefening. De economie van de oliesector verandert en de tweede enorme prijscrash in vijf jaar heeft de positie van olie niet geholpen. De wind- en zonne-energieprojecten kunnen zonder subsidies en leveren over het algemeen stabiele kasstromen op met langlopende leveringscontracten, met een rendement op het geïnvesteerde kapitaal tussen 6 en 10 procent, volgens de berekeningen van Mark Lewis. Dat brengt ze dicht bij nieuwe olieprojecten, als rekening wordt gehouden met de volatielere olieprijzen. "Het oude argument dat je niet hetzelfde rendement uit duurzame energie kan halen als uit olie en gas, ziet er steeds zwakker uit", zegt Lewis. De politieke achtergrond van de oliesector is ook minder stabiel. Saudi-Arabië reageerde aanvankelijk op de vertraging van het olieverbruik door een prijzenoorlog met Rusland te beginnen, waarbij het de productie tot een maximaal niveau opvoerde. Dat kan een teken zijn dat nationale oliemaatschappijen beseffen dat de vraag eerder vroeg dan laat een piek zal bereiken. Voor Saudi-Arabië kan de meest rationele aanpak zijn nu zo hard mogelijk te pompen. Jeffrey Auld, de CEO van Serinus Energy, een olie- en gasproducent in Roemenië en Tunesië, verwacht dat het politieke risico grotere bedrijven zal aanzetten om meer aandacht te hebben voor minder vervuilend gas, zo niet voor hernieuwbare energiebronnen. "Bedrijven hebben te vaak problemen gehad met olie", zegt Auld. "Ze kijken veertig jaar vooruit en zeggen: dit mag niet hetzelfde verhaal worden als steenkool. Ze moeten evolueren naar iets wat aanvaardbaarder is." Sam Laidlaw, de CEO van Neptunus Energy, zegt dat we voorzichtig moeten zijn met het doodverklaren van olie. Terwijl de groei van de vraag kan beginnen te vertragen, met westerse consumenten die minder vaak zullen vliegen, betwijfelt hij of de hele energiesector zo agressief zal kunnen afstappen van olie. Het economische herstel van de post-coronarecessie kan gunstig uitpakken voor goedkopere, gevestigde brandstoffen zoals olie. "De druk om te ontkolen is groot, maar de betaalbaarheid van hernieuwbare energiebronnen is een probleem", zegt Laidlaw. Hij stelt dat een meer agressieve aanpak van de klimaatverandering wereldwijd meer coördinatie vergt, zoals de massale invoering van hogere koolstofbelastingen door de nationale regeringen. "Als we vooruitgang willen boeken met de groene agenda, moeten we zorgen voor een betere wereldwijde coördinatie. En dat is in deze pandemie niet gebeurd." In de Verenigde Staten staan oliemultinationals als ExxonMobil en Chevron achter het idee van koolstofbelastingen, maar over het algemeen is de energietransitie langzaam verlopen. Hun grotere blootstelling aan de dure Amerikaanse schalieoliesector heeft ertoe geleid dat ze hebben gefocust op het terugdringen van de kapitaaluitgaven. Er wordt verwacht dat de schalieolieproductie de komende twee jaar sterk zal afnemen. Arjun Murti, een voormalige analist van Goldman Sachs, zegt dat de Amerikaanse energiesector zal blijven investeren in fossiele brandstoffen, maar zijn rendement op kapitaal moet verbeteren om de aandeelhouders terug te winnen. Murti gelooft dat de ramingen van de piek van de olievraag overdreven zijn. De verwachtingen over elektrische voertuigen om de vraag naar olie in te dammen zijn te hoog, stelt hij. "Slechts één bedrijf, Tesla, heeft laten zien dat mensen bereid zijn honderdduizenden elektrische auto's te kopen", zegt Murti. "De verkoop van brandstofverslindende SUV's stijgt ook buiten de Verenigde Staten. Goedkope olie zal die trend versnellen." Chris Midgley, een voormalige hoofdeconoom bij Shell, zegt dat het grootste probleem is dat de sector de afgelopen twintig jaar zo slecht heeft gepresteerd. De koers van ExxonMobil is in twee decennia in grote lijnen onveranderd gebleven. De marktkapitalisatie - 185 miljard dollar - werd in april ingehaald door het streamingbedrijf Netflix. "Het is duidelijk dat er minder kapitaal en liquiditeit zal zijn voor de olie- en gasindustrie. De mensen gaan meer geld steken in de energietransitie", zegt Midgley. Sommigen hopen dat dat de redding van de sector kan zijn na de pandemie. Nu investeerders zich tegen de sector keren, kunnen de investeringen in langetermijnvoorraden dalen. Wall Street heeft genoeg van de strijd van de Amerikaanse schalieoliesector om winst te maken. Als de prijzen laag blijven en de consumptie de komende jaren herstelt, en de Amerikaanse schalieoliesector op een zijspoor wordt gezet, terwijl de energiemajors zich richten op de transitie, vragen sommigen zich af waar de nieuwe olievoorraden vandaan kunnen komen. "Over vijf jaar kunnen we in een heel krappe markt zitten", zegt Saad Rahim, de hoofdeconoom bij het handelshuis Trafigura. Toch kunnen hogere olieprijzen meer problemen veroorzaken dan ze oplossen voor een sector die zich al zorgen maakt over de gezondheid van de vraag op lange termijn. John Browne, wiens plan om BP weg van aardolie te bewegen door de groeiende Chinese dorst naar olie deels werd ontspoord, zegt dat het argument van het aanbodtekort deze keer niet zal opgaan. "Er is nog altijd genoeg olie in de buurt", zegt hij, waarmee hij wijst op recente ontdekkingen in Guyana en Brazilië. Hij voegt eraan toe dat de Amerikaanse schalieoliesector niet lang aan de kant zal blijven staan als de prijzen herstellen. "De sector moet zich zorgen maken over de vraag, niet over het aanbod", zegt Browne. "China zal niet opnieuw wakker worden." Financial Times